Als je in de bijbelboeken over de Uittocht leest en die veertig jaren
in de woestijn, dan blijft toch een beetje het beeld hangen van een
mokkende groep mensen, die maar niet wil luisteren en die worden
aangevoerd door een kort aangebonden man met ellenlange lijsten met ge-
en verboden. Maar vandaag is Mozes de mildheid zelve. De woestijntocht
is voorbij. Mozes neemt voor het allerlaatst het woord: De geboden die
ik u vandaag geef, zijn niet te zwaar voor u en zij liggen niet buiten
uw bereik. Ze zijn niet in de hemel en u hoeft niet te zeggen: “Wie zal
naar de hemel gaan om ze voor ons te halen en ze ons te laten horen,
zodat wij ze kunnen volbrengen?” Ze zijn niet overzee en u hoeft niet
te zeggen: “Wie zal de zee oversteken om ze voor ons te halen en ze ons
te laten horen, zodat wij ze kunnen volbrengen?” Nee, het woord is
dicht bij u, in uw mond en in uw hart. U kunt het dus volbrengen. Deze
woorden komen uit de laatste toespraak van Mozes die hij uitspreekt
vlak voor het volk het beloofde land zal binnengaan. Vanaf hier
scheiden de wegen van Mozes en het godsvolk en Mozes sterft. En hoewel
heel toepasselijk nu ik vandaag afscheid neem, heb ik niet de eigendunk
me met Mozes te vergelijken, hoop ik nog heel lang te leven en zie ik
jullie niet als een mokkende en morrende meute.
Paulus haalt
deze woorden aan in zijn brief aan de Romeinen. Hij wil laten zien dat
het niet aankomt op wat je allemaal doet, of gedaan hebt. Je hoeft ook
niet te zoeken naar tekens of bewijzen om houvast te vinden. Nee, het
is er al. Het geloof van je hart brengt de gerechtigheid en de
belijdenis van je mond de redding, schrijft hij aan Rome. Waar begint
het? Daar begint het! Het begint bij het geloof dat in je is en het
vertrouwen dat uit je spreekt. En is al het andere dan niet van belang?
Natuurlijk wel, maar we hoeven niet te rekenen/ af te rekenen in termen
van succes of mislukking. We hoeven niet af te rekenen, ter
verantwoording te roepen, recht te halen, te beoordelen en veroordelen,
doelen te halen. In het geloof komt het hier niet op aan. Alles wat we
doen is mensenwerk. En wat een mislukking lijkt, kan met andere ogen
een zegen blijken. Paulus haalt het leven van Jezus zelf aan. Zijn
leven was met zijn jonge en gruwelijke sterven op een afschuwelijke
mislukking uitgelopen. Maar zijn leerlingen, zijn vrienden, zetten zijn
missie voort tot op de dag van vandaag.
U kent ze wel de films,
waarin na het overlijden van een rijkaard de familie bij de notaris zit
in afwachting van de miljoenen die ze verwachten in de schoot geworpen
te krijgen. De notaris leest de laatste wilsbeschikking voor en dan
blijkt dat ze niets krijgen op wat prullen na. De ontsteltenis en
verontwaardiging op de gezichten wanneer zij in het testament niet
toebedeeld krijgen waar zij meenden recht op te hebben. Ik heb een
beetje het gevoel met deze laatste toespraak een testament achter te
laten. Ik laat jullie geen geld na, daarin kun je dus niet
teleurgesteld zijn. Mijn laatste wil, mijn testament –dat is
getuigenis- gaat over ons, hier samengekomen.
We zijn hier
niet toevallig bij elkaar. We zijn ook niet bij elkaar omdat ik
afscheid neem vandaag. We zijn bij elkaar omdat Jezus Christus ons
geroepen heeft, omdat wij zijn stem hebben gehoord en in beweging zijn
gekomen. Zo is deze kerk, dat zijn wij, hier samen, deze kerk op ’t
Zand. En: dit is een goeie plek. Dit is een goeie parochie. En dat zeg
ik niet (alleen) omdat het hier goed loopt, want het is allemaal
mensenwerk. Dat t’ Zand een goeie plek is, is het gevolg van iets
anders. Jezus spreekt over een opdracht. Eigenlijk staat er gewoon
gebod. Eén gebod krijgen ze. Het gebod om lief te hebben. Nu is dat al
een contradictio in terminis. Zoiets als: ik eis dat je van me houdt.
Ja, zo werkt dat natuurlijk niet. Het gebod om lief te hebben is geen
eis, maar inderdaad een opdracht, een levensopdracht.
En voor
Jezus die opdracht uitdeelt, zegt hij eerst dat God ons liefheeft en
dat hij zelf ons liefheeft. De bron van liefde is God en vanuit die
bron kunnen wij putten en liefhebben. En daar hoef je geen grootse
dingen voor te doen. Je hebt er zelfs geen beleidsplan voor nodig, geen
kwartaalcijfers, geen doelstellingen. Je hoeft er niet hard voor te
lopen, nee, juist niet zou ik zeggen. Je moet je openstellen,
transparant zijn, zodat Gods liefde door je heen kan schijnen. En waar
die liefde schijnen mag, daar voel je Gods betrokkenheid.
Mijn
stelling is: hier zijn mensen die Gods liefde uitstralen. En ik durf
dat te zeggen, omdat ik op ’t Zand het geloof en de liefde van mensen
heb gezien. Ik durf dat te zeggen, omdat ik zo velen zie die oprecht
hun geloof leven. Er is zorg en betrokkenheid. Voor elkaar, voor mensen
die het alleen niet redden, voor mensen die het kunnen gebruiken.
Sommigen van jullie zijn voor mij een voorbeeld geweest, zonder dat
jullie dat weten. Ik wil één iemand noemen. Ik durf dat, omdat hij hier
niet is, we hebben vorig jaar helaas afscheid van hem moeten nemen:
Joop de Wit. Hij was een man van diep beleefd en geleefd geloof. Hij
voelde zich nooit te goed om wat ook te doen. Om schoon te maken, op te
ruimen, zijn handen vies te maken. Een man die talloze ontheemden en
verdwaalden in onze stad bijstond en nooit een dankjewel verwachtte. Ik
heb deze grootse mens mogen leren kennen hier op ’t Zand en ik heb
gezien wie hij was, een rank aan de wijnstok, een rechtvaardige. Maar
ik zou nog vele anderen kunnen noemen. Mannen en vrouwen die hier komen
en samen zoeken naar God en zich door God laten vinden. Daarom is ’t
Zand een goeie plek.
Tot slot wil ik iets zeggen over afscheid
nemen. Ik iedereen bedanken. Bedanken voor alle goede wil die ik
tegenkwam. Bedanken voor jullie betrokkenheid bij de parochie. Bedanken
voor het diepe en soms onverwachte geloof dat ik heb gezien. Ik wil
iedereen die ik onbedoeld heb gekwetst of gebruskeerd vergeving vragen.
Het geestelijk testament dat ik achterlaat heeft te maken met goud. Het
is niet alles goud wat er blinkt, maar er is veel goud dat alleen maar
opgepoetst hoeft te worden om het te laten blinken. Je hoeft niet ver
te kijken, het is er al. Kijk naar wie naast je zit op de kerkbank,
kijk in je eigen hart en zie hoe je kunt stralen.
13e zondag - homilie bij afscheid (2005)
A-cyclus · Tijd door het jaar · 13e zondag · groen