Aarzelend radicaal

A-cyclus · Tijd door het jaar · 13e zondag · groen

Paulus heeft het over leven. Het leven van mensen die gedoopt zijn. Dat wil volgens hem zeggen, het leven van mensen die aan iets gestorven zijn. Mannen en vrouwen die in hun leven iets nieuws ontdekt hebben, een nieuwe mogelijkheid, een nieuwe dimensie, een nieuw perspectief. Hij dramatiseert die overgang door over het doopsel te spreken als over een gaan door dood en graf, een ware hellevaart, die goed afloopt en die hen die dat doen, onsterfelijk maakt. Voor de meesten van ons is het - denk ik - moeilijk om te zien hoe iets zo onschuldigs en prils als het doopsel zo gedramatiseerd kan worden.

Een soms wat zenuwachtige moeder, niet altijd vergezeld van een trotse vader; een prachtig opgepoetst kind, al oud genoeg om rond te kunnen kijken, maar nog niet oud genoeg voor een echte eigen inbreng; water, een heel klein beetje liefst en graag opgewarmd - stel je voor dat je als pastor rechterlijk verantwoordelijk gesteld zou worden voor een gevatte kou, een longontsteking en allerhande mogelijke verdere complicaties - een likje olie, een kaars. Wellicht wat vergenoegde grootouders, en daarna een feestje in de intieme kring van nog wat andere, niet zo kerkse familieleden en vrienden.

In de context van wat Jezus in de evangelietekst zegt over de familie, over moeder en vader, kinderen en hun verhoudingen, klinkt het allemaal wat onvoorzien.

En dan die doop die ik meemaakte in een kleine christelijke gemeenschap ergens in Oost-Afrika, in een rivier. De dopende pastor hield samen met de peetouders de hoofden van de volwassen dopelingen zo lang onder water, dat ze wel moesten tegenspartelen, omdat ze met hun hoofden zo lang diep onder water ademnood kregen. Ze kwamen proestend en snuivend benauwd terug op uit het water, en haalden - eenmaal boven water - breeduit lachend met grote halen de zuurstof binnen. De dopers vertelden me dat de meeste dopelingen daar zelf om vragen. Als ze dat niet deden nam de pastor die beslissing toch. Het oude moest dood. Ze wilden echt voelen dat ze door een graf heengingen. Ze hadden gevraagd om hun hoofden flink onder te houden, zodat ze echt opnieuw zouden beginnen. Ze wilden dat nieuwe, niet om van zonden af te komen - dat wilden ze ook wel - maar dan toch alleen maar omdat die het le¬ven belemmeren, relaties verpesten, en je in een steeds kleiner kringetje rond doen draaien. Wat ze echt wilden was een nieuw leven. Ze wilden een nieuwe naam, een nieuwe wereld, maar vooral een nieuwe gemeenschap, een grotere dan die waar ze tot dan toe behoord hadden, en die duidelijk de problemen van de nieuwe wereld niet aan kon. Iedereen dezelfde oorsprong, allemaal geschapen als hetzelfde godmenselijke kroost, allemaal levend van hetzelfde leven, brood brekend, wijn drinkend, dansend en zingend, iedereen haar- of zichzelf, en toch allemaal een grote nieuwe familie.

Het is dat leven waar het hun om gaat. Het is een leven dat zij nog niet helemaal aan kunnen. Maar wij ook niet. Als we dat wel deden dan zouden we andere levens leiden. We zijn gecompromitteerd, gevangen in onze systemen, structuren en culturen. Als we al radicaal zijn, dan zijn we dat hooguit heel aarzelend. Jezus kan daar niet zo goed tegen. Dat zegt hij vandaag heel duidelijk. ‘Wie zijn kruis niet opneemt en mij volgt is mij niet waardig.'

En toch wacht hij, zoals God dat in een boek als dat van de profeet Jesaja ook doet. Die dopelingen in Afrika doen dat ook. In zekere zin komen ze bedrogen uit. Ze dachten niet dat ze nog zolang te wachten hadden op ons, op de nieuwe zuster- en broederschap. Is het nieuwe dan niet begonnen? Wijzelf zijn ook aan het wachten. Af en toe is wachten ook ons te veel, zoals het was voor al degenen die de laatste jaren de straten opstormden voor meer vrij¬heid en respect voor iedere mens, voor alles wat leeft, en voor alles waar het levende van leeft.

Toch is dat wachten vaak het enige dat we kunnen doen, ondanks alle persoonlijke verantwoordelijkheid. Wachten in een trage kerk, een aarzelende wereld, een weifelend - en soms zelfs twijfelend - zelf. Terwijl dat zo is kunnen we toch in ieder geval Gods profeten respecteren, en al degenen die zijn kruis inderdaad nu al dragen, en hen daarin steunen al was het alleen maar met een glas water.

Zoeken in Preken Online