OPENINGSWOORD
Broeders en zusters, allemaal van harte welkom. In onze wereld worden heel wat contracten afgesloten en het eigene daarvan is - o.a. - dat zij van heel korte duur kunnen zijn. Je wordt bij een bedrijf aangenomen ‘voor de duur van een jaar - of zelfs nog korter - en dan zien wij wel weer verder'.
Maar wat God met ons sluit is een ‘verbond’. En een verbond kan zijn ‘voor het leven’ of zelfs ‘voor de eeuwigheid’. In het Oude Testament lezen wij hoe God met mensen een verbond sluit. Dat schept steeds een heel persoonlijke band. Je bent geen nummer op de personeelslijst. Nee, als je in dienst van God treedt, schrijft Hij je naam in de palm van zijn hand. Niemand kan onze naam uit Gods hand verwijderen, hooguit wijzelf … als wij ontrouw worden.
Mensen, die heel goed beseffen, dat zij met elkaar een verbond voor het leven hebben gesloten zijn meneer en mevrouw Rein en Rie van Rutten-van der Meijden, zij zijn de ouders van Mia van der Ham van de Grote Hout of Koningsweg. Zij vieren vandaag met ons het feit, dat zij maar liefst 65 jaar geleden elkaar het jawoord gaven. Op 16 juni voor de wet getrouwd. Op 17 juni voor de kerk.
Welkom, meneer en mevrouw van Rutten. Wij zijn heel blij, dat wij dit grote feest met u mogen vieren, dat wij God samen met u mogen danken voor alle zegen in dagen van voor- en tegenspoed.
Wij kennen elkaar nog niet zo goed. U woont in een aanleunwoning in Amsterdam. Maar Mia - en ook Wim natuurlijk - kennen wij des te beter. Wie Mia kent, weet dat zij uit een goed nest komt. U bent samen dat nestje. U vormt al 65 jaar een gemeenschap waar u elkaar en de kinderen liefde en geborgenheid geeft.
Vandaag willen wij God om zegen vragen: dat u Gods liefde en geborgenheid mag blijven ervaren, al de dagen van uw leven.
Danken wij allemaal God voor zoveel nabijheid, óók in ons eigen leven. En vragen wij vergeving voor de keren, dat wij ontrouw waren, dat wij Hem niet nabij waren.
OPENINGSGEBED
Laat ons bidden. Barmhartige Vader, onze hulpbehoevendheid gaat U ter harte en steeds hebt Gij uw erbarmen getoond. Blijf met uw genade om ons heen; zo zult Gij onze God zijn en wij uw volk voor eeuwig. Door onze Heer Jezus Christus, uw … . Amen.
KINDERWOORDDIENST
PREEK
Aan het begin van de viering zei ik, dat ieder van ons persoonlijk wordt geroepen. Toch geldt hier niet de wet van ‘Ieder voor zich en God voor ons allen’. Nee, in hetzelfde Oude Testament lezen wij hoe God mensen roept, niet als een groep individuen, maar als familie, als zonen, de twaalf zonen van aartsvader Jacob - en dus als broeders. Jahweh-God zei tegen de Joden het volgende: “Hoewel de hele aarde Mij toebehoort, zult gij van alle volken op bijzondere wijze mijn eigendom zijn.” In de eerste lezing van vandaag maakte Hij van hen zelfs “een priesterlijk koninkrijk, een heilig volk”. God maakte hen tot ‘Kerk’, tot ‘bijeenkomst’. God schakelt mensen in, als persoon èn als volk.
Maar het begint steeds met een persoonlijke roeping. Kijken wij naar enkele grote namen: Abraham wordt vanuit zijn eigen land weggeroepen naar een onbekend land om daar een nieuw volk te vormen. Mozes wordt bij een brandende braamstruik geroepen om een volk van honderdduizenden te bevrijden uit de slavernij van Egypte. Johannes de Doper vanuit de woestijn om heel Israël klaar te stomen voor de komst van het Rijk van God op aarde. Al deze mensen kregen van hogerhand een naam. God zei bijvoorbeeld tegen Abram, dat hij voortaan ‘Abraham’, wat betekent ‘vader van een menigte van volken’. Zo ook krijgen wij bij ons doopsel van God een naam van een heilige of zelfs dè Naam: wij worden christen, een man of vrouw met de opdracht - op persoonlijke wijze - mee te bouwen aan de verbetering en de uitbreiding van Gods volk op aarde. Een priesterlijke taak. In woord en daad verkondigen wij Gods liefde voor de mensen. En het kan daarbij gebeuren, dat wij een stukje van onszelf moeten offeren. Het woord ‘priester’ betekent immers ‘offeraar'.
