Kortgeleden is er een dik boek verschenen met de titel Getuigen voor
Christus. Rooms-katholieke bloedgetuigen uit Nederland in de twintigste
eeuw. Daarin worden de levensverhalen beschreven van 221 mannen en
vrouwen, die niet bang waren om te getuigen van hun geloof. De eerste
is Kaatje Dierkx uit Ossendrecht, die in 1900 tijdens de Bokseropstand
in China werd omgebracht. Honderd jaar later werd ze heilig verklaard.
De laatste is de gehandicapte pater Nico van Kleef, die in 1989 in
Panama werd doodgeschoten.
Een van die martelaren in dit boek heb
ik persoonlijk gekend. Het is de Delftse jezuïet Nico Kluiters, die in
1985 op een afgrijselijke manier werd vermoord in Libanon, waar hij
sinds 1966 als missionaris werkzaam was. Hij was 45 jaar. Hij werd in
juni 1973 priester gewijd in onze Lucaskerk. Als zijn voornaamste taak
beschouwde hij het stichten van vrede tussen families, die samen
moesten leven te midden van onvoorstelbaar diep gewortelde haat. Hij
werd niet moe om van de daken te verkondigen wat Jezus hem
toefluisterde. Anderhalf jaar vóór zijn dood schreef hij: ‘Het gaat
erom de ziel van de mens te genezen. Opnieuw vertrouwen brengen in
relaties die schijnbaar onmogelijk willen zijn. Versteende harten
verzachten. De haat verminderen. De geest en het verstand verlichten.
Passies verruimen zodat een organisatie van energie mogelijk wordt.
Egoïsme en jaloezieën doorbreken, doordat mensen elkaar weer ontmoeten
en elkaar vergeven. Een nieuwe generatie opbouwen, waarin de jeugd een
nieuwe visie verovert aangaande mensen die door God bemind zijn, en die
gezamenlijk aan deze wereld kunnen en moeten bouwen.’
Blijven geloven met de dood voor ogen, in een concentratiekamp, tijdens
de bezetting, in oorlogsgebied - zo dramatisch is het niet anno 2008 in
Osdorp. Toch is de boodschap van Jezus wel degelijk ook tot ons
gericht. Uit eigen ervaring wist Jezus wat mensen het meest misten:
vertrouwen, vertrouwen in God, die ons zo goed kent, dat hij zelfs alle
haren op ons hoofd heeft geteld. Daarom zegt Jezus tot drie keer toe
tegen ons: wees niet bang. Het is een oproep die als een rode draad
door de hele bijbel heen loopt. Een geleerde heeft een keer geteld, hoe
vaak die oproep in de bijbel voorkomt: 365 keer. Voor elke dag van het
jaar krijgen we van God te horen: wees niet bang. Angst kan de grootste
dwarsligger in ons denken en voelen zijn, als we er geen tegenwicht aan
bieden in de vorm van vertrouwen in God. Als we vrij zijn van angst,
kunnen we laten horen en zien, wat God ons in het verborgene heeft
toevertrouwd. We kunnen dan andere mensen helpen om ontdekkingsreiziger
te worden in een land, waar overal schatten verborgen liggen. De
schatten van een God, die tegen ons zegt: ‘Ik wil jou, ik wil dat jij
er bent, ik wil je vader zijn.’ De schatten van de Mensenzoon Jezus,
die tegen ons zegt: ‘Ik noem jullie vrienden, ik sta midden tussen
jullie in.’ De schatten van de Geest, die tegen ons zegt: ‘Ik geef je
vuur en lef, ik vertel je wat je moet zeggen en doen.’
Hoe kunnen wij in onze tijd er openlijk en zonder angst voor uitkomen
dat wij bij Jezus horen? Door dankbaar te zijn om het vele goede dat
ons gegeven wordt. Door ons niet te schamen voor de rijkdom van onze
gelovige traditie. Door op te komen voor de waarden die verankerd
liggen in de bijbel. Door ons niet te laten verleiden door mensen, die
met goedkope leuzen haat en verdeeldheid zaaien. Door respect te hebben
tegenover mensen die anders zijn. Door te vergeven. Door onze rijkdom
van goederen en kennis te delen. Door warmte uit te stralen, waardoor
achterdocht en angst kunnen wegsmelten.
De oproep van Jezus om niet bang te zijn, doet hij vlak nadat hij
twaalf uitgekozen mannen erop uitstuurt met een bevrijdende boodschap:
‘Het hemelse koninkrijk is dichtbij. Maak zieken beter, wek doden op,
genees melaatsen en drijf de duivelse geesten uit.’ Kennelijk voorzag
Jezus, dat je met een dergelijke boodschap op veel plaatsen niet welkom
bent. Er zijn immers mensen die zo ziek zijn van eigenwaan, dat ze niet
graag genezen worden. Er zijn mensen die zo uitgeblust zijn, dat ze
niet graag weer opgewekt worden. Er zijn mensen die zich zo afstotelijk
gedragen, dat ze bang zijn om omhelsd te worden. Er zijn mensen die zo
vol boosheid zitten, dat ze bang zijn om van binnen gereinigd te
worden. Vier soorten van angst, waarvan Jezus ons wil bevrijden.
Wees niet bang. Laat je maar zien zoals je bent, met je rimpels en je
groeven, met je verdriet en je verleden. Bid tot God en tot je buren:
‘Delf mijn gezicht op, maak mij mooi.’ Geloof dat je bemind wordt, want
in de liefde is geen plaats voor angst.
Getuigen voor Christus (2008)
A-cyclus · Tijd door het jaar · 12e zondag · groen