“De zoektocht van een twijfelende priester” kopte de krant afgelopen woensdag[1]. Een recensie van de film In memoria di me (“Ter herinnering aan mijzelf”) van de Italiaanse cineast Saverio Costanzo. Daar ga ik naar toe! dacht ik meteen. En de volgende avond zat ik, met collega pastor Wim Lokkerbol, prompt in de bioscoop Rialto aan de Ceintuurbaan. De film gaat over een klooster of seminarie in Venetië. Een groep jonge mannen leidt daar onder leiding van enkele oudere heren een op het oog vreugdeloos bestaan. Er wordt in de hele film geloof ik niet één keer gelachen. Voor enige spontaneïteit lijkt geen enkele ruimte te bestaan. Het bestaan is eentonig. Je ziet de mannen in de afzondering en eenzaamheid van kamers in bed liggen. Je ziet ze de deuren van die kamers in- en uitgaan. Je ziet hoe ze zich wassen en hun tanden poetsen in de gemeenschappelijke wasruimte. Je ziet ze hun corvee vervullen, de lange gangen dweilen met name. Je ziet hoe ze aan tafel gaan zonder te spreken. Je ziet ze zwijgend aanwezig, mediterend, in de kapel. Én je ziet hoe ze geestelijk binnenstebuiten worden gekeerd in gemeenschappelijke bijeenkomsten en in privé-sessies met de leiding. Echte zieltjesknijpers zijn het, de priesters die de leiding hebben. Eén van de instructies die de jongens meekrijgen is: Als je een collega iets ziet hoort of doen wat niet goed is, zeg het ons dan. Dat is namelijk een daad van naastenliefde.
Heb ik van het christelijk geloof wel íets begrepen mensen, zo vroeg ik mij af terwijl ik zat te kijken naar deze film? En ook: Mocht dít het eventueel zijn, het échte christendom, de juiste beleving van het katholieke geloof en de goede manier om mannen voor te bereiden op het priesterschap, ben ik dan ooit op de verkeerde trein gestapt en zit ik daar dan misschien nog altijd in? U zult het met mij eens zijn, dierbare gasten en parochianen van deze Rozenkranskerk; U zult het met mij eens zijn dat dit nogal fundamentele vragen zijn …
Waarom, in die katholieke vormings- en opleidingssituatie zoals die in deze film In memoria di me geschilderd wordt; waarom daarin die strengheid, die humor- en vreugdeloosheid, waarom die eenzaamheid waarom die zieltjesknijperij en die aanmoediging om elkaar te verlinken? En: waarom laten de jonge mannen in deze film het allemaal over zich heenkomen? Waarom onderwerpen ze zich vrijwillig aan zo’n regime? Waarom blijven ze? Waarom lopen ze niet gillend weg, terug de wereld in? Ik vertelde U al: het klooster of seminarie in kwestie bevindt zich in Venetië, zoals bekend één van de mooiste steden van de wereld. Waarom zich niet onderdompelen in de weergaloze schoonheid, in het léven van díe stad? Waarom kiezen ze ervoor om temidden daarvan droog te staan op dat eiland? Het zal voor de gemiddelde Hollandse bioscoopbezoeker een volstrekt raadsel zijn. Hij of zij zal die jonge mannen in die film voor gek verklaren.
Ik doe dat toch niet. En, veelgeliefden, ik meen ook wel te vermoeden in welke richting we het antwoord op al die zoëven geformuleerde vragen naar het hoe en wat in deze film In memoria di me; ik meen ook wel te vermoeden in welke richting we het antwoord op al die vragen moeten zoeken … Ik denk zelfs dat de lezingen uit de heilige schrift die wij in deze viering hoorden; ik denk zelfs dat die ons de weg wijzen naar het vinden en formuleren van dat antwoord - een antwoord dat mij ook voor ons eigen leven in deze tijd in deze stad in dit land in onze wereld van het hoogste belang lijkt - anders hoefden we ons met de gestelde vragen natuurlijk ook niet bezig te houden. Dan had die film niet gemaakt hoeven worden. En dan zou het niet de moeite waard zijn geweest om er naar toe te gaan en om de film hier ter sprake te brengen.
Eenvoudig gezegd komt het antwoord naar het hoe, wat en waarom in de bewuste film hier op neer, zo dunkt mij: Van “de wereld” en van “de mensen” hoeven we het ten diepste niet te verwachten, het antwoord op onze diepste en grootste levensvragen én ons diepste en hoogste geluk én onze kracht. Van de wereld en van de mensen hoeven we dat niet te verwachten. Die kunnen het ons niet geven. Van wie we dat wél mogen verwachten en wie het ons wél kan geven als we erom vragen en ernaar zoeken en ervoor openstaan dat is God.
In de eerste lezing die we hoorden,uit het boek van de profeet Jeremia, daarin is iemand aan het woord die zich bedreigd voelt. Hij wordt omringd door kwaadwillende mensen. Hoe die situatie en die mensen het hoofd bieden? “De Heer is bij mij als een machtig strijder!” horen we de persoon in kwestie zeggen. En dat bewustzijn redt hem.
In de psalm, waaruit we vervolgens een stukje hoorden; in de negenenzestigste psalm, daarin is iemand aan het woord die zich ook al vervreemd voelt ten opzichte van zijn omgeving (“Een vreemdeling werd ik voor mijn verwanten, mijn eigen broers kennen mij niet meer.”) En ook deze psalm-bidder wijst vanuit deze omstandigheden naar God: “Schept moed, gij allen die God zoekt, God luistert naar wat een arme Hem vraagt, Hij vergeet zijn gevangenen niet.”
Bij Paulus, in zijn grote brief aan de christenen van Rome, ging het over zonde en dood waar wij mensen zoveel last kunnen hebben; de zonde en de dood die met ons aardse bestaan zo akelig verweven zijn … De genade echter die God ons in Jezus Christus geschonken heeft maakt al die ellende méér dan goed.
En Jezus hoorden we dan zelf in het evangelie. En daarin stelde hij alle heimelijkheid aan de kaak; al ons gesmoes, gelispel en gekonkel. Het zal allemaal aan het licht komen zegt Hij, zegt Jezus. En wat óók aan het licht moet komen en in alle openheid, frank en vrij, gezegd moet worden, ja verkóndigd moet worden, dat is mijn boodschap, mijn blijde boodschap van godswege, de boodschap die ik jou in de stilte van je hart ingeef. Schroom niet en wees niet bang voor de mensen want God staat achter en naast jou en als jij Hem niet verloochent, dan verloochent Hij jou niet: alle haren op jouw hoofd heeft Hij geteld.
Vier passages uit de heilige schrift die ons op vier manieren naar God wijzen. En om de realiteit van God te ervaren, veelgeliefden, is het nodig dat we steeds weer de stilte en de leegte en de eenzaamheid opzoeken,