Mijn last is licht

A-cyclus · Tijd door het jaar · 14e zondag · groen

Mijn last is licht. De last die mensen op zich nemen is vaak helemaal niet licht. Het zit in de aard van het beestje om het zichzelf lastig, moeilijk te maken. Denken we alleen maar aan onze eigen gedachten, gedachten die we niet kwijt kunnen raken, het is net alsof ieder van ons het hele verleden altijd met zich mee wil blijven sjouwen, terwijl hij in het heden leeft. Daarom zijn mensen ook vaak er niet met hun gedachten hij, bij de dingen die ze aan het doen zijn. Ze denken misschien aan een oude schuld, een heel oud gevoel of vooroordeel, en daar blijven ze op gefixeerd. Als ze ‘s avonds naar bed gaan kunnen ze niet slapen omdat ze denken aan alle mogelijke dingen van de dag, van de vorige week, van het vorig jaar, noem maar op. En dan hebben we nog niet eens gesproken over de dingen die moeten gaan komen, waar men zich al gedachten over maakt: zorg en verantwoordelijkheden, angsten voor de toekomst. Men heeft intussen niet in de gaten dat men in het heden leeft.

Het heden kan toch zo aangenaam zijn, wanneer men er zich aan over geeft. Bijvoorbeeld als je in bed ligt, je hebt hard gewerkt, dan is dat heel zalig, je kunt je aan je rust overgeven en slapen is iets heerlijks. Maar je geeft je er niet aan over omdat je zo bezig bent met wat geweest is, of je ligt te woelen in je bed over de dingen die komen zullen. In je gedachten heb je een voorstelling van hoe het komen kan en daarom word je onrustig. Maar zoals het komt zo heb je het niet bedacht. Doorgaans is het heel anders, immers het leven hebben we niet in de hand en kunnen wij ook niet naar onze hand zetten. Het leven is zo verrassend dat er altijd iets gebeurt waar jij nog niet aan gedacht hebt. En als het dan komt, dan kun je er niet op ingaan omdat je er een andere voorstelling van hebt. Dan zeg je: ja maar, dat kan helemaal niet. Door onze instelling horen we vaak positieve dingen eenvoudigweg niet.

Omdat we ongelooflijke zware lasten op ons genomen hebben, om dat gewichtige zware verleden van ons, komt een opwekkend woord er niet in. Ik ben verlamd, ik heb een neerdrukkend gevoel, en dat is blijkbaar zo zwaarwichtig dat we de positieve dingen die er iedere dag gebeuren eenvoudig weg niet horen of zien. Het heden is niet aangenaam omdat we er niet met onze gedachten en ons hart bij zijn. God schenkt ons dag in dag uit tekenen, geeft ons attenties, maar wij zijn niet thuis; wij zijn in het huis van gisteren of morgen. Daarom kan wat God ons geeft, wat mensen ons geven, niet bij ons binnenkomen. Kijk, en dat bedoelt Jezus eigenlijk: “Mijn last is licht.” Ga in op het moment dat God je iets wil geven. God geeft je de hele dag, geeft je ieder moment, Hij geeft je alle mogelijke goede dingen. Maar we krijgen ze niet omdat we onze ogen en oren dicht hadden.

Alles is geschonken van Godswege, laat al die zorgen toch even, al die belasting, al die uitputting, kom even bij Mij. Wat put ons dan zo uit? Ik denk het feit, dat we nooit tevreden zijn, dat het altijd beter moet. We jagen onszelf op tot grotere prestatie en denken dat onze medemens daarop zit te wachten. Deemoed en nederigheid, jezelf zijn, je niet zo opblazen kan je goed van pas komen, Ik hoor in het evangelie van vandaag een pleidooi voor een andere vorm van leven, wat eenvoudiger, opener en zeker dichter hij de grond.

Zoeken in Preken Online