Maar, beste medegelovigen, wanneer er een roeping plaatsvindt, een uitverkiezing, kan dat nooit leiden tot een monopolie, een alleenheerschappij, nee, een roeping - ook die tot het ambtelijke priesterschap - is altijd bedoeld om de ‘uitgekozen gemeenschap’ sterker te maken.
De geschiedenis van het Joodse volk leert ons, dat God zich echter niet gebonden voelt wanneer zijn volk Hem de rug toekeert. Het evangelie van vandaag verhaalt ons hoe Jezus vol medelijden naar de mensen kijkt, omdat zij afgetobd neerliggen, als schapen zonder herder. God had het huis van Israël met zoveel liefde en zorg omgeven. Het oudtestamentische boek Deuteronomium zegt hoe God zijn volk op arendsvleugels heeft gedragen en toch … dit zielige hoopje is alles wat er van zijn volk is overgebleven. Is dat ook niet de situatie van de Kerk van onze dagen?
Maar God geeft niet gauw op. Hij geeft zijn volk weer een kans. Hij stuurt Johannes de Doper, aansluitend zijn eigen Zoon, Jezus Christus, die op zijn beurt weer de apostelen zendt. Maar als zijn volk deze kans bij uitstek laat varen, ja, Gods Zoon zelfs aan het kruis slaat, dan heeft het volk haar recht - omdat het als eerste was uitgekozen - verspeeld en dan luidt bij hemelvaart de opdracht: “Gaat en maakt àlle volkeren tot mijn leerlingen”.
Eigenlijk betekent dit, dat de Kerk, het volk van God, wordt uitgekozen uit de heidenen - dat zijn wij - om sacrament van heil te zijn voor alle mensen op aarde, niet op de laatste plaats óók voor Israël zelf.
Broeders en zusters, laten wij ons bewust zijn van onze verantwoordelijkheid. Want ook de Nederlandse Kerk is teruggevallen tot een afgetobd volk. Maar God heeft nu geen andere keus meer dan met dit wereldomvattende volk verder te gaan. Hij zal ons niet in de steek laten, nooit! Kijken wij naar de vurigheid van de eerste Joodse leiders, Abraham, Mozes. Zien wij de vurigheid, de broederlijke saamhorigheid van de christenkerk van de eerste eeuwen. Als wij met z’n allen God bidden om dat vuur, niet één keer, maar alle dagen van ons leven, dan zal God dat vurige verlangen naar een betere Kerk, een betere wereld, zegenen, en dan zal Hij het aanschijn van de aarde vernieuwen. Dan zullen alle mensen leven als kinderen van éénzelfde Vader, als broeders en zusters van elkaar. Proberen wij in onze eigen omgeving ook zelf zo te leven: als broeders en zusters van elkaar. Goed voorbeeld doet volgen.
SLOTWOORD
BRUIDSZEGEN
U, God, Schepper van al wat is,
uw Naam loven en prijzen wij,
want man en vrouw hebt Gij in het begin gemaakt
om een gemeenschap van leven en liefde te stichten.
U brengen wij ook onze dank,
want Rein en Rie van Rutten-van der Meijden, die U zijn toegewijd,
hebt Gij aanzien geschonken
door het huisgezin te zegenen:
zo zijn zij beeld van de eenheid
tussen Christus en zijn geloofsgemeenschap, de kerk.
Wij bidden U:
zie op deze dag vol liefde naar hen,
en zoals Gij hun samenzijn behoedt hebt
een goede en kwade dagen,
schenken ook nu onverminderd nieuwe kracht
aan en verbondenheid in het huwelijk.
Doe hen groeien in liefde,
bestendig hun band van vrede
en laat hen zo
te midden van hun kinderen
een vreugde vinden in een uw zegeningen
tot in lengte van dagen.
Door Christus, onze Heer. Amen.