In een van de voorbije weken moest ik in één week twee keer naar een begrafenis. De ene was een oudere mevrouw die wel bekend was geweest in mijn vroegere dorp. De andere was een man die na een korte ziekte gestorven was en een gezin achterliet dat nog heel erg op hem had gerekend. Het ging om een totaal ander verdriet in die twee kerken, maar één ding hadden ze beiden gemeen: ze zaten helemaal vol.
Het komt nog zo weinig voor, zeggen we al eens, dat de kerk helemaal vol loopt. Enkel nog een communie, een huwelijk, soms wel Pasen of Kerstmis, maar die momenten worden zeldzaam. Als ik aan iemand vertel dat ik meewerk in een parochie en gebedsvoorganger ben, is de eerste vraag steevast: komt er nog veel volk naar de kerk? De vraag heeft dan een ondertoon van, neen zeker.
Waar zijn die mensen gebleven? Waar zijn ze naartoe? Zouden ze niets missen?
Ik las in een commentaar bij het evangelie van vandaag dat het een oproep zou zijn om meer priesters. Dat de menigte schapen zonder herder de mensen van vandaag zouden zijn die zonder priester verder moeten. Dit lijkt mij nogal beperkt als interpretatie van dit evangelie. Maar wie zijn die schapen dan? Wat maakt dat ze zo afgetobd neerliggen, zo zonder herder? We moeten het in onze tijd nu niet ver zoeken. Onze samenleving is een rijke samenleving, materieel hebben we niets te kort. Maar toch is er veel leegte, leegte in ons hart. Wij allemaal zijn die schapen, als we zoveel met onszelf bezig zijn dat we de andere mensen niet zien. Als ons hart leeg is, als er niets in zit dat voor iemand anders is. We leven in een tijd dat alles wordt bekeken in economische termen. We moeten geld verdienen en aanzien en bij alles wat we doen stellen we de vraag wat ons dat kan opbrengen. Het kan allemaal zo anders. Er is zoveel te doen. De oogst is zo groot, zegt Jezus.
En dan zendt hij zijn leerlingen. Ga het aan iedereen vertellen, het Koninkrijk der hemelen is nabij. Maar de essentie van de zending die Jezus aan zijn leerlingen geeft is niet vertellen, maar doen. En als we zien hoe dat doen wordt omschreven, heeft dat toch iets herkenbaars. Geneest zieken en wekt doden op. Zijn dat ook niet vaak de momenten dat mensen elkaar vinden, dat hun harten zich voor elkaar openen. Het zijn nochtans geen fijne momenten want ze gaan altijd gepaard met verlies. Een mens die ernstig ziek is, verliest wat van zijn leven. Bij een dode zijn we zelfs heel dat leven kwijt. Vaak vinden we elkaar dan. En dat is goed. Niet zelden geeft dat heerlijke ogenblikken waar we lang aan kunnen terugdenken, ook al was dat dan in een periode met veel verdriet. Een heerlijk gevoel van samenhorigheid, van delen, er zijn voor elkaar.
We moeten echter niet wachten op ziekte of dood om die gevoelens te kunnen hebben. Wij geloven dat we niet zomaar moeten blijven rondzwalpen als een verloren kudde schapen, want er is die goede herder. Jezus is onze herder. Hij roept ons op om te staan voor wat hij stond. Om er te zijn voor iedereen, zonder ons af te vragen wat dat voor ons kan opbrengen. Voor niets hebt gij ontvangen, voor niets moet gij geven.
In het Groot Dankgebed bidden we vaak “voor hen die rekenen op onze inzet”. Zijn we dat niet allemaal? Rekenen we niet op elkaars inzet, elke dag, ieder moment. Dat is allemaal niet zo vanzelfsprekend, dat is werken, dat is onszelf soms opzij kunnen zetten. Maar als dat wat zou kunnen, dan is het Koninkrijk der hemelen toch echt nabij.
Christen zijn kan je niet alleen. We hebben daar elkaar voor nodig. Christen zijn is met elkaar zijn, samen zijn. Missen die mensen iets die hier niet zijn? Ik denk het wel. Hier kunnen we samenkomen. Hier kunnen onze harten elkaar ontmoeten. Door te luisteren naar Zijn Woord, door te eten van Zijn brood. Maar ook door te zingen voor iemand die jarig is, door te luisteren naar het verdriet van iemand om een verlies, door te denken aan die moeder die voor haar kind niet kan zorgen, door mee blij te zijn om de geboorte van een kind of een kleinkind. Door te luisteren en te praten, door er te zijn voor elkaar. Niet alleen hier in deze kerk, maar overal waar we komen. Verkondig het op uw tocht.