Het woord werkt

A-cyclus · Tijd door het jaar · 15e zondag · groen

Het woord werkt en als het woord goed klinkt heb je eigenlijk maar één woord nodig. De kerk getuigt van haar geloof in dat ene woord, zoals we vroeger bij de communie baden: “Spreek slechts één woord.” Dat is voldoende.

De Zoon van God wordt zelf het Woord van God genoemd. In het begin van het Johannes-evangelie staat daar ook: “In het begin was het Woord.” Met die Zoon van God is alles begonnen. Met Jezus Christus heeft God ons zijn Woord gegeven. Het is een woord van trouw. Als je Hem aanvaardt, dan kun je vooruit voor de eeuwigheid. Want Hij heeft woorden van eeuwig leven. Spreek slechts één woord. Hij hoeft ook maar één woord te zeggen. Hij confronteert je een ogenblik met jezelf en dat is genoeg. Hij spreekt het verlossende woord, het bevrijdende woord.

Er worden zoveel woorden gesproken. Je wordt er letterlijk mee doodgegooid. Maar dat is niet het woord van God. God heeft ons wel woorden in de mond gelegd, hele speciale woorden. Trouw is de eigenschap van Gods woord. Een woord is van God als het zich niet terugtrekt, wanneer je dat woord blijft uitspreken en blijft herhalen. Het is eens gesproken en het blijft gesproken. Je wilt het niet meer terugnemen omdat het een woord is dat opkwam in je hart. Eenmaal uitgesproken heeft het kracht en eeuwigheidswaarde. Het heeft goddelijke kracht. Het werkt en het verbindt. Wanneer twee mensen die elkaar niet kennen, tegen elkaar stommetje blijven spelen, niets zeggen, blijven ze vreemden. Maar dan maken ze samen iets mee: ze kijken samen naar buiten en de een kan het niet meer laten te zeggen: “God, wat is het hier toch mooi.” Die klank: mooi… fijn… heerlijk…, wonderlijk…, allemaal woorden uit het hart gesproken. Nu komt de ander ook op gang en er ontstaat een gesprek. Mensen zijn vaak onbeholpen om met elkaar in contact te komen. Ze hebben dan ook een onderwerp dat altijd werkt: het weer. De zon op het water, de regen of de wind, het zijn allemaal woorden waarmee de ene mens met de andere in contact komt.
Jezus sluit zich ook aan bij dit wonderlijk gegeven wanneer hij met de mensen in con¬tact wil komen. Hij spreekt over alle mogelijke dingen die de mensen kunnen zien. “Kijk”, zegt Jezus, “daar loopt een boer, die is bezig met zaaien.” Iedereen kan dat herkennen, een boer die zaait. Kijk maar goed wat er gebeurt: de boer kijkt wel goed uit maar het lukt hem niet altijd dat het zaad in goede aarde valt. Jezus laat het de mensen zien. God laat ons de dingen zien die Hij te vertellen heeft. Daarom heeft Hij alles geschapen: de bloemen, de dieren, de bomen, gemaakt om ernaar te kijken. Heel de schepping is daardoor een uitstekende weg om met mensen in contact te komen. We kunnen er samen naar kijken, er samen naar luisteren. Het is iets heel moois.
In een van de oudste talen zegt men dat het ‘woord’ een ontluikend roosje is. Die eerste mensen hebben dat goed aangevoeld. Een woord draagt in de knop iets heel rijks, iets machtigs. Het krijgt zon, het ontluikt en komt open. Als iemand tegen je zegt: ‘goh, je mag er toch zijn’, dan open je je, je straalt, je krijgt een open gezicht, een open hart. Je voelt je helemaal opgenomen in iets onuitsprekelijks. Wat dan gebeurt woordeloos. Je mag er zijn. Of je krijgt een baan. Opeens word je een ander mens, de knop gaat open, je bloeit open! Een woord is als een ontluikend roosje. Het bloeit open en je wordt jezelf. Dit doet het woord van God. Het is van die aard dat je open bloeit. Je wordt niet geboren…

Zoeken in Preken Online