In de kerk van mijn jeugd, die van de paters in Roeselare, is in de hoge ronde abscis achter het altaar God afgebeeld. Gezeten op een troon kijkt Hij van bovenaf de kerk in. Waar ik ook zat, ik vond dat Hij mij altijd recht in de ogen en streng aankeek. Ik was er toen een beetje bang van. Nu al lang niet meer. Maar sommige mensen hebben nu nog wel ooit het beeld van God als van een strenge opzichter, die alles ziet; een secure boekhouder, die elke misstap vastlegt om te zijner tijd af te kunnen rekenen. Sommige mensen (en bijna altijd de verkeerde) zijn bang voor God.
‘Wees niet bevreesd’ staat er vandaag drie keer in de evangelielezing. Wees maar niet bang voor mensen, leert Jezus, en zeker niet voor God. Hij is als een zorgende vader. Er valt geen mus dood, vertelt Jezus, zonder dat Hij daarmee van doen heeft en jullie mensen zijn - ook al ben je misschien een rare vogel - meer waard dan een hele zwerm mussen. Niet bang zijn dus voor God, maar je geborgen weten in zijn liefde.
En ook niet bang zijn voor mensen, die je om je geloof belachelijk maken, je voor gek verslijten, soms verdacht maken of nog erger - zoals hier en daar gebeurt - uit de weg willen ruimen.
Jeremia kon ervan meepraten. Hij gelooft in God en in zijn naam klaagt hij het onrecht aan. Hij wijst het gewone volk ongenadig op allerlei wantoestanden en de leiders wijst hij op hun misbruik van macht. Als je zo schandalig omgaat met elkaar, moet je wel bang zijn voor God, predikt Jeremia.
En dus willen ze hem zijn grote mond snoeren. Zelfs die hij voor zijn vrienden aanzag willen hem laten vallen! Maar de profeet wijkt geen duimbreed, omdat hij zich geborgen weet in Gods hand. Hij bidt: ‘Jij die ons door en door kent, laat ze eens zien aan wiens kant Je staat; ik leg mijn lot in uw handen'.
‘Vrees niet’, zegt ook Jezus als Hij zijn vrienden erop uit stuurt. Vrees niet als je - zoals Jeremia en velen voor en na hem - belachelijk wordt gemaakt of zelfs bedreigd omwille van je geloof in God en Mij. Vrees niet, je bent geborgen in Gods hand; uiteindelijk win je het. Vrees niet te zeggen wat gezegd moet worden. Dat durven de meesten van ons heus wel als we er zelf nadeel van ondervinden: iemand dringt voor in de winkel, je krijgt te weinig terug bij de kassa, je vakantiegeld komt te laat of we willen twee procent loonsverhoging.., dan zijn we gewoonlijk niet te bang ons te laten horen.
Maar het evangelie vraagt ons niet te bang te zijn als het gaat om de belangen van ánderen. Zijn we even moedig als Jeremia als het gaat om het geluk van wie niet voor zichzelf kunnen opkomen?
Al heel gauw denken we ons gezicht te verliezen, raken we de sympathie kwijt van bepaalde mensen; hoger geplaatsten tegen je innemen komt je bijna altijd duur te staan; we houden ons daarom maar gedeisd.
Maar Jezus zegt: Niet bang zijn voor mensen; wat Ik jullie in vertrouwen heb gezegd, breng dat maar aan het licht en wat Ik je influister schreeuw het van de daken.
Neem - net zo min als Jeremia - een blad voor de mond als de eerlijkheid dat eist. Zie de leiders niet naar de ogen, praat het volk niet naar de mond. Kies partij ten bate van mensen en zodoende soms ten koste van jezelf, maar weet dat God dan partij kiest voor jou…