12e zondag door het jaar A - 2002

A-cyclus · Tijd door het jaar · 12e zondag · groen

Zusters en broeders

Vorige week hoorden we hoe Jezus zijn apostelen uitzond om het Rijk Gods te verkondigen. Het was voor het eerst dat dit gebeurde, dus gaf Hij hun een aantal raadgevingen mee. Enkele daarvan hoorden we vandaag, de andere komen volgende zondag aan de beurt.

En het zal u wel opgevallen zijn dat Hij eigenlijk maar één ding zegt: “Wees niet bang voor de mensen. Wees niet bevreesd voor hen die wel het lichaam kunnen doden, maar niet de ziel. Wees niet bevreesd.” Driemaal herhaalt Hij het, en Hij weet ook waarom: ze hebben alles in de steek moeten laten om Hem te volgen, en nu stuurt Hij er hen ook nog alleen op uit. En wat krijgen ze ervoor in de plaats? Wie zegt hun dat Hij de ware Messias is? Wie garandeert hen dat Hij niet de zoveelste nep-messias is? Het is dus normaal dat ze er niet gerust in zijn, dat weet Jezus ook. En Hij waarschuwt hen ook tegen de angst omdat Hij weet dat een profeet geen angst màg hebben, want angst verlamt de veerkracht, doodt het enthousiasme en doet de verantwoordelijkheidszin afkalven. Angst doet ons in een hoekje kruipen en afwachten.

Angst, zusters en broeders, het zit ons in het bloed, zelfs in onze genen. We zijn bang voor alles en iedereen. Bang voor het leven, want wat brengt de dag van morgen; bang voor de dood, want wat komt erna; bang voor God, want hoe zal Hij over ons oordelen; bang voor ziekte en ongeval, bang om overvallen te worden, bang voor terrorisme, zeker na 11 september vorig jaar, bang om ons werk te verliezen, bang voor de ouderdom, bang voor de examens, bang om te zeggen wat we denken, zeker als we weten dat anderen er anders over denken. Door alles en iedereen voelen we ons bedreigd: door warmte en koude, door bliksen en donder, door mannen op lawaaierige motoren, door onbekenden met een andere huidskleur, door vreemdelingen aan onze voordeur. Het gevoel van onveiligheid neemt elke dag toe, dus eisen we van de politici meer politie, strengere straffen en meer gevangenissen, en persoonlijk dekken we ons in met een hele rits verzekeringen tegen brand, storm- en waterschade, glasbraak en ongevallen, en ook tegen diefstal en bankroet. Tegen letterlijk àlles kunt ge u vandaag laten verzekeren, zelfs tegen een mislukt huwelijk. En natuurlijk zijn we ook verzekerd tegen de dood, en dat noemen we dan met een heel vrome leugen een ’levensverzekering’ , want het woord ‘dood’ durven we niet uitspreken.

En daartegenover stelt Jezus: ‘Wees niet bang.’ Er is zoveel goeds dat niet tot stand komt omdat wij bang zijn. Want wat gaan mijn collega’s zeggen als ik mijn werk goed wil doen, hoe gaan de andere automobilisten reageren als ik traag rijd in de bebouwde kom, wat gaan mijn vrienden zeggen als ik niet meega op café, wat gaan de mensen zeggen als ik iets doe zonder ervoor betaald te worden, wat gaat iedereen zeggen als ik het opneem voor iemand anders. Zoveel vragen die maken dat we niet doen wat goed is, zoveel zorgen ook die verhinderen dat we doen wat Jezus ons voorhoudt, namelijk opkomen voor de anderen: voor de armen, de zieken, de vreemdelingen. En dat omdat we bang zijn, bang voor elkaar. Terwijl Jezus ons uitdrukkelijk zegt: ‘Niet de anderen zijn uw noem, wel God. Als ge iets goeds wilt doen, heb dan geen schrik voor wat de mensen gaan zeggen. Schud de angst van u af, want ge hebt God in de rug.’ God die zelfs aandacht heeft voor een waardeloze mus. Hoeveel te meer dan voor ons. Want wij zijn toch veel meer waard dan een zwerm mussen.

En als Jezus ons zegt onze angst af te schudden als mens, dan vraagt Hij met nog meer nadruk dat we dat zeker als christen zouden doen. “Wat Ik u zeg in het duister, spreek dat uit in het licht, en wat ge u in het oor hoort fluisteren, verkondig dat van de daken.” Een heel duidelijke opdracht, maar we brengen er toch zo weinig van terecht. En weet ge waarom? Omdat we, verlamd door angst, het vuur van de apostelen missen. Ge weet wat die antwoordden toen de Hoge Raad van de joden hen verbood na de Hemelvaart nog verder over Jezus te spreken: We kunnen niet zwijgen, zegden ze, we moeten spreken over de grote daden die God door Jezus verricht heeft. En ze hebben gesproken. Ze hebben de angst van de Olijfberg van zich afgeschud en waar ook ter wereld hebben ze van op de daken uitgeschreeuwd wat Jezus hun geleerd had. Onverschrokken, met Jezus’ belofte in de rug, namelijk: “Ieder die Mij bij de mensen belijdt, zal ook Ik als de mijne erkennen bij mijn Vader die in de hemel is. Maar ieder die Mij zal verloochenen tegenover de mensen, hem zal ook Ik verloochenen tegenover mijn Vader die in de hemel is.”

Zusters en broeders, wij met onze angst, we zitten op het verkeerde spoor. Want als het christendom de wereld iets te bieden heeft, dan is het wel de zekerheid dat wij tot vrijheid geroepen zijn, en tot lichtheid van leven. We moeten ons geluk niet kneden met de vuisten, we moeten het niet bang in onszelf proberen op te sluiten, maar het teder vasthouden in open handen. En de vrede en het geluk van ons christen-zijn moet zò van ons afstralen.

En van verzekeringen gesproken: Bij God zijn we altijd omnium verzekerd, zonder voorwaarden en zonder beperkingen. Amen.

Zoeken in Preken Online