Barmhartigheid wil Ik

A-cyclus · Tijd door het jaar · 10e zondag · groen

Niet de gezonden hebben een geneesheer nodig, maar de zieken. Wat die woorden voor een ongehoorde boodschap insluiten, begrijpen wij pas goed als wij de samenhang zien, waarin ze uit¬gesproken worden. Jezus komt voorbij het douanekantoor van Levi. Iedereen kent Levi, de man die de belastingen inde voor de Romeinen, de bezetters. Hij was een uitgestotene, omdat hij zijn eigen volk verdrukte. En juist naar zo’n man gaat Jezus, praat met hem, ja, nodigt hem uit tot navolging. Later zien we Jezus in het huis van Levi, met andere tollenaars en zondaars aan tafel zit¬ten. Dat de farizeeën tot in het diepste van hun ziel geërgerd waren, is goed te begrijpen. Zulk gedrag in het openbaar grensde aan verraad, was aansporing tot zonde. Schijnbaar waagden ze niet met Jezus te spreken, ze gaan naar zijn leerlingen en vragen hen: ‘Waarom eet uw meester met tollenaars en zondaars?’

Maar Jezus zelf staat hun te woord. Juist zulke mensen als de tol¬lenaars hebben een warm hart nodig. Je leest toch in de Schrift: ‘Barmhartigheid wil ik, geen offers’. Door die woorden en door heel zijn houding wil Jezus Gods manier van zijn duidelijk maken. Zo is God. Zijn hart is groter dan dat van alle mensen. God maakt geen onderscheid tussen de mensen. Hij zorgt voor iedereen, voor rijken en armen, voor gelukkigen en ongelukkigen, voor goeden en slechten, voor gezonden en zieken. Maar heel bijzonder staat Hij aan de kant van de rechtelozen.

Jezus wil dat wij ook zo zullen handelen: barmhartigheid liever dan offers. Jezus wil dat wij een warm hart hebben voor de armen. Dat wij ook de schuldige mens liefhebben en hem een kans geven voor de toekomst. Wij hebben geen enkel recht om de mensen in categorieën in te delen: armen en rijken, zieke en gezonde mensen, want God bewijst zijn barmhartigheid aan iedereen.

Hoe staan wij tegenover dit evangelie? Als wij heel eerlijk bekennen dat wij zondaars zijn, die over heel de lijn te kort schieten, dan is dit evangelie een blijde boodschap: Jezus is gekomen voor ons. Als wij voor ons zelf moeten bekennen dat wij ons steeds als gerechtig voor God ervaren, die met ons doen en laten voor God tevreden zijn, dan is dit evangelie een waarschuwing, over de anderen niet de staf te breken en niemand