Geneesheer voor de zieken (2008)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 10e zondag · groen

* Jezus had Kafarnaûm gekozen als verblijfplaats. De stad lag bij het meer van Galilea, op de grote karavaanweg en op de grens: een kruispunt waar Jezus diverse mensen kon ontmoeten. Daar had Hij reeds zijn eerste leerlingen geroepen uit het Joodse vissersleven (Mt 4,18-22). Drie van hen hadden Jezus al leren kennen vanuit de school van Johannes de Doper (Joh 1,37-42).

* Nu ontmoet Jezus op die grenspost een tolbeambte. Ook hem roept Hij. De man volgt Jezus gezwind. Hij heet Levi (Mc 2,13; Lc 5,27). De naam Matteus kreeg hij wellicht van Jezus zoals ook Simon Petrus werd genoemd. Die naam (Hebr.: Mattanja) kan best “godsgeschenk” betekenen.

1. Opvallend is dat Jezus met deze nieuwe keuze binnendringt in een zondig milieu.

  • Tollenaars hadden een slechte reputatie als collaborateurs met de Romeinen of met de viervorst. Ze waren de uitzuigers van het Joodse volk. Ze stonden bij de wetgeleerden aangeschreven als onrein, op één rij met zondaars, ontuchtvrouwen en heidenen. Ze waren buiten de synagogen verbannen en waren geen erfgenamen van het Koninkrijk Gods. Als Matteus Jezus volgt betekent dit dat een zondaar zijn intrek neemt in de uitverkoren groep van de apostelen en toegang krijgt tot dit verboden Koninkrijk. Hij zal echter een pijler worden van de Kerk. Matteus biedt Jezus zelfs een feestmaal aan, net zoals later Jezus ook bij de hoofdtollenaar Zacheus te gast zal zijn. De maaltijd was bij de Joden een teken van intimiteit, gelijke gezindheid en vriendschap. Farizeeën aten daarom alleen met “zuiveren” zoals zij meenden zelf zuiver te zijn. Sterker nog, het feestmaal was tevens het beeld van het beloofde Koninkrijk (Jes 25,6-12; 55,1-3). Vandaar het uitgesproken onbegrip van de wetgeleerden: “Waarom eet uw Meester met tollenaars en zondaars ?” (Mt 9,11).

  • Jezus gaat tegen de stroom in. Hij steekt de mensen niet in vakjes. Zijn afdaling in een wereld van zondaars lag in de lijn van zijn menswording. En dit gebaar zal een blijvende houding van Jezus zijn. Zo werd het een rush van zondaars naar Jezus toe: “Vele tollenaars en zondaars kwamen met Jezus en zijn leerlingen aanliggen” (Mt 9,10). “Hij werd de vriend van tollenaars en zondaars” (Mt 11,19). Hij zal het lef hebben te zeggen dat tollenaars en ontuchtvrouwen voorrang zullen hebben in het Rijk Gods. (Mt 21,31). En in zijn parabel over het Rijk Gods voorgesteld als een bruiloftsmaal, laat Hij juist boeven en deugnieten aan tafel komen (Mt 22,9-10). Zijn dood tussen twee boosdoeners werd rijk aan betekenis (Lc 23,33). Eens vroeg een priester aan de bekende Franse predikant, de charismatische jezuïet le Père Monier: “Waarom ben je altijd in de buurt van schurken en lui die door het gerecht worden vervolgd ? Men moet eerst 10 jaar gevangenis achter de rug hebben om jouw vriend te zijn.” De profetische Monier antwoordde: “Mocht Jezus terugkeren, Hij zou net hetzelfde doen, want zij hebben Hem meer nodig dan wij.”

2. Jezus’ verklaring is duidelijk: Niet de gezonden hebben een dokter nodig maar de zieken.

  • Jezus’ naam betekent “God redt”. Jezus bevindt zich in de situatie van de geneesheer tegenover een zieke. Een zondaar is als een zieke, ook al beseft hij niet dat hij ziek is. Hij is hulpbehoevend en in nood. Heel Jezus’ zending is te gaan naar de verloren schapen van het huis Israël (Mt 15,24). Hij zegt nadrukkelijk: “De Mensenzoon is gekomen om te redden wat verloren was” (Mt 18,11) En er zal meer vreugde zijn voor het teruggevonden schaap dan voor de negenennegentig die niet verdwaald waren (18,13). Jezus’ fysieke genezingen sluiten aan bij de verwachtingen der profeten: “Ik zal het zieke genezen..” (Ez 34,15). Maar ze wijzen steeds op een diepere genezing. Zo zendt Jezus de twaalf apostelen uit precies om te “genezen” (Mt 10,1). De theoloog Eugen Biser noemde het christendom “De religie van de genezing”: Genezing die veel dieper gaat dan wat de medische wetenschap aanbiedt. In de gedachte van genezing steekt de gedachte van de verlossing. Een nieuw tijdperk werd hiermee ingeluid: de Messiaanse tijd. Later zou Robespierre zeggen dat andersom gelovigen de zieken zijn, die pas worden gesust als ze worden opgeruimd.

  • Het voorrecht van de zondaar ligt niet in het feit dat zijn hart zou klagen om redding of zuchten naar vergeving, maar in het feit dat zijn ellende het hart van God wakker maakt (Jacques Dupont). Niet de zondaar maar God zelf lijkt het eerste slachtoffer van de zonde: Hij die de Liefde is, wordt geraakt door de tragedie van de mens die Hij liefheeft, en is tegelijk in zijn liefde gekwetst (Bernard Bro). “De ellende van de zondaar en de barmhartigheid van God vormen de waarheid van het evangelie” (Dietrich Bonhoeffer). Daarom komt God zelf het eerst in beweging zoals de Vader van de verloren zoon. Het is de zin van Jezus’ komst en menswording: “Zozeer heeft God de wereld lief gehad dat Hij zijn enige Zoon heeft gezonden…” (Joh 3,16). “Ik ben gekomen niet om rechtvaardigen, maar om zondaars te roepen”. Dat woord “roepen” is “uitnodigen”. Hij roept op tot bekering. Hij nodigt aan zijn tafel. Deze fundamentele dimensie van de Torah, de barmhartigheid, was bij de rabbijnen helemaal verdampt. Men hechtte toen meer belang aan stapels wetten, formaliteiten en zielloze tempeloffers. Tot tweemaal toe citeert Matteus de profeet Hosea: “Ik wil liever barmhartigheid dan offers” (Hos 6,6; Mt 9,13; 12,7). God is het die goed is, die geneest en herstelt. Zijn naam is barmhartigheid. Hoe zouden wij ons dan keren tegen Gods goedheid?

Zoeken in Preken Online