“Wie meer houdt van zijn vader of moeder dan van mij, is mij niet waard”. Ergens anders in het evangelie wordt het nog sterker uitgedrukt: “Wie zijn vader of moeder niet haat, kan mijn leerling niet zijn”. Dit zijn bepaald geen teksten die je het eerst te binnen schieten, wanneer je iemand ervan wilt overtuigen dat liefde het centrale thema van het evangelie is. Die woorden bewijzen ook dat het niet waar kan zijn dat je de bijbel van kaft tot kaft letterlijk moet nemen. Die woorden zijn bovendien moeilijk te rijmen met het vierde gebod: “Eer uw vader en uw moeder”. Hoe moeten wij die woorden dan verstaan? Iedereen van ons begrijpt wel dat de bijbel niet ineens als één brok openbaring van a tot z uit de hemel is komen vallen. De bijbel is door bepaalde mensen in een bepaalde tijd geschreven. En ook Jezus gebruikte de taal van zijn tijd. Nu was het in de tijd van Jezus gebruikelijk sommige uitspraken geweldig te overdrijven om de toehoorders toch maar duidelijk te maken hoe belangrijk die uitspraken waren. Zo lezen wij in het evangelie: “Als je oog je ergert, ruk het uit. En als je hand je ergert, hak ze af”. Natuurlijk vérstond niemand zulke uitspraken letterlijk.
Uit het evangelie blijkt dat Jezus bij het begin van zijn openbaar leven een korte periode van groot succes kende. Maar dan komt de crisis. Jezus gaat niet in op de verwachtingen van het volk: Hij wil geen broodkoning worden. Zijn volgelingen vallen af. Ook aan zijn apostelen stelt Jezus de vraag: “Willen jullie soms ook weggaan?” Hij komt op voor randfiguren en zondaars. En dan keren ook de gezagdragers zich tegen Hem. Een paar keer loopt Hij gevaar gestenigd te worden. Zo wordt het duidelijk dat zijn zending hem vroeg of laat het leven zal kosten. Dan begint Hij zijn leerlingen duidelijk te maken dat Hij veel zal moeten lijden en dat al wie zijn leerling wil worden, net als Hij veel zal moeten delen in zijn lijden en in zijn kruis. Alleen degenen die radicaal die keuze durven te maken, alleen degenen die ondanks de druk van de familie Hem durven volgen tot het einde toe, kunnen zijn leerlingen zijn. Wie alleen maar meelopen uit eigenbelang, kunnen beter omkeren, want hun weg is een gevaarlijke weg. Het kruis dragen wil zeggen zichzelf vergeten in dienst van de mensen. Men moet het kruis van een christen niet verwarren met de last van reumatiek, of van een ziekte, of tegenslag. Het kruis van de leerling zoals van de Meester is van ander hout gemaakt. Hout van de beschikbaarheid, van de trouw. Je kruis dragen is Jezus volgen, is keuzes maken en ontberingen aanvaarden omwille van de bevrijding van andere mensen.
Daarom zegt Hij: “Zelfs je vader of moeder, je zoon of dochter, mogen je niet meer waard zijn dan Ik”. Waarschijnlijk zal van ons niet gevraagd worden voor Christus te sterven. Toch hebben die woorden ook betekenis voor ons. Ook wij moeten bereid zijn los te laten wat ons dierbaar is omwille van zijn naam. Wij moeten in het leven voortdurend van alles kunnen prijsgeven om andere mensen tot de bevrijding te voeren. Dat is allemaal gemakkelijker gezegd dan gedaan. Toch spreekt echte levenswijsheid uit de woorden en het leven van Jezus.