Vijftiende zondag door het jaar A (2008)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 15e zondag · groen

We hebben tijdens de lente zonder twijfel bloemen gezaaid of kleine plantjes gepland. Rondom onze kerk groeien en bloeien ook de geraniums en de lavendel dat het een plezier is om zien. Ik zag ook deze dagen enorme ma svelden. De boer heeft het zaad gezaaid, het kleine zaad is stilaan beginnen schieten en nu groeien die planten dat het een plezier is om zien. Duizenden en duizenden tonnen ma s zullen deze velden opleveren.

Ik dacht aan dit evangelie toen ik die weidse velden zag. De natuur zit vol leven in overvloed. En Jezus vergelijkt het rijk Gods met ma skorrels die in goede grond vallen en duizendvoudig vruchten dragen.

Kijk eens uit, als je op weg gaat: de natuur spreekt over God die werkzaam is. Ook de bloemen in onze tuin of in het park: zij groeien en bloeien: een weelde om te zien. En ook de hortensia’s die dit jaar weer zo weelderig in onze tuinen bloeien: zij spreken ons over God.

Maar ze zeggen ook iets over de mens: ik zag over de ma svelden grote sproeiers die voldoende vocht geven aan de wortels in de grond. Het is de boer die ervoor zorgt dat er op tijd en stond gesproeid wordt. Als hij het niet doet, zal de aarde geen vruchten dragen. Als wij niet regelmatig onze surfinia’s of onze geraniums begieten, dan zullen we heel vlug hun vitaliteit, hun pracht en praal zien weg kwijnen. Als wij distels en netels en allerlei snel opschietend onkruid niet verwijderen zullen de bloemen verstikken, verwelken, uitbloeien.

En als we niet op tijd en stond de natuur tot rust laten komen, dan wordt ook zij moe. De natuur leeft.

Het Rijk Gods is zo weelderig als de natuur. Het zit vol pracht en schoonheid, en vol energie, onstuitbaar. Maar wij kunnen dat rijk Gods verwaarlozen, naar de knoppen helpen, door er geen zorg voor te dragen. Als we uit onze weelderige geloofstuin het onkruid niet weghalen, als we dit geloof niet voeden en onderhouden door gebed en lectuur, door contacten met andere gelovigen die ook leven van Gods geest, dan zal ons geloof vlug uitgeput geraken, dan zal het vlug gedaan zijn met de weelderige tuin van ons Godsgeloof; dan zal ons geloof geen vruchten dragen.

Het geloof leeft en kan wegsterven Als we ons geloof niet onderhouden, niet voeden, dan verdort het. Dan wordt het dor en saai, onaantrekkelijk. Niet interessant. Nutteloos. We vergeten dan hoe kostbaar het is en hoe verrijkend. Dan doen we met ons geloof wat men doet met een dorre plant.

Zo is het met het Rijk Gods in onze leven. We moeten er mee bezig zijn en er zorgzaam mee omgaan opdat het kan open bloeien en groeien. Er mee bezig zijn en op tijd en stond het rustig aandoen, niet krampachtig zijn. Ik heb ooit een plant gekregen die weelderig kan bloeien op voorwaarde dat ik hem in de winter ergens binnen zet en volledig tot rust laat komen.

Kijk deze dagen eens zo naar de natuur. Het Rijk Gods trekt erop. Je bent op dat moment aan het bidden.

Zoeken in Preken Online