13e zondag - homilie bij afscheid (2005)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 13e zondag · groen

Als je in de bijbelboeken over de Uittocht leest en die veertig jaren in de woestijn, dan blijft toch een beetje het beeld hangen van een mokkende groep mensen, die maar niet wil luisteren en die worden aangevoerd door een kort aangebonden man met ellenlange lijsten met ge- en verboden. Maar vandaag is Mozes de mildheid zelve. De woestijntocht is voorbij. Mozes neemt voor het allerlaatst het woord: De geboden die ik u vandaag geef, zijn niet te zwaar voor u en zij liggen niet buiten uw bereik. Ze zijn niet in de hemel en u hoeft niet te zeggen: “Wie zal naar de hemel gaan om ze voor ons te halen en ze ons te laten horen, zodat wij ze kunnen volbrengen?” Ze zijn niet overzee en u hoeft niet te zeggen: “Wie zal de zee oversteken om ze voor ons te halen en ze ons te laten horen, zodat wij ze kunnen volbrengen?” Nee, het woord is dicht bij u, in uw mond en in uw hart. U kunt het dus volbrengen. Deze woorden komen uit de laatste toespraak van Mozes die hij uitspreekt vlak voor het volk het beloofde land zal binnengaan. Vanaf hier scheiden de wegen van Mozes en het godsvolk en Mozes sterft. En hoewel heel toepasselijk nu ik vandaag afscheid neem, heb ik niet de eigendunk me met Mozes te vergelijken, hoop ik nog heel lang te leven en zie ik jullie niet als een mokkende en morrende meute.

Paulus haalt deze woorden aan in zijn brief aan de Romeinen. Hij wil laten zien dat het niet aankomt op wat je allemaal doet, of gedaan hebt. Je hoeft ook niet te zoeken naar tekens of bewijzen om houvast te vinden. Nee, het is er al. Het geloof van je hart brengt de gerechtigheid en de belijdenis van je mond de redding, schrijft hij aan Rome. Waar begint het? Daar begint het! Het begint bij het geloof dat in je is en het vertrouwen dat uit je spreekt. En is al het andere dan niet van belang? Natuurlijk wel, maar we hoeven niet te rekenen/ af te rekenen in termen van succes of mislukking. We hoeven niet af te rekenen, ter verantwoording te roepen, recht te halen, te beoordelen en veroordelen, doelen te halen. In het geloof komt het hier niet op aan. Alles wat we doen is mensenwerk. En wat een mislukking lijkt, kan met andere ogen een zegen blijken. Paulus haalt het leven van Jezus zelf aan. Zijn leven was met zijn jonge en gruwelijke sterven op een afschuwelijke mislukking uitgelopen. Maar zijn leerlingen, zijn vrienden, zetten zijn missie voort tot op de dag van vandaag.

U kent ze wel de films, waarin na het overlijden van een rijkaard de familie bij de notaris zit in afwachting van de miljoenen die ze verwachten in de schoot geworpen te krijgen. De notaris leest de laatste wilsbeschikking voor en dan blijkt dat ze niets krijgen op wat prullen na. De ontsteltenis en verontwaardiging op de gezichten wanneer zij in het testament niet toebedeeld krijgen waar zij meenden recht op te hebben. Ik heb een beetje het gevoel met deze laatste toespraak een testament achter te laten. Ik laat jullie geen geld na, daarin kun je dus niet teleurgesteld zijn. Mijn laatste wil, mijn testament –dat is getuigenis- gaat over ons, hier samengekomen.


We zijn hier niet toevallig bij elkaar. We zijn ook niet bij elkaar omdat ik afscheid neem vandaag. We zijn bij elkaar omdat Jezus Christus ons geroepen heeft, omdat wij zijn stem hebben gehoord en in beweging zijn gekomen. Zo is deze kerk, dat zijn wij, hier samen, deze kerk op ’t Zand. En: dit is een goeie plek. Dit is een goeie parochie. En dat zeg ik niet (alleen) omdat het hier goed loopt, want het is allemaal mensenwerk. Dat t’ Zand een goeie plek is, is het gevolg van iets anders. Jezus spreekt over een opdracht. Eigenlijk staat er gewoon gebod. Eén gebod krijgen ze. Het gebod om lief te hebben. Nu is dat al een contradictio in terminis. Zoiets als: ik eis dat je van me houdt. Ja, zo werkt dat natuurlijk niet. Het gebod om lief te hebben is geen eis, maar inderdaad een opdracht, een levensopdracht.

En voor Jezus die opdracht uitdeelt, zegt hij eerst dat God ons liefheeft en dat hij zelf ons liefheeft. De bron van liefde is God en vanuit die bron kunnen wij putten en liefhebben. En daar hoef je geen grootse dingen voor te doen. Je hebt er zelfs geen beleidsplan voor nodig, geen kwartaalcijfers, geen doelstellingen. Je hoeft er niet hard voor te lopen, nee, juist niet zou ik zeggen. Je moet je openstellen, transparant zijn, zodat Gods liefde door je heen kan schijnen. En waar die liefde schijnen mag, daar voel je Gods betrokkenheid.

Mijn stelling is: hier zijn mensen die Gods liefde uitstralen. En ik durf dat te zeggen, omdat ik op ’t Zand het geloof en de liefde van mensen heb gezien. Ik durf dat te zeggen, omdat ik zo velen zie die oprecht hun geloof leven. Er is zorg en betrokkenheid. Voor elkaar, voor mensen die het alleen niet redden, voor mensen die het kunnen gebruiken. Sommigen van jullie zijn voor mij een voorbeeld geweest, zonder dat jullie dat weten. Ik wil één iemand noemen. Ik durf dat, omdat hij hier niet is, we hebben vorig jaar helaas afscheid van hem moeten nemen: Joop de Wit. Hij was een man van diep beleefd en geleefd geloof. Hij voelde zich nooit te goed om wat ook te doen. Om schoon te maken, op te ruimen, zijn handen vies te maken. Een man die talloze ontheemden en verdwaalden in onze stad bijstond en nooit een dankjewel verwachtte. Ik heb deze grootse mens mogen leren kennen hier op ’t Zand en ik heb gezien wie hij was, een rank aan de wijnstok, een rechtvaardige. Maar ik zou nog vele anderen kunnen noemen. Mannen en vrouwen die hier komen en samen zoeken naar God en zich door God laten vinden. Daarom is ’t Zand een goeie plek.

Tot slot wil ik iets zeggen over afscheid nemen. Ik iedereen bedanken. Bedanken voor alle goede wil die ik tegenkwam. Bedanken voor jullie betrokkenheid bij de parochie. Bedanken voor het diepe en soms onverwachte geloof dat ik heb gezien. Ik wil iedereen die ik onbedoeld heb gekwetst of gebruskeerd vergeving vragen. Het geestelijk testament dat ik achterlaat heeft te maken met goud. Het is niet alles goud wat er blinkt, maar er is veel goud dat alleen maar opgepoetst hoeft te worden om het te laten blinken. Je hoeft niet ver te kijken, het is er al. Kijk naar wie naast je zit op de kerkbank, kijk in je eigen hart en zie hoe je kunt stralen.

Zoeken in Preken Online