16e zondag door het jaar A

A-cyclus · Tijd door het jaar · 16e zondag · groen

Enige tijd terug spraken wij met de parochievergadering in kleine gesprekskringen over de vraag wanneer iemand zich parochiaan mag noemen. Wanneer hoort iemand bij de plaatselijke geloofsgemeenschap? Is dat als hij of zij ooit gedoopt is, regelmatig deelneemt aan de liturgie in de kerk, of als hij zijn ‘contributie’, de kerkbijdrage, keurig betaalt, of moet hij in ieder geval de leer van de kerk onderschrijven? Welke plichten moet je nakomen om ook rechten te hebben?

Boeiende maar ook moeilijke vragen waar we geen afdoend en helder antwoord op konden geven. Eigenlijk waren we het toen maar over één ding eens: hoe verleidelijk het ook is te willen weten wie er wel en niet hij horen, we moeten heel voorzichtig zijn om heldere en soms harde grenzen te trekken.

Om met het evangelie te spreken: Je kunt o zo gemakkelijk met het onkruid ook de tarwe uittrekken.

Trouwens: wat is onkruid? Jaren terug, in de eerste maanden van het KTRC-omroeppastoraat, was het altaar versierd met een groot en kleurrijk boeket. Tijdens de evangelielezing, dezelfde lezing als vandaag, nam de camera dat boeket in close-up. Het bleek een boeket te zijn van allerlei zogenaamd onkruid… Schitterend! Dus: wat is onkruid en wie maakt dat dan uit?

In plaats van snel te oordelen past ons voorzichtigheid en geduld, zoals God, die (aldus de eerste lezing) ‘waar gezondigd wordt de kans tot inkeer biedt’. Diezelfde voorzichtigheid en dat geduld leert Jezus ons ook met zijn verhaal over de dorre vijgenboom, die maar niks wil opleveren… Laat hem staan, zegt Hij, misschien draagt hij volgend jaar wel vrucht. Dat zegt Hij die het geknakte riet niet zal breken, die de walmende vlaspit niet zal doven en die zon en regen geeft aan goeden én kwaden.

Kijk uit dat je mensen dus niet te vlug opdeelt en in één van jouw hokjes zet. Het is makkelijk misschien, maar niet bijbels.

Beter is het te zorgen dat je zelf tot de tarwe gerekend wordt. En één van de manieren daarvoor is, omgaan met wat onkruid wordt genoemd. Want dat was toch een groot verschil tussen Jezus en andere wetgeleerden dat Hij in gesprek en aan tafel ging met zogenaamde onreine, onbesneden mensen, ongods¬dienstige mannen en vrouwen, het onkruid van toen. In plaats van het uit te roeien ging Jezus ertussen staan. Hij zit met hen aan en ook zijn leerlingen delen - nog wel met ongewassen handen! - met hen het brood.

Brave en rechtzinnige gelovigen die het kaf van het koren willen scheiden, gauw het onkruid tussen de tarwe willen weghalen, maken drie fouten: Ten eerste denken ze te makkelijk dat zij zelf onder de tarwe gerekend moeten worden. Ten tweede hebben ze te weinig geduld met mensen die van kwaad tot goed kunnen komen. En ten slotte meten ze zich een oordeel aan dat aan God, de Heer van de oogst, toekomt.

Als wij het vroeger thuis over andere mensen hadden en meen¬den te weten waarom hij of zij niet deugde, zei mijn moeder al gauw: ‘Daar moeten jullie je niet mee bemoeien… Ge weet er het fijne niet van’, en op zijn Brabants voegde ze er vaak aan toe: ‘Laat dat God en de mulder maar schaaien'.

Kaf van koren scheiden is het werk van de molenaar, de mulder. En goed en kwaad weet God het beste en die is geduldiger en milder dan wij mensen. Dus dat moet je ‘God en de mulder laten schaaien'.

Zoeken in Preken Online