11e Zondag A (2008)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 11e zondag · groen

Zou ’t, dierbare parochianen en gasten van deze Vredeskerk; zou het toeval zijn? ,Er zitten wel érg véél oranje gerbera’s in het bloemstuk dat voor ons altaar staat. Met die bloemen wordt God eer gebracht - maar vandaag misschien stiekem toch ook een beetje het Nederlands elftal? Of misschien kunnen we beter zeggen: In die bloemen dragen wij ook de overwinningen van Oranje aan God óp, danken wij Hém ervoor … Want: “we zijn trots op Oranje” zoals dat heet - en we delen allemáál een beetje in de eer. Afgelopen woensdag was ik op de markt van Thessalonica, Griekenland in een religiosa-handel, om wierook te kopen. Ik werd geholpen door een jongeman in een Italiaans voetbalshirt. Hij vroeg mij waar ik vandaan kwam. Door hem begreep ik dat “wij” gewonnen hadden van Italië. En ik merkte: in zijn ogen straalde de glans van die overwinning ook op míj af … Ook ik deel in de eer, zo merkte ik … Ach ja mensen: “op arendsvleugelen heb ik U gedragen” - zo hoorden wij in de eerste lezing van vandaag, uit het bijbelboek Exodus … en ligt het dan dezer dagen niet erg voor de hand om aan de voetbal te denken? De gestalte van minister-president Jan Peter Balkenende wordt nóg bleker. Er is hier ten lande op dit moment maar één herder: bondscoach Marco van Basten. Aller ogen zijn op hém gericht.

Ook die van ons? Nou, U bent natuurlijk niet voor Marco van Basten naar de kerk gekomen. Aller ogen zouden hier natuurlijk gericht moeten zijn op Jezus van Nazareth. Wij komen Hem tegen in het evangelie. We horen de woorden daarvan. We zien hoe ze voorgelezen worden. En misschien komen er op het beeldscherm in ons hoofd ook wel plaatjes als we horen over die “grote mensenmenigte” en hoe Jezus “diep bewogen”, zo staat er, raakte “omdat ze geplaagd en gebroken waren als schapen zonder herder.” Zonder herder. Zonder hérder??? Maar Jezus ís daar toch? De herder is toch aanwezig? Die grote mensenmenigte is toch juist voor Hém gekomen? Ja … maar toch stáát het er: De mensen maken op Jezus de indruk van “schapen zonder herder”. Zo eenvoudig is het dus blijkbaar niet veelgeliefden … Je kunt dus blijkbaar bij Jezus zijn, Zijn fysieke aanwezigheid ervaren en tóch nog een geplaagde en gebroken, herderloze indruk maken …

Veelgeliefden, wat is dat eigenlijk: herderschap ervaren? Ik denk: het heeft met veiligheid en geborgenheid te maken. Dat iemand die aan jou biedt. Herderschap heeft met vertrouwen en ook met “leiding” te maken. Dat iemand jou helpt bij het vinden van jouw weg door het leven. Dat iemand jou helpt om duidelijk te krijgen waar we vandaan komen en waar we naar toe gaan, waarheen we op weg zijn en hóe die weg gegaan kan worden. De herder wijst de weg. Op hem (of haar) koers je. De herder is een GPS, een tomtom.

Wie is, in deze zin, jóuw herder? Wie is de mijne?

Is Jezus dat? - Het ligt voor de hand om op die vraag “ja” te zeggen. Ja, maar is het ook werkelijk zo? Zoals gezegd: de grote mensenmenigte in de evangelietekst is bíj Hem en toch zegt Hij: De mensen maken op mij een herderloze indruk. En als dat voor de mensen daar en toen gold, veelgeliefden, dan zal dat ook wel voor ons hier en nu gelden. We zijn hier bij Jezus, ja zeker. Maar we worden toch ook nog altijd geplaagd. En soms zijn we gebroken en voelen wij ons nóchtans herderloos. Hoe gaat Jezus met dit gegeven om? Hij richt de schijnwerper op zijn leerlingen zo horen we: “De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig. Vraag dus de eigenaar van de oogst om arbeiders in te zetten voor zijn oogst.” Wat Hij dus niet zegt is: Júllie moeten het doen. Júllie moeten die herders zijn. Nee, Hij zegt: Jullie moeten vragen om die arbeiders. Dat de eigenaar van de oogst die geeft.

Wat mij betreft, veelgeliefden, gaat deze evangelietekst over het “menselijk tekort” en over het “menselijk onvermogen” zoals we dat steeds weer tegenkomen. We verlangen zóveel van het leven, van de mensen en van onszelf. We hebben zoveel verwachtingen. En wat komt er van uit? Onze verlangens en verwachtingen die kunnen onszelf en de anderen wurgen. Want wat wordt er van wáár gemaakt? Ik denk: Juist omdat we zoveel verlangens en verwachtingen hebben, ja eísen stellen; juist daardoor kunnen we de anderen en onszelf vaak geweldig dwarsbomen; juist daardoor blokkéren we de vervulling van die verlangens en verwachtingen, van al die mooie dromen.

Het is, veelgeliefden, met Jezus zelf gebeurd. We mogen wel zeggen: Hij is aan de verlangens en de verwachtingen van de mensen, van de goddelozen, van de zondaars, van ons (om met Paulus in de Romeinenbrief te spreken); Jezus is aan en door ons ten onder gegaan. En zó en juist dáárdoor heeft Hij ons gered, is Paulus’ geniaal inzicht. Ja, veelgeliefden: geniaal, maar ook: verduiveld moeilijk, dat inzicht. Want wat bedoelt Paulus nu precies? Het blijft lastig om daar precies de vinger achter te krijgen, om zijn, Paulus’ gedachtengang over Jezus’ levensweg helemaal te doorgronden: Wij struikelen! Wij falen! Wij schieten te kort! En pas als je dat kunt zien en dat kunt toegeven - dát je het zelf niet kunt, maar Hem, Jezus Christus, Degene die ook jij méé de dood in gedreven hebt; pas als je kunt zien en toegeven dat het zó is en dat je Hem, Jezus Christus, nochtans écht nodig hebt, pas dan kan Hij werkelijk jouw herder zijn. Want Hij draagt het je niet na. Hij vergeeft het je en wil er voor je zijn. Daarvan leven wij.

“Vraag (…) de eigenaar van de oogst om arbeiders in te zetten voor zijn oogst.” Mensen, wij kunnen het niet zelf. Wij moeten er om vragen, wij moeten er om bidden. Alleen God, de eigenaar van de oogst, kan het ons gegeven. Hij heeft het ons reeds gegeven, in en door Jezus Christus. Hij is ons leven, Hij is ons voedsel. Amen.

Zoeken in Preken Online