12e zondag door het jaar A (2005)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 12e zondag · groen

Wat laat. Was enkele dagen op vakantie!
Ons Heer zegt vandaag in het evangelie: wees niet bang. Alle mensen worden
wel eens bang, soms doodsbang. Angst krijgen we als we ons bedreigd voelen,
door iets of door iemand.

Bij hevig onweer kunnen we bang zijn voor de bliksem. Nog erger is het
wanneer we ons bedreigd voelen door iemand: er zijn nu eenmaal mensen die
ons niet mogen, die ons niet accepteren, die ons geen succes, geen geluk
gunnen. Elke hatelijke opmerking, ieder geroddel achter de rug betekent dat
die mensen ons niet mogen. Dat maakt ons bang.

Ik denk wel dat jullie voor enkele dagen die journaliste hebt gezien en
gehoord die 157 dagen lang opgesloten zat in een kleine kelderkamer van twee
op zes meter, geblinddoekt en aan handen en voeten geboeid. Sinds dat
interview kunne we ons dat een beetje voorstellen: leven in angst om gedood
te worden, leven zonder uitzicht, tenzij dat van uitgeleverd te zijn aan de
willekeur van enkele fanatici. Bang zijn van mensen waarvan we weten dat ze
alles in staat zijn. En 157 dagen haast zonder onderbreking leven op de
grond, in volledige duisternis.

Aan de telefoon vroeg een dame of ze in die periode aan God gedacht had. Ze
zei daarop dat ze geen verschijning had van Onze-Lieve-Vrouw, noch van
Boeddha noch van Mohammed. Het bleek zo te zijn, dat ze van Godswege niets
verwacht had. Ik denk dat Hij afwezig was. Wat niet belet dat zij een
enorme indruk maakte.

Veel mensen echter die ook zulke angsten meemaken zouden er wel iets aan
hebben van te weten dat Jezus Christus ook heel erg bang is geweest. Hij had
niets misdaan, was totaal onschuldig maar wilde heel bewust de lotgenoot
zijn van zoveel mensen voor wie het leven uitzichtloos is.

Voor wie gelooft wil dat wel wat zeggen dat er altijd licht is in de
duisternis. Over de dood en het fatale lijden heen is er iemand die ons
definitief de hand reikt een ons zegt: wees niet bang, Ik sta aan je zijde.
Ik deel je lot. De mens die helemaal geen hoop meer heeft en die kapot gaat
van verdriet, die mens wordt opgenomen in Gods warme nabijheid. Ik dacht zo:
wij zijn als een kind dat veel verdriet heeft - en dat kan bij een kind - en
dat door z’n moeder wordt opgevangen.

We hebben het toch wel zelf eens meegemaakt: troost en sterkte vinden bij
iemand die ons een heel warm omarmd. Een heel warme, goeddoende nabijheid
kan heel veel veranderen in ons leven.

Jezus zegt dat God zo is. Hij is geen verre, onpersoonlijke God maar een God
die leven geeft in overvloed.

En om dat te ervaren moeten we geen heiligen zijn. God is immers diegene die
het geluk wilt van ieder mens. Maar natuurlijk moeten we weten dat Hij zo
is.

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er ons echt nooit iets ergs kan
overkomen. Het wil wel zeggen dat Jezus ons openbaart dat God het laatste
woord heeft in ons leven. En God is liefde: dus wat er ons ook mag
overkomen, uiteindelijk vallen we terug in Gods handen.

Voor wie in God gelooft is dit toch wel iets heel belangrijks.

Dat is mijn grote wens voor jullie allemaal: Wees niet bang. God houdt van
de mensen. Dat is denk ik en van de belangrijkste boodschappen van Jezus
Christus: niet bang zijn. Put in dit woord van Jezus Christus levensenergie.

Zoeken in Preken Online