Om niets

A-cyclus · Tijd door het jaar · 11e zondag · groen

Spiritualiteit. Vandaag is het zowat een toverwoord. Iedereen neemt het in de mond, maar niemand kan precies zeggen wat het betekent. Het heeft te maken met een christelijke levens­houding, met bezield en doorleefd geloof in het leven van alledag. Grote en geleerde woorden zijn daarbij niet nodig. Vaak kan een hele spiritualiteit in een kort zinnetje samengevat worden. Dat zinnetje is dan wel zo rijk, dat het een goede leidraad kan zijn in alle mogelijke levenssituaties.

Hier biedt het evangelie een dergelijk zinnetje: ‘Voor niets hebben jullie gekregen, voor niets moet je geven.’ Daarmee stuurt Jezus zijn leerlingen de baan op om het Rijk Gods te verkondigen. Dat woord moet hen dragen en motiveren om aan die schijnbaar onmogelijke taak te beginnen. Bij Paulus (1Kor. 4,7) komt hetzelfde op een uitdagende manier terug: ‘Wie vindt u zo belangrijk? Wat hebt u dat u niet gekregen hebt? En als u alles gekregen hebt, waarom dan die drukte alsof het van uzelf komt?’

Daarmee is eigenlijk alles gezegd. Het is een uiterst gevaarlijk zinnetje, omdat het ons heel veel - om niet te zeggen alles - uit handen slaat. Wij halen onze fierheid en zelfzekerheid meestal uit wat wij zelf doen, zelf verdienen. Het evangelie zegt hier zeer radicaal: je hebt niets verdiend, je hebt niets aan jezelf te danken. Om niets heb je gekregen. Het wordt alle­maal nog scherper als we beseffen dat Jezus dit zelf zegt. Hem is nochtans een en ander overkomen wat we moeilijk een gratuit geschenk kunnen noemen. Zijn lijden bijvoorbeeld. Kwaad had Hij niet gedaan en toch is Hij in de volle kracht van zijn jaren door zijn eigen volk ‘in Gods naam’ aan het kruis geslagen. Alles lijkt erop te wijzen dat Hij, tegen zijn wil in, gedwongen werd om dit te ondergaan. Toch zegt Paulus dat Christus zijn leven voor ons gegeven heeft toen wij nog zondaars waren.

‘Voor niets hebben jullie gekregen…’ Die uitspraak staat haaks op een beschaving als de onze, die zo sterk op haar eigen kunnen en prestaties gesteld is. Hier ligt het keerpunt. Hier valt de beslissing over ons wel of niet christen-zijn. Een christen is geen zelfvoldaan mens die nauwkeurig op zijn eigen rechten en verdiensten staat: ‘Wie vindt u zo belangrijk? Waarom al die drukte alsof het van uzelf komt?’ Een christen is een dankbaar mens die weet dat hij alles te danken heeft aan God, die hem grenzeloos liefheeft. Paulus kan daarin zo ver gaan dat hij zijn dank uitspreekt omdat hij mag delen in het lijden van Christus! Als de dankbaarheid zo ver kan gaan, wordt het tweede deel van het zinnetje vanzelfsprekend: ‘Voor niets moet je geven.’ Dat is het echte liefhebben. Dan is christelijke spiritualiteit geen kwestie meer van zure plichten, waarbij we de minimumgrens trachten te halen. Christelijk leven is een gul antwoord van gratuite ‘wedergave’. Omdat alles gave is en opdat alles gave zou worden…

Zoeken in Preken Online