Wees niet bang (2008)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 12e zondag · groen

Pas op latere leeftijd heb ik mij gerealiseerd dat Jezus zelf in de Joodse godsdienst opgroeide. En dat de wortels van het christendom dus ook in het Jodendom liggen. Jezus geeft aan dat Joodse geloof een nieuwe impuls. Niet om een kerk te beginnen, maar wel om opnieuw de liefde tot God en mensen weer bij elkaar te brengen. Hij stoot daarbij op onbegrip en verzet. Zijn eerste volgelingen hebben dat geweten. Dat proef je in de verhalen van de jonge kerk,
zoals in het Evangelie van deze morgen. Matheüs schrijft vast niet zomaar wat losse gedachten op.
Wat Hij schrijft ziet hij gebeuren in zijn eigen geloofsgemeenschap. Ze ondervinden daar heftige tegenstand, tot bloedig geweld aan toe. De Joodse gemeenschap van toen heeft zich vast heel erg bedreigd gevoeld door die nieuwe stroming die zich Christenen noemt. Jezus’ Naam moest daarom in het donker genoemd worden en zijn levensvisie moest in het geheim worden doorgegeven. Wij, christenen in Europa, wij worden niet vervolgd. Mijn leven staat niet op het spel als ik zeg dat ik een gelovig christen ben en dat ik gek ben op de katholieke traditie. Er is nog eerder sprake van onverschilligheid. Mensen vragen mij hooguit met een zekere verbazing waarom ik mij nog steeds verbonden voel met die Kerk. Eerlijk gezegd verbaas ik mijzelf soms daar ook over! En de meeste Nederlanders maken zich er niet druk om dat kerkelijke leiders vreemde plechtige stukken schrijven. Daar wordt vaak vriendelijk en beleefd niets mee gedaan. Want uiteindelijk voelen wij ons vrije en autonome mensen. Maar als er in onze contreien helemaal geen sprake is van vervolging, wat moeten wij dan met zo’n woord van Jezus, om toch vooral niet bang te zijn? Nou, om te beginnen: u en ik kennen wel degelijk angsten: angst voor het leven, angst voor de toekomst, angst voor de dood; voor het vernietigen van de natuur door ons economische denken; voor kanker die rondsluipt en sloopt. Ook televisiebeelden kunnen je bang maken: die waanzinnige moorden in Zuid-Afrika, hele woongebieden in Birma die bedolven raken en zomaar verdrinken. Complete steden in China, gewoon weggevaagd door een aardbeving. Een overstroming en weg is je huis! En altijd weer wrede aanslagen, altijd weer die vreemdelingenhaat! Dat wij mensen daartoe in staat zijn! Dát beangstigt mij wel eens. De onderstroom van al die angsten is misschien dat ik bang ben om mijn vrijheid te verliezen. Want u en ik, wij hebben zóveel keuzes, dat wij ons haast niet meer gewoon durven toevertrouwen aan de weg van het leven. Aan niemand eigenlijk.
Ik wil dit vanmorgen allemaal maar even noemen, gewoon omdat de terreur van de angst veel schade aanricht in onze kerk en in onze samenleving. Geloof en vertrouwen in onszelf, in elkaar en in de toekomst zijn daarbij de grote verliezers. En lang niet alle angst is even weg te nemen. Wie dat denkt kent de tragiek van het leven niet.
Angst hoort gewoon bij de broosheid van ons bestaan. Wij hebben nu eenmaal een dunne huid. Dat eerst maar eens te erkennen, dat doet eigenlijk alleen maar goed. Want die gedachte maakt mij mild. Ik leer mijn handpalmen te openen: hier ben ik, even bang, even kwetsbaar als jij. Waar mensen zo elkaar tegemoet treden, daar gebeurt God, denk ik. Hier in ons samenzijn lezen wij daarom ook altijd verhalen tegen de angst. Wees niet bang, klinkt het vandaag wel drie keer. Wees niet bang, want er wordt ook wel degelijk zórg gedragen. Er is Iemand die daar alles aan gelegen is. Je zou er ook in kunnen horen: Wees niet bang, want er bestaat in de kosmos een samenhang, een verborgen orde van eindeloze diepte. Dat is de oerbron van alle materie, de binnenkant van de dingen. Een energie die door het heelal stroomt en waardoor alles met alles verbonden is: een Goddelijke Geest. Hou daar aan vast en vertrouw daar op. Mijn ouders waren eenvoudige gelovige mensen. En als wij niet wisten waar wij het moesten zoeken door de zorgen of de armoede, dan kwamen zij altijd aanzetten met vertrouwen op de Voorzienigheid.
