Wanneer nemen we onze toevlucht tot God? Wanneer spreken we Hem rechtstreeks aan? Wanneer we voelen dat we Hem werkelijk nodig hebben. Meestal is dat het geval als we echt in nood zijn door ziekte, verdriet, tegenslag en dergelijke. Dan gaan we soms spontaan bidden en komen de woorden vanzelf.
Het is inderdaad goed op zulke momenten te bidden. Jezus vraagt daar uitdrukkelijk om: ‘Kom allen naar Mij toe die afgemat en belast zijt, en Ik zal u rust geven.’ Hij richt zich daarbij in de eerste plaats tot mensen die er niet in slagen de wet te onderhouden. Maar Hij beperkt zijn aansporing niet tot hen alleen. In meerdere parabels vraagt Hij ons nooit op te houden met bidden en smeken. Met alles wat ons hart bezwaart, mogen we naar Hem toegaan. Bidden en smeken geven blijk van groot geloof en vertrouwen. Toch voelen we aan dat er iets hapert als we alleen maar naar God toegaan wanneer we in de miserie zitten. Dan dient God enkel om onze noden en behoeften te verhelpen. Hij fungeert als de spoedgevallendienst in een ziekenhuis.
Jezus vraagt dat wij naar Hem zouden komen met alles wat ons belast en bezwaart. Hijzelf heeft dat ook gedaan, onder andere tijdens de bange uren vlak voor zijn dood. Hij kon dat ongegeneerd doen, omdat Hij zo dikwijls tot zijn Vader gebeden had om Hem… te danken. Zo ook in deze perikoop. Jezus bidt: ‘Ik dank U, Vader, Heer van hemel en aarde.’ Jubel en dank wellen spontaan in Hem op. Wie zo kan bidden, mag verder alles vragen aan God.
Er wordt in de Schrift veel geklaagd en gevraagd. Maar dat gebeurt binnen de fundamentele houding van dankbaarheid tegenover God. Wie God om duizend redenen heeft leren danken, kan en mag en durft ook met al zijn kwellingen en vragen naar Hem toegaan. Hij hoeft zich niet te schamen, want dankbaarheid zal altijd zijn eerste en laatste woord blijven.
Ik ben ervan overtuigd dat we heel wat moeilijke dingen in het leven beter zouden aankunnen als we God iedere dag zouden danken om het vele goede wat er ook is. Maar vaak vergeten we dat. We letten er gewoon niet op. En we moeten toegeven dat onze beschaving niet aanzet tot dankbaarheid. We vinden het vanzelfsprekend dat alles naar onze zin verloopt. Dat komt omdat we veel met techniek omgaan. Een apparaat behoort goed te functioneren. Maar niemand haalt het in zijn hoofd om bijvoorbeeld zijn auto te bedanken voor zijn goede diensten. Zo komt het dat dankbaarheid misschien wel de meest verwaarloosde plicht is. Vermoedelijk ligt daar een van de redenen waarom we het moeilijk hebben met het geloof. Tegenover de Schepper past in de eerste plaats dank en jubel. Wie aandachtig leeft, zal altijd redenen vinden om God te danken. In overvloed.