Paulus en de ecologie

A-cyclus · Tijd door het jaar · 15e zondag · groen

Dat de aarde kreunt en zucht en barensweeën lijdt, dat is voor ons op zich al vreemde literatuur. Ik hoor geen enkele zanger die dit zingt of geen dichter die daaraan verzen wijdt. En de wetenschappers hebben heel andere woorden om over moeder aarde te spreken. Maar Paulus zegt nog meer. Hij spreekt van een aarde die in blijde verwachting is. Zonder de verlossing van de kinderen der mensen is de aarde zinloos. Dat is voor ons helemaal vreemd. Hoe komt die man ertoe zoiets te zeggen?

Wil hij ons een les geven in biologie? Dat kan niet. Wil hij ons iets leren over de materie die een eigen bewustzijn heeft? Als dat waar is, dan is hij meteen uiterst modern maar dat is hij niet. Hij is gewoon een rasechte Jood die zich tot Christus heeft bekeerd. Iemand die streng in de oude traditie heeft geloofd, die deze traditie heel diep heeft ingeademd. Iemand die in deze traditie tot het diepst mogelijke inzicht is gekomen.

Voor hem is er van den beginne een heilige drie-eenheid: God en de aarde en de mens. Hij zag, dat het pas goed is als deze drie op elkaar afgestemd zijn. Als er harmonie is. Sjalom. Dat is het woord voor deze droom die eeuwig actueel is. Eeuwig en altijd te plaatsen op de werkagenda van de mens. De aarde is voor de mens. zijn speelplaats, zijn werkplaats, zijn ballingschap, zijn vriend, zijn vijand, zijn kind, zijn meester, zijn kroon, zijn kruis.

De mens heeft met de aarde te maken. De mens kan niet leven zonder de aarde, zonder lucht en zon en wind en water, zonder vruchten en planten en bomen, zonder vogels en vissen, zonder dieren. Maar ook andersom is het waar: de aarde is zonder gelaat, zonder naam, zonder ordening, zonder cultuur, zonder zin als er niet een mens is die aan alles zijn plaats geeft en zijn naam.

Als aarde en mens niet elkaar ontmoeten als aarde en mens niet elkaar bevruchten, dan verstaan wij het hele liedje niet. Dan is het voor niets of niemand goed. Dan is er chaos en woestenij en wildgroei. Dan overwoekert het onkruid het leven van de aarde en van de mens. Dan is het hele lied vals. Dan overheersen de dissonanten… om er potdoof en terminaal ziek van te worden.

En hier begint de redenering van Paulus. Volgens hem heeft de Christus ons willen genezen van onze terminale ziekte! Hij geeft de aarde op-nieuw aan de mens en de mens op-nieuw aan de aarde. Met die Christus, en met Hem alleen, valt alles op-nieuw in zijn juiste plooi, wordt alles eindelijk goed. Alles op aarde, mens en ding, mens en dier, mens en storm, de éne grote drift om te leven, alles is door de komst van Christus geraakt. Alles is - en dat is Paulus op zijn best - is door die Christus genezen. Materie is niet zomaar brute, blinde materie. Maar ook de mens is niet zomaar mens. Ze worden als het ware aan elkaar teruggegeven, aan elkaar toevertrouwd. Ze ademen naar elkaar toe. Ze roepen als twee geliefden van de ene kerker naar de ander: ben je er nog? Ben je er nog voor mij? Wil je op wacht staan bij mijn eenzaamheid? Wil je op wacht staan bij mijn onvolkomenheid?

Dit is de goddelijke poëzie van dit stuk. Als de mens nu eens echt een ecoloog zou zijn! Als de mens nu eens de liturgie zou vieren van het leven! Als de mens nu eens zou vereren in plaats van te verslinden. Als de mens nu eens zou beheersen in plaats van zich te laten beheersen. Als de mens in zijn laboratorium het mysterie zou aanbidden in plaats van het te bederven. Als de mens nu eens zou leren een meester en een vriend, een eer-biedige minnaar te zijn van zijn aarde!

Dan zou God op-nieuw de vriend kunnen zijn van onze vreugde. En alles op aarde, zee en bloemen en planten, genen en hormonen, zouden zingen het eeuwig bedoelde lied: alles op aarde wordt broeder en zuster.

Maar zullen er dan minder stormen zijn en minder overstromingen? Hebben de stormen dan een hart voor de mens? Hebben de regenbakken dan medelijden met de mens? Ik denk, dat dit nooit zal gebeuren. Maar misschien zijn wij toch tot meer verweer in staat als óns hart op de juiste plaats zou liggen? Wij zijn toch niet voor niets geroepen om te heersen en om het leven te behoeden?

Zoeken in Preken Online