Afgelopen dinsdag was ik op bezoek bij mijn ouders. Tijdens het eten
praatten we over van alles en nog wat, onder meer over het feit dat ze
voor het eerst overgrootouders geworden waren. Op een gegeven moment
vroeg mijn moeder: “Waar ben je op het ogenblik mee bezig?” Ik
antwoordde: “Met de preek voor aanstaande zondag. Er staat voor die dag
een tekst aangegeven, waar ik, eerlijk gezegd, nogal wat moeite mee
heb.” “Waar gaat het dan over?”, vroeg ze belangstellend. “Wie vader of
moeder bemint boven mij, is mij niet waard.” “Wie heeft dat nou
gezegd”, reageerde ze enigszins geërgerd. “Jezus, in het evangelie”,
zei ik. “Och ja, natuurlijk, dat is waar ook”, antwoordde zij weer.
Misschien dat u net zo reageerde op die eerste zin uit het evangelie
van vandaag. Wat moet je daar nou mee? Het is een tekst die tot rare
gevolgen heeft geleid. Zo herinner ik me verhalen van mannen en vrouwen
die in het klooster waren, en die op basis van deze tekst geen
toestemming kregen om naar de zilveren bruiloft van hun ouders te gaan,
of naar het huwelijk van een broer of zus, of naar de begrafenis van
een lid van het gezin. Zou dat nu echt de bedoeling zijn geweest van
Jezus? Ik kan het me niet voorstellen.
Er zijn teksten in de bijbel die haaks staan op de manier van zeggen en
doen van ons in deze tijd. Er staan in de bijbel uitspraken waar we het
hartgrondig mee oneens zijn. De vraag is dan: wat moet ik ermee? Vaak
is het zo, dat je met behulp van enige uitleg of na langdurig proeven
toch de zin ervan ontdekt. Maar het kan ook zijn, dat je van bepaalde
teksten moet zeggen: deze tekst is wrakhout, laat die maar
voorbijdrijven, klamp je er maar niet aan vast. Zo leerde ik van mijn
professor die les gaf over de bijbel. Het evangelie van vandaag is
volgens mij geen wrakhout, maar een tekst waarop je net zolang moet
zitten broeden, totdat er iets uit komt.
Deze tekst daagt ons uit om na te gaan waar het nu uiteindelijk om gaat
in het leven. Of om het zakelijk te zeggen: wat zijn de prioriteiten in
ons leven? Het zou dwaas zijn om te veronderstellen, dat Jezus ons
oproept om vader of moeder niet te beminnen. Ik vermoed dat Jezus hier
zijn volgelingen even de tien geboden in herinnering wil brengen.
Daarvan gaan de eerste vier over onze relatie met God, en de laatste
zes over onze relatie met onze medemens. “Gij zult geen andere goden
naast mij hebben. Gij zult u geen godsbeeld maken. Gij zult de naam van
uw God niet ijdel in de mond nemen. Gedenk de sabbatdag.” En dan komt,
als een soort scharnier, het vijfde gebod: “Eer vader en moeder”.
Je zou kunnen zeggen dat Jezus ons uitnodigt om al onze liefdevolle en
wezenlijke relaties een plaats te geven binnen de liefdevolle relaties
met hem. “Bemin vader of moeder niet boven mij, bemin zoon of dochter
niet boven mij”, vraagt hij. Je zou ook kunnen zeggen: “Bemin vader of
moeder niet buiten mij, bemin zoon of dochter niet buiten mij.” Alleen
zó ben je Jezus waard, of anders gezegd: alleen zó begrijp je waar het
Jezus om te doen is.
Aan zijn woorden over onze relatie met ouders en kinderen knoopt Jezus
nog een derde uitspraak vast: “En wie zijn kruis niet opneemt en mij
achterna gaat, is mij niet waard.” Ondanks de levengevende relatie met
ouders en kinderen krijgen we ook te maken met pijn en verdriet, met
teleurstelling en afwijzing, met schaduwkanten en angsten in ons
bestaan. Dat is onvermijdelijk, die horen bij ons leven. Het is een
kruis dat wij te dragen hebben. Maar we kunnen van Jezus leren hoe we
dat moeten doen. “Ga mij maar achterna, en kijk hoe ik het doe”, laat
hij ons weten. Daarover kunnen we lezen in het evangelie, maar daarover
kunnen we ons ook laten inlichten door het leven van inspirerende
mensen, die geleefd hebben of die nog leven.
Ook het tweede deel van het evangelie van vandaag is weerbarstig: “Wie
zijn leven vindt, zal het verliezen; en wie zijn leven verliest omwille
van mij, zal het vinden.” Weer zo"n uitspraak die je pas kunt begrijpen
als je hem diep bij je laat binnenkomen en je afvraagt: Wat zou dit
voor mij kunnen betekenen? Ik vermoed dat Jezus ons het volgende wil
zeggen. Wie zich vastklampt aan zijn leven zoals het is, zal
uiteindelijk met lege handen zitten. Ons leven is méér dan wat je weet
of ziet of in handen hebt. Ons leven kent een diepere dimensie. Als we
willen kunnen we ook een relatie aangaan met Jezus, en pas daardoor zal
ons leven verrijkt worden. Pas door te kiezen voor hem, zullen we het
leven vinden zoals het bedoeld is. In het derde deel van het evangelie
van vandaag spreekt Jezus over het belang van ontvangen. Het hoort bij
het leven van een mens om anderen bij zich binnen te laten, letterlijk
of figuurlijk. Gastvrijheid kan ons verrijken en verrassen. Zonder dat
we het weten krijgen we op die manier een profeet, een rechtvaardige of
een leerling van Jezus in ons huis, mensen die een belichaming zijn van
God zelf. Door een mens te ontvangen, kun je Jezus ontvangen, en door
Jezus te ontvangen, kun je God zelf ontvangen. Gastvrijheid kan zich
uiten in hele kleine dingen, zoals één beker koud water. Dat lijkt niet
veel, maar als het heet is, zoals in deze dagen, weet je uit ervaring
hoe welkom zoiets is. Gastvrijheid heeft dus ook te maken met proberen
aan te voelen wat een ander nodig heeft.
In het evangelie van vandaag leert Jezus hoe we kunnen beminnen, hoe we
kunnen vinden en verliezen, en hoe we kunnen ontvangen. Het zijn lessen
die een fundament vormen voor een gelukkig leven. Laten we dankbaar
zijn voor die blijde boodschap.
13e zondag door het jaar (2005)
A-cyclus · Tijd door het jaar · 13e zondag · groen