Als kinderen wisten wij intuïtief wat dat was en wij volgden hun. Misschien is dat ’t wel wat onze tijd zo mist: vertrouwen op dat grote verband, die Goddelijke aanwezigheid of Voorzienigheid: dat er in voorzien wordt; dat ons leven, met alles en alles, gezien en gekend wordt door de Eeuwige en dat ons bestaan in Gods hand is; dat we toch zeker in niemand ’s klauwen zullen vallen zolang wij in de armen van de Eeuwige zijn. Maar er staat nog iets belangrijks: We hoeven geen angst te hebben dat ons lichaam gedood wordt, maar wel voor wat onze ziel doodt! Je ziel, dat betekent in het Joodse Bijbelse denken: je antenne, je gerichtheid op God. Die kan dus beschadigd raken. Precies dat geloof, dat basisvertrouwen dus, dat er ten allen tijde een zorgzame en liefdevolle blik op je rust,
dát kun je onderweg kwijtraken en dat is pas erg. Ons leven wordt gedragen en dat zal zo blijven, wat ons ook overkomt: dat is het antwoord dat Jezus ons in alle toonaarden telkens weer geeft. Zelfs de mus, het goedkoopste vogeltje op de markt - voor een stuiver koop je er twee - zelfs de mus is geborgen in Gods hand. Er gaat er geen één dood zonder dat de Eeuwige het weet. En de haren op ons hoofd zijn door Hem geteld - wat een beeld van intieme moederlijke zorg! Daarom hoeven we niet bang te zijn. En dat zouden wij als volgelingen van Jezus Christus ook best wat meer mogen laten zien in onze levenshouding. Dat het leven ons geschónken wordt en dat dat leven in Gods hand is. Dat dát de kracht is die ons, zelfs door de dood heen, naar het leven draagt. Ik moet denken aan Etty Hillesum, de Joodse vrouw, die in de oorlog wordt kleingemaakt, maar die niet breekt, omdat het diepste in haar, het goddelijke in haar ziel, onaantastbaar is. Daarom ook heeft ze geen angst. Als ik mij daarvan bewust ben, dat God het hart van mijn ziel is, dan zal ik Hem vinden als ik durf thuiskomen bij mijzelf. Dan kan ik vanuit Hem leven en ja: waarom zou ik dan nog bang zijn!? Heel de zoektocht in onze tijd naar spiritualiteit, naar alternatieve vormen van godsdienst, die wijst toch uiteindelijk ook maar op één ding: er is een enorme behoefte aan een Evangelie van liefde:
dat wij gezien zijn en gekend door de Eeuwige en dat ons leven geborgen mag zijn in zijn hand. En het aardige is dat, als je je in vertrouwen aan Hem waagt, dat je dan ook pas oog krijgt voor alle góede ontwikkelingen in onze tijd in kerk en samenleving: al die hartelijke liefde van mensen, dat oprechte zoeken naar bestrijding van armoede en onrecht, het opstaan tegen uitbuiting en verdrukking, dat speuren naar vrede, dat hartstochtelijk zoeken naar God.
Daarom zit u toch ook hier en maakt u deel uit van onze geloofsgemeenschap hier op ’t Zand: vanwege dat geloof en dat vertrouwen. Je vertrouwt je toe, ook al ben je bang. Dat is de kern van ons geloven. De Eucharistie die wij vieren is daarvan ook het teken: gebroken brood, gedeelde wijn, beeld van het goede leven dat ons elke dag geschonken wordt en dat we elkaar kunnen schenken in Gods Naam. Maar eerst gaan we zingen: Die de aarde boetseerde, grondvestte, vasthoudt.

Zoeken in Preken Online