* Vorige week voelde Jezus zich tegenover de zondaars als een geneesheer voor de zieken. Ontroerd aanschouwt Hij vandaag een landschap van miserie: een menigte letterlijk ‘geplaagd en gebroken’. Het volk werd uitgebuit door lokale corrupte machthebbers. Maar Jezus zag tegelijk en vooral de morele en spirituele teistering van zijn volk: de religieuze leiders, de rabbijnen, zwaaiden met de letter van de wet. Ze sloten de zondaar uit, waar ze hem juist hadden moeten opzoeken. Jezus bekeek zijn volk als een rijpe oogst die op het veld blijft staan en de verrotting afwacht.
* Ook wij kijken in het huidig wereldgebeuren naar zulk panorama. Via de media schouwen we de ellende die zich over de continenten afspeelt: corruptie, armoede, honger, dood en vertrappeling van de menselijke waardigheid, uitputting door drugs en seks… Ook binnen in de Kerk ervaren we ontreddering alsof onze morele oriëntatie en onze geloofshouvasten weg zijn gewankeld. We zijn terecht gekomen in het materialistisch individualisme en in een botsing van culturen en religies. Het gezinsleven wordt in zijn versplintering zelfs voorgespiegeld als een progressief ideaal. Onverschilligheid of moedeloosheid lijkt vaak het antwoord van het volk. Maar wij kijken uit naar goede herders, de echte leiders, de ware arbeiders, die uitblijven of niet voldoende in aantal zijn.
1. Daarom zei Jezus met aandrang: “Bid de Heer van de oogst om arbeiderS…” (Mt 9,38).
-
Gebed is het eerste. Roeping wordt geboren uit het gebed. Jesaja bad: “Heer, hier ben ik, zend mij. Ik smeek u erom” (Jes 6,8). Maar ook wij moeten bidden om arbeiders voor die oogst. Bij Marcus lezen wij dat Jezus alvorens Hij de apostelen riep, eerst de berg besteeg (Mc 3,13). Jezus beklom altijd een berg om er te bidden. Ook bij Lucas lezen we dat Jezus zelf zich eerst terugtrok in het gebergte en er de nacht doorbracht in gebed (Lc 6,12). De keuze van zijn apostelen rijpte vooraf uit de biddende dialoog van Jezus met de Vader. De roeping ankert in de Godontmoeting.
-
Dit is de eerste sleutel in onze roepingenpastoraal. Eerder ontwaakten roepingen in het biddend en gelovig klimaat van onze gezinnen, van de parochies, van scholen en jeugdbewegingen. Men keek op naar priesters en religieuzen ‘life’ die het deden. Dat is vandaag zoek. Nu is men geneigd om roepingkeuzes te lokken met de artificiële aanpak van de wervingsbureaus of met commerciële mediatechnieken. Roepingen voor de Kerk zijn geen profane beroepen. Die menselijke middelen kunnen enkel lukken als ze gedragen, bevrucht en georiënteerd worden door een netwerk van gebed. Het hier gaat niet zozeer om esthetisch verzorgde gebedsvieringen, die vaak ook wat show meebrengen; maar het gaat om het ware gebed van het hart, om de eucharistische aanbidding en daarin de offerende overgave van zichzelf in geloof, dank en lofprijzing. Pas dat is vruchtbaar. Het is niet evident om in een genotcultuur de offergedachte ingang te doen vinden. De mediareclame voor euthanasie bewijst hoe ver de zingeving van het levensoffer, de wijsheid van het kruis, van ons is weggevloeid. Tevens moest men in onze parochies, scholen en bewegingen werk maken van gedurfde geloofsherbronning. Dat vergt tijd, moed, eensgezinde volharding, geloof en gebed.
2. En na zijn gebed koos Jezus de twaalf die Hij wilde en die Hij zond.
-
De twaalf apostelen stelden zichzelf niet voor. Ze eisten hun roeping niet op. Matteus moet verrast geweest zijn. Roeping in de Kerk is geen recht. Men kan zich nooit zomaar een roeping en een zending toe-eigenen. Ze werden (!) geroepen. Roeping gaat uit van God, van Christus. Ze ontwaakt in het hart van de geroepene, en wordt bij ons langs de leiding van de Kerk bevestigd.
-
De keuze van twaalf heeft Jezus bewust bedoeld aansluitend bij de twaalf stammen van het oude Godsvolk. Jezus ‘stelde ze aan’. Het is de term waarmee de Joodse priesters hun ambt ontvingen. Er steekt een structuur in dat gebeuren. Die groep was zeer gevarieerd, vol tegenstellingen. Een onstuimige Simon-Petrus die Jezus zou verloochenen om nadien de rots te worden, de eerst zo ambitieuze Donderzonen Jacobus en Johannes, de twijfelaars Thomas en Nathanaël, Levi de collaborateur naast de ultra-nationalistische vechters als Simon de Zeloot en waarschijnlijk Judas van Kerioth die Jezus verraden zou… Allen verwachtten de redding van hun volk. Maar hun opvatting over die redding maakte hen onderling zeer verschillend tot het tragische toe. Zij waren zwakke mensen met veel gebreken, gevormd door de publieke opinie hun tijd. Welke enorme taak voor Jezus om hen te vormen en inzicht te geven in het ware heil dat Hij voor zijn volk voorzag ! Het heil zal pas klaar worden op het kruis, in de verrijzenis en in de pinksterontwaking nadien.
* Met hen begon de Kerk. Ze is niet een uitvinding van mensen. Matteus stelt de apostelen - wat betekent ‘gezondenen’ - paarsgewijs voor zoals ook de andere leerlingen twee aan twee zullen gezonden worden: in team. Maar steeds in gezelschap van Jezus (Mc 3,14) om van Hem te kunnen getuigen. Hun eerste zending was er om bij het eigen Joodse volk een klimaat van angst te doorbreken, alle tegenkrachten te bezweren, om pas na Pinksteren de boodschap van kruis en verrijzenis, de kern van het evangelie, aan alle volkeren uit te dragen. Het Godsvolk is tot op vandaag op tocht doorheen de eeuwen onder leiding van de bisschoppen één met de opvolger van Petrus, maar zielsverbonden met de Heer die leeft, en onder de stuwkracht van de Geest.