Jezus die tegenover zijn Vader in de hemel mensen verloochent die Hem verloochenen; Jeremia die in grote wanhoop verkeert omdat al zijn vrienden niets liever willen dan zijn ondergang.
Is dat nu de blijde boodschap? Daar wordt toch niemand vrolijk van!
Bij Jeremia treffen we een extreme combinatie van ellende aan, maar de verschillende elementen zullen we wel herkennen.\
- Zo is daar allereerst je niet gewaardeerd weten, met de nek aangekeken worden, de eenzaamheid waarin zelfs je eigen vrienden je laten vallen. Wie kan ontkennen dat dit in onze samenleving nog steeds voorkomt?\
- Daarnaast is er de innerlijke drang om op te komen tegen onrecht,
om te pas en te onpas te protesteren, om het voor anderen op te nemen, zelfs waar die er zelfs niet om hebben gevraagd, vanuit de sterke drijfveer van de gerechtigheid.\ - Het trieste bij Jeremia is dat hij zelfs of juist in zijn opkomen voor gerechtigheid het gevoel heeft dat hij daarin volstrekt alleen staat. Steeds neemt hij het in naam van God op voor de zwakke, ontrechte mensen, en steeds heeft hij de indruk dat mensen alleen maar boos op hém worden zonder dat er iets verandert of verbetert. Hiervan komt ook nog steeds onze uitdrukking “jeremiëren”: altijd maar zeuren, altijd maar klagen. In de woorden van de eerste lezing: daar heb je hem weer “Ontzetting - overal”.\
- Omdat Jeremia er zelf niet uitkomt en zo vaak zelfs het gevoel heeft dat zijn optreden geen enkel nut heeft, maar hij zijn rol van aanklagende profeet wel uitdrukkelijk beleeft als een goddelijke opdracht, legt hij zijn pleit voor gerechtigheid, zijn gevoelens van wraak en zijn roep om persoonlijke genoegdoening bij God neer.\
- Heel wonderlijk is hoe Jeremia midden in al deze wanhoop en ellende het stuk van zijn wanhoopskreet dat we vandaag (sic) hebben gehoord besluit met een loflied op God die het voor de armen opneemt.
Is dit nu een wanhoopskreet of een gebed van zijn hart, een manier om God als het ware te “chanteren”: “Jij bent toch de God die nooit iemand in de steek laat. Nou, zie ons hier!”
Je gunt niemand deze eenzaamheid en ellende, zeker niet in de wanhopig makende combinatie zoals de profeet Jeremia deze beleeft, maar de verschillende elementen mogen een plek hebben in ons leven, ook in ons leven als geloofsgemeenschap. Natuurlijk komen wij hier samen om een woord van bemoediging en hoop, maar niet met ontkenning van de werkelijkheid van het vele onrecht. We voeren hier geen struisvogelpolitiek. Daarom is het zo goed dat Amnesty International hier elke maand in onze kerk staat om aandacht te vragen voor het concrete onrecht in onze wereld, en ons in de gelegenheid stelt om hier tegenover onze stem te laten horen. Stel je voor dat wij Ilse Beumer zouden behandelen zoals met Jeremia gebeurde! Natuurlijk vinden ook wij allemaal het leuker om het over iets gezelligs te hebben, maar ik mag hopen dat wij blij zijn als ons de kans wordt geboden om het in Gods naam op te nemen voor een menswaardige behandeling van onze medemensen.
Voor leerlingen van Jezus is onrecht en vervolging vanaf het eerste begin een deel van hun realiteit geweest. Ook daarin zijn ze zijn volgelingen. Dit geldt ook voor de Twaalf die Hij zelf heeft uitgezonden om zijn blijde boodschap in woord en daad te verkondigen
dat Gods koninkrijk op het punt staat door te breken, en dat zij hieraan kunnen en moeten bijdragen door het op te nemen voor de armen en zwakken en het onmogelijke te doen, door zieken te genezen en doden op te wekken.
Daarbij waarschuwt Hij ze dat ze niet overal met gejuich zullen worden ontvangen, dat ze - zoals feitelijk ook is gebeurd - met vervolgingen te maken zullen krijgen, maar dat ze niet bang moeten zijn, en in geen geval Hem moeten verloochenen. Hun en onze kracht ligt in de verbondenheid met elkaar, met Hem, met God. Die band mogen we nooit opgeven, want dan geven we de kern van ons gelovige menszijn op, verloochenen we onszelf, of zoals Jezus waarschuwt: Dan lopen we het risico dat Hij ons verloochent. Dat is geen bangmakerij: Kom ik wel in de hemel?, maar een aansporing: Hou je vast aan Mij, dan komt alles goed. Durf in deze wereld te leven als gelovige, als christen. Durf - bijvoorbeeld met een brief van Amnesty International - op te komen voor gerechtigheid zonder je te laten ontmoedigen als succes uitblijft. Raak niet verbitterd door tegenslagen, maar lever jouw bijdrage aan een betere wereld van vandaag en morgen.
Wees niet bang. Vertrouw op God.