Jezus legt in de tekst van vandaag een verband tussen dingen die verborgen gehouden worden, maar die hij openbaart en een juk dat van onze schouders genomen wordt. Bovendien heeft hij het er over dat kinderen dit gemakkelijker afgaat dan de wijzen en verstandigen.
Hij heeft het over een soort van bewustzijn, dat is duidelijk. Dat bewustzijn heeft iets te maken met het koninkrijk Gods, ook dat is niet moeilijk te zien in de context. Het zich openen voor dat koninkrijk is de moeilijkheid. Het zich bewust zijn van die uitdaging aan ons mens-zijn is waar het hier over gaat. Je kunt natuurlijk aan die uitdaging proberen te ontkomen. Je kunt ze onderdrukt en verborgen houden voor jezelf en in jezelf. Dat kun je met zoveel bewustzijnszaken.
Je weet dat roken slecht voor je is, maar je ontkent het. Je weet dat een bepaalde relatie niet opbouwend is, maar je negeert dat. Je weet datje veel meer drinkt dan goed voor je is, maar je zegt tegen jezelf dat je in ieder geval geen alcoholist bent, en datje er zonder hulp, op welke dag dan ook, gemakkelijk mee zou kunnen stoppen. Je weet dat er iets in je lijf aan het gebeuren is, waar een dokter eens naar zou moeten kijken, maar je stelt het uit, omdat je jezelf ervan overtuigt daar nu geen tijd voor te hebben. Allemaal zaken die van je bewustzijn je onderbewuste in geduwd worden, en die dat onbewuste tot een steeds grotere last maken. Een last, die we niet op onze schouders nemen, maar die ons wel blijft bedrukken, al is het alleen maar in dromen, waarin we dan in eindeloze gangen door een groot gevaar achtervolgd worden; of waarin we ergens acuut door bedreigd worden, terwijl we niet weg kunnen lopen omdat we plotseling geen lid van ons lichaam kunnen bewegen.
Dit alles geldt niet alleen voor de meer persoonlijke problemen die zo uit ons bewustzijn weggedrongen worden. Het gaat Jezus ook niet alleen over die persoonlijke dingen alleen, en misschien zelfs niet op de allereerste plaats. Bezien vanuit zijn ‘koninkrijk van God’-ideaal waarin de hele mensenfamilie samen met de natuur een harmonieus geheel vormt, moet er in onze wereld economisch, sociaal, politiek, structureel, en ecologisch nog veel gebeuren. Het zijn ook die aspecten van zijn koninkrijk, die we vaak voor onszelf verbergen, hoewel we er wel degelijk weet van hebben. Misschien is dat zelfs wel de zwaarste last die we dragen. Wellicht is het zelfs de reden dat zovelen het slachtoffer worden van die andere, meer persoonlijke lasten als verslaving, chaotische persoonlijke betrekkingen, angst, en het gevoel van zinloosheid.
Wat Jezus ons vraagt is niet van die werkelijkheid weg te lopen. Ze niet verborgen te houden. Ze niet te verdringen. Ze niet langer als een bedreiging voor ons leven te beschouwen, maar ze op ons te nemen als een last die dan inderdaad bevrijdend in onze levens zal werken. Het juk van Jezus is de last om zich van dit alles bewust te worden. ‘Neemt mijn juk op uw schouders en leert van mij; en gij zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.'
Jezus zegt niet dat dit nieuwe bewustzijn ons geen juk oplegt. Dat doet het zeker. Maar hij meent dat die last op den duur veel lichter te dragen is dan de terreur die ze kan veroorzaken als ze onderdrukt en verborgen blijft. Wat in het donker van het onderbewustzijn de oorzaak van veel nachtmerries, spanningen, depressies en dergelijke ellende is, kan, eenmaal aan het licht gebracht en bewust gemaakt, een bron van inspiratie en creativiteit worden. Wat eens een last was geeft ons nu kracht, en in onze dromen beklimmen we zelfs steile hellingen zonder de minste moeite.
Je kunt het koninkrijk ontkennen, maar dat betekent nog niet dat je aan de eisen ervan kunt ontsnappen; zelfs de wijzen en verstandigen onder ons kunnen dat niet.
Zo komen we weer bij de kinderen terecht, die Jezus ons als voorbeeld geeft. Die hebben zo vaak een haarscherp inzicht in rechtvaardigheid en goedheid, dat het voor ouderen vaak maar beter is niet naar hun opinie aangaande hun ‘volwassen’ beslissingen en activiteiten te vragen. Het zou te vaak hard aan komen. Opmerkingen van kinderen doen dat wel vaker, zelfs in de sprookjes die ze ons zo graag horen vertellen, bijvoorbeeld van die keizer die niets om het lijf had.