De grote oogst

A-cyclus · Tijd door het jaar · 11e zondag · groen

De oogst is groot. Hier is geen sprake van zaaien en wieden. Dat zijn allemaal bezigheden vóór de oogst. Hier staat dat de oogst groot is. Wij leven in volle oogsttijd. Er worden arbei¬ders gezocht… om te oogsten. Het Rijk Gods heeft enkel handen nodig om de rijke schoven binnen te halen. Dat woord staat er, en niemand heeft het recht te doen alsof het er niet staat.

In ieder geval. de meeste pastores in West-Europa en elders in de wereld hebben het gevoel dat ze te veel werk hebben om vruchteloos te zaaien en te planten. Daarvoor zijn handen tekort. Dat de oogst zomaar voor het grijpen ligt, dat spreekt onze ervaring vierkant tegen. Wij zeggen vele andere dingen. Onder meer deze: de mensen hebben God niet meer nodig, je kunt de mensen niet meer bereiken. Deze taal horen wij. God staat met meer op het lijstje van onze nuttige adressen. Of zit er toch een kronkel in onze redenering?

Er zit inderdaad een kronkel in. De bijbel is immers niet een antwoordenboek. Hij biedt niet zomaar remedies voor de kwalen van vandaag. Wij zullen onze kwalijke vragen op een andere manier dienen op te lossen. De oogst is groot, dat was in Jezus’ tijd hoogst actueel - anders actueel dan nu. Het hele Oude Testament was het lange seizoen van zaaien en wachten. Eens, later, zal men met vreugde oogsten. Matteüs zegt ons: dat is nu!

Wat God van alle eeuwigheid aan mensen geven wil, is nu binnen handbereik. Gods gave heeft lang genoeg gerijpt. De mensen mogen nu de vruchten plukken. Met Jezus staande halmen in volle tooi. Daarvoor zijn vele arbeiders nodig. Tot alle mensen die nog in de wachtkamer zitten mogen we nu zeggen dat het wachten over is. Gods beste gave aan mensen is voorhanden.

Dat schijnt de echte verklaring te zijn van die grote oogst. Onze vragen zijn daarmee niet van de baan. Wat doe je daarmee als de mensen niet gespannen op de uitkijktoren staan om te speuren of Jezus soms niet in hun blikveld komt? Als je het zo stelt, zit er niet veel volk op de uitkijktoren. Mensen sluiten zich veelal op in hun ivoren toren. Maar is die toren wel zo hermetisch gesloten? Zij verwachten een antwoord op de vraag die zijzelf zijn. Alleen, zij verwachten dat antwoord niet meer van de Kerk(en). Is ons aanbod dan met mensvriendelijk genoeg? Is er een algemene allergie voor alles wat instelling heet? Is onze verpakking versleten? Hoe dan ook, mensen sturen hun bedelbrieven niet langer naar ons adres.

Toch zei me onlangs een pastoor van een parochie van 1.300 mensen: geef me vier fulltime pastorale krachten, ze zullen vele vragen oogsten. De nood van de mensen is groot. Om die vragen te oogsten, zijn arbeiders te weinig. Als wij onze gewaden afleggen, zullen wij de bedienaars worden van vele onverwachte en ondenkbare vreugde. De zinzoekers zoeken het niet bij ons. Misschien wordt het gevonden in hun achterkeuken? Er is veel verborgen verdriet… en veel verdoken ernst.

Of is dit een vreemd optimisme?…

Zoeken in Preken Online