15e zondag door het jaar A - 2002

A-cyclus · Tijd door het jaar · 15e zondag · groen

Zusters en broeders,

Een evangelielezing is niet altijd echt gemakkelijk te begrijpen. Bijvoorbeeld omdat het een stukje is uit een groter geheel, of omdat het gaat over woorden, gebruiken en culturen die wij niet meer kennen, of gewoon omdat het een uittreksel is uit het evangelie volgens Johannes; bij die evangelist is de kans groot dat het niet echt eenvoudig is. Maar vandaag is dat helemaal niet het geval. Jezus vertelt een parabel, en wanneer Hij dat doet, weten we meestal meteen wat Hij bedoelt.

Dat is vandaag niet anders. Hij vertelt de ons zeer bekende parabel van de zaaier, en Hij legt hem bovendien nog zelf uit ook. Een preek hoeft er eigenlijk niet meer bij. Iedereen weet dat woorden goed of slecht kunnen vallen, dat je met woorden iemand kunt helpen en genezen, maar ook kunt raken en kraken. Woorden kunnen effect hebben of ze kunnen verloren gaan. Ze kunnen niets méér zijn dan een beetje geluid dat door de wind wordt meegenomen, dat het ene oor ingaat en het andere weer uit. Of ze kunnen wortel schieten en vrucht dragen.

Zo gaat het ook met het woord van God. Veel van wat Jezus zegt, gaat verloren. De heersende religieuze kaste, de rechtsgeleerden, de hogepriesters en de farizeeërs wilden zelfs niet luisteren naar wat Hij vertelde. Zij waren de rotsige bodem waarop zijn woorden te pletter sloegen. Anderen hadden er wel oor naar, ze vonden het best interessant wat Hij vertelde, eens iets nieuws, een beetje rumoer in de winkel, maar toen ze door hadden dat ze er iets moesten voor doen, toen ze begrepen dat zijn woorden daden moesten worden, interesseerde het hun geen zier meer. Zij hielden zich liever bezig met hun eigen zaakjes dan met het Rijk Gods. Zijn woorden vielen bij hen niet in goede, maar in ondiepe aarde, of het viel onder de distels van egoïsme en eigenbelang. Maar bij enkelen, bij zijn apostelen en bij zijn andere leerlingen vielen zijn woorden wel in goede grond. Ze hadden oor voor het nieuwe dat Hij bracht, ze waren enthousiast over zijn visioen van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, en ze wilden leven en doen zoals Hij, ze wilden zich inzetten voor dat Rijk Gods waar God onder en in de mensen leeft, waar vrede belangrijker is dan macht, en liefde het eigenbelang verdringt. En zij brachten ongehoord veel vrucht voort: dertig- en zestig en honderdvoudig. Vruchten die tot vandaag de dag blijven groeien.

Zusters en broeders, zo gaat het nog altijd met Gods woord. Veel gaat verloren, maar het beetje dat wortel kan schieten, draagt rijke vrucht. Het zou mooi zijn als dat ook in ons zo was. Het zou mooi zijn als ook wij goede zaaiers en vruchtbare akkers zouden zijn. Want dat is wat Jezus ons vandaag vraagt: dat we zaaier én akker zouden zijn. Zaaier en akker in geloof en leven. Ik zou dat een beetje willen toepassen op deze tijd van het jaar. Het is vakantie, het leven gaat wat langzamer en velen onder ons gaan al eens op reis. Welnu, laten we van deze rustiger tijd een tijd van zaaien maken. Zaaien van vriendschap en vrede. In ons gezin, in onze straat, op ons werk, op reis. Eraan denken dat wij het gezicht van God zijn, dat wij zijn handen en voeten zijn, beseffen dat onze glimlach de glimlach van God is, dat ons vriendelijk woord de echo is van zijn liefde. Als we op reis gaan, of als we er gewoon eens een dagje tussenuit willen, zullen tientallen mensen voor ons moeten werken: in hotels, in winkels of warenhuizen, in restaurants en cafés: overal worden we bediend en gediend door mensen die geen vakantie hebben om onze vakantie mogelijk te maken. Wij kunnen genieten dank zij hun werk. Welnu, laten we die dienstbaarheid met vriendelijkheid beantwoorden. Een glimlach, een knikje, een dank u voor alles wat we mogen ontvangen. En gaan we niet op reis, blijven we thuis, laten we niet alleen verdraagzaam zijn tegenover elkaar, maar ook tijd hebben voor elkaar. Laten we goede zaaiers zijn van Gods vriendschap, vreugde en vrede.

En laten we ook goede aarde zijn. Openstaan voor de vriendschap van anderen, voor de zorg van anderen, voor de bezorgdheid van anderen misschien. Soms is het moeilijk om hulp te aanvaarden, soms worden we ambetant omdat anderen ons per se willen helpen, soms hebben we helemaal geen zin om de vriendelijkheid die we ontvangen met vriendelijkheid te beantwoorden. Soms zijn we geen goede, ontvankelijke aarde. Welnu, laten we proberen dat wél te zijn.

Zusters en broeders, we zingen geregeld heel mooie liederen in onze kerk. Van een daarvan luidt het refrein: Mens voor de mens te zijn, herder als God, trooster voor groot en klein, zo lief als God.

Zo lief als God. Zusters en broeders, als dat niet mooi is. En het zou nog mooier zijn als we zouden proberen zo te zijn: zo lief als God. Amen.

Download deze preek in Microsoft Word formaat

Zoeken in Preken Online