Dit beluisterde evangelie is het slot van Jezus’ zendingsrede, waarin Mattheus diverse uitspraken van Jezus over het ‘leerling zijn’ heeft gegroepeerd.
\
- Die eerste zin is hard: “Wie vader of moeder…, zoon of dochter meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig.” Bij Lucas klinkt het nog harder: “ Wie zijn vader, moeder, vrouw en kinderen, broers en zusters… niet haat, kan mijn leerling niet zijn.” ( Lc 14,26). Lucas vertaalt hier al te letterlijk uit het Aramees. ‘Haten’ staat hier voor ‘ondergeschikt beminnen’. Hoe dan ook, Jezus eist alle liefde op voor zich. Is dat niet een teken van ongehoorde zelfzucht en pretentie ?
\
- Het gaat hier om een grondoptie: de absolute voorrang van liefde tot God, die in Christus, hun rabbi, aanwezig is. Deze liefderelatie gaat aan alles vooraf. Precies in harmonie met God, zijn we in staat correct te handelen. – Men zegt soms: “ We moeten ook God een plaats geven in ons leven.” We kunnen God niet zomaar een plaats geven zoals we een boek in onze bibliotheek plaatsen. God neemt per definitie alle plaats in. Zo kunnen we in onze zomertuin het zonlicht geen plaats geven; de tuin wordt met zonlicht overgoten, en alle leven profiteert van dat licht. Een vis kan het water geen plaats geven; hij zwemt in het water; hij concurreert niet met het water, maar hij leeft ervan. Wij baden in God: “ In Hem leven, bewegen en zijn wij.” ( Hand. 17,28)
\ - Zo ook verdringt de voorrang aan Gods liefde de andere liefdes niet. Integendeel. Gods liefde is uitgangspunt. “De Liefde is uit God” ( I Joh 4, 7). Dat draaien we niet om. Gods Liefde doordrenkt de andere liefdes, zuivert ze, verdiept ze, verrijkt ze, verruimt ze. Vanuit die Liefde kunnen we een profeet opnemen, die ons het nodige woord toespreekt en een deugdzame man opnemen - dat deden de Joden ook - maar we kunnen ook een kleine een beker water geven. De aandacht voor het kind was ongewoon en origineel. Dit soort liefde bevrijdt ons van pure filantropie, zodat we zelfs, vreemden en vijanden kunnen liefhebben. - Waar gehuwden elkaar liefhebben in de liefde van God, en waar hun kinderen elkaar en hun ouders leren liefhebben vanuit Gods liefde, krijgt deze liefde in hen diepe wortels, wordt ze rijker en bestendiger. Waar we in parochie of in een gemeenschap eenheid maken in Christus, draagt deze eenheid verbazend veel vrucht.
\ - Wanneer Jezus zijn nieuw gebod gaf: “Bemint elkaar zoals Ik u heb liefgehad” ( Joh 13,34), zegt Hij feitelijk in zijn taal: “Bemint elkaar vanuit Mij”. Dat was juist het nieuwe van dit gebod. En dat vraagt Jezus in zijn hoogpriesterlijk gebed: “…opdat de liefde waarmee Gij Mij hebt liefgehad, in hen moge zijn, en Ik in hen.”( Joh 17,26) - In het Internationaal Congres van het Katholiek Onderwijs in Dakar ( 15 j. terug) heeft men duidelijk gesteld, dat de vrijheid van onze jeugd moet verrijkt worden met de liefde, en dat deze liefde gedragen moet worden door een persoonlijke liefde die God is.- Alle relatievorming en alle humane waarden worden daardoor anders. Maar die levende God, die we vandaag doodzwijgen, wil het hart zijn van onze verkondiging.
\
- Er is ook een tweede zin die hard aankomt: “Wie zijn kruis niet opneemt en Mij volgt, is Mij niet waardig.” Bij Lucas: “… kan hij mijn leerling niet zijn.” ( Lc 14, 27).
\
- In het Aramees is “kruis” (de kruisbalk die de veroordeelde tegen beide schouders droeg) hetzelfde als “juk”. Van Jezus’ kruisdood was toen nog geen sprake. Wellicht heeft Jezus gezegd: “mijn juk” met een vergaande bijbetekenis. Zijn juk zal zijn kruis worden. In het Bijbel was er sprake van het “juk van de wijsheid” (J.Sir.). Bij de rabbijnen werd het de Wet met tal van ondragelijke voorschriften. Jezus was het die zei: “ Neemt mijn juk op uw schouders… Mijn juk is zacht en mijn last is licht.” ( Mt 11, 29) - In liefdevolle relatie met Hem, wordt zijn last mogelijk en eenvoudig .
\ - Al deze woorden komen uit de context van het ‘leerling zijn’. De oosterse schoolvorming is ons onbekend. De leerling volgde letterlijk de rabbi, moest dag en nacht het leven met hem delen: samen op straat, in de boot, aan tafel… De leerlingen observeerden de rabbi. Ze waren getuigen van zijn woorden en daden. Bij Jezus ging dat heel ver. Ze moesten radicaal alles achter zich laten. Ze traden binnen in zijn intimiteit. Leerling van Jezus zijn is in nauwe ik-u-relatie met Hem leven, om open te bloeien in een universele liefde naar anderen. En Jezus identificeerde zich met hen: “Wie u opneemt, neemt Mij op, en wie Mij opneemt, neemt Hem op die Mij gezonden heeft.”
\ - Op een synode in Erfurt vroeg Mgr Scheurs aan een student in theologie, wat hij het belangrijkste vond als christen in deze tijd. En de student antwoordde: “ Dat we leerling van Jezus zijn.”- Maar Abt Louf getuigde van zichzelf: “ Het valt niet gemakkelijk leerling van Jezus te zijn…Sinds de liefde van Jezus in mijn leven opdaagde, werd er alles ondersteboven gegooid.” - De Franse denker Marcel Légaut schreef: “ De zwakte van de Kerk bestaat wellicht hierin, dat velen aandacht geven aan wetten en voorschriften in de Kerk, maar weinigen wensen leerling van Jezus te zijn.” Dat zijn twee verschillende zaken. Toch is elke christen geroepen om zijn leerling te zijn. De leerling is een verliefde, overstelpt door Gods Liefde, om van daaruit naar de anderen te gaan.