Thomas was een van de apostelen van Jezus, hij was één van de twaalf die er op uit gestuurd werd. Zij zaten samen bij Jezus en ze hadden naar zijn woorden geluisterd:
ga nu maar; wees niet bang en ga maar op weg en laat maar aan de mensen zien waar het om gaat in het leven: rechtvaardig zijn en eerlijk. Laat de mensen zien hoe deze wereld een mooie wereld kan zijn voor iedereen, met brood en vrijheid voor ieder mens op aarde. En daarbij zei Jezus: “wees niet bang”; tot 3x toe zelfs zei hij “wees niet bang”, want God is bij je; al je haren op je hoofd zijn geteld. Niets gaat verloren buiten God om.
Hoe zou dat zijn voor Thomas? Hoe zou het met die Thomas verder gaan?
Thomas bleef lange tijd nadenken over Jezus’ woorden. Wat had Jezus nu toch weer bedoeld?
Moet je dan niet bang zijn voor mensen die jou iets willen aandoen? Nou, Thomas was dat wel. Als Jezus zo doorging met dit soort praatjes, dan kon het nog wel eens slecht met Jezus aflopen. En met hem, Thomas, ook! Hij was immers een van zijn vrienden. Zou hij niet beter weg kunnen gaan, nu het nog niet te laat was?
En wat bedoelde Jezus toch met ‘de ziel kunnen ze niet doden’? Is dat soms de kracht die in jezelf zit? Is dat het goede van de mens? Zijn idealen, zijn dromen en dat soort dingen?
Thomas dacht na. Wat waren zijn idealen en dromen? Ja, dat wat Jezus verteld had over de wereld van God. Een wereld van rechtvaardigheid en vrede, waar geen oorlog en geen honger meer zou zijn. Jezus geloofde vast dat die wereld zou komen, die wereld van God, waar God het voor het zeggen had en niet de haat en niet het geld. Als je daar niet meer in geloofde, dan was je eigenlijk al dood, dan liet je het kwade overwinnen in jezelf. Als een mens niet meer gelooft in de toekomst, dan is zijn ziel dood. Zou het dat zijn? Ja, daar moet je bang voor zijn.
En voor de rest tellen Jezus’ woorden: wees niet bang. Jezus zei niet: pas op" of “wees voorzichtig”, maar: wees niet bang; ga maar, ga ervoor en maak je opdracht waar; vertel van Gods rijk op aarde en leef ernaar. Kom er voor uit dat je Mijn weg wilt volgen. En als je dat doet, als je durft uit te komen voor de waarheid, voor het goede, voor wat rechtvaardig is, dan kun je nooit uit Gods handen vallen. Want zelfs je haren op je hoofd zijn geteld.
Als zelfs een mus, die in onze mensenogen toch niet zo veel waard is, Gods liefdevolle aandacht verdient, dan mogen wij er toch zeker ook op hopen.
Thomas voelde opeens de bemoediging die uit Jezus’ woorden spreekt: ga, trek erop uit en doe zoals ik; deel je brood met wie honger heeft, troost hen die verdrietig zijn, discrimineer niet, neem het op voor wie gepest wordt en laat zo daar waar je woont en werkt een beetje Gods liefde zichtbaar worden. En als ze je daarom uitlachen: wees dan niet bang, want God staat aan jouw kant!
En ik dan? En jij? En u?
Ik voel me ook zo’n Thomas: soms bang om tegen de mening van iedereen in te gaan, om te zeggen dat ik moppen over andere mensen gemeen vindt, om te zeggen dat ik graag naar de kerk ga, om een sportavond af te zeggen omwille van een gespreksgroep; en soms ben ik ook laf en doe net alsof ik dingen niet zie of hoor om maar niets te hoeven zeggen. Maar soms voel ik ook de kracht die Thomas (en de andere vrienden van Jezus) waarschijnlijk gevoeld hebben en de bemoediging van Jezus: ga maar, doe maar. Wees een vriend van de Waarheid en God zal een vriend zijn voor jou.