Niet bang zijn

A-cyclus · Tijd door het jaar · 12e zondag · groen

Angst is een slechte raadgever. Dat weet iedereen. En toch geeft angst raad aan iedereen. Want er leven niet zo heel veel mensen, die niet weten wat angst is. Hoe komen we aan die angst? Angst krijg je pas als je bedreigd wordt door iets, of nog erger: door iemand. Worden we dan zo dikwijls bedreigd door iemand? Helaas, wij moeten eerlijk zeggen: ja. Er schijnen nu eenmaal altijd mensen te zijn die ons niet mogen, die ons niet accepteren, die vinden dat wij er eigenlijk niet bij horen, die ons geen succes gunnen, die ons misschien wel het leven gunnen, maar dan zo ver mogelijk van hen vandaan. Als dat zo is, word je bedreigd. Iedere hatelijke opmerking, ieder geroddel achter je rug betekent dat ze ons niet mogen, dat er een mens is die ons bedreigt. En dat maakt ons bang.

Jezus heeft dat ondervonden, en ook Hij heeft er ontzettend onder geleden. Dus als wij ons bedreigd voelen, dan zijn we in ieder geval in goed gezelschap. Maar dat is wel een schrale troost.

Er is ook nog een andere troost die meer hout snijdt. Het evangelie zegt ons namelijk: van God mag je er wel zijn, helemaal, met huid en haar. God heeft zelfs de haren op ons hoofd geteld. Hij wil blijkbaar controleren of er één haar van ons gekrenkt wordt. Dat is natuurlijk een beeld. Maar dat beeld zegt ons: van God mag je er zijn. Door Hem word je niet bedreigd. Angst voor Hem is onzin. Bij Hem kunnen wij ons geborgen voelen, zelfs met onze fouten. Want al keurt Hij ze niet goed, en al vraagt Hij ons die fouten te veranderen: Hij draagt ons geen zonden achterna. Onze God beschuldigt ons niet en nooit zal Hij kwaad met kwaad vergelden. Dat staat in het evangelie. Jezus zegt het waarachtig niet op één manier, maar op vele manieren. Hij zegt: wees niet bang voor de mensen. Je bent méér waard dan een hele zwerm mussen. En zelfs voor één mus heeft God zorg.

Als wij ons dus bedreigd voelen door iemand, dan is het zaak God te zoeken, en ons te verbergen bij Hem, want bij Hem is geborgenheid.

Maar er is nog iets anders. Wij kunnen ons dan bedreigd voelen door iemand, maar misschien voelt iemand zich bedreigd door ons. Dan zijn wij er de oorzaak van dat er angst is in iemands leven. Omdat wij misschien jaloers zijn, omdat wij die ander geen succes gunnen. Natuurlijk willen wij dat niet. Maar het gebeurt wel. Wat moeten we dan doen?

Op de eerste plaats moeten we tegen die ander dan zeggen met woorden of door het te laten merken, dat wij dat niet willen. Eigenlijk moeten we de naam van Jahwe, van Jezus nazeggen: wees niet bang: ik ben er voor jou.

Maar of je inderdaad aan die ander dat gevoel van veiligheid kunt geven hangt er ook vanaf of die ander dat wil accepteren. Helaas hebben wij dat niet altijd in onze hand. Maar goed: waarschijnlijk zijn wij al een heel eind als wij voor niemand bang zijn en als niemand het voor ons hóéft te zijn…

Zoeken in Preken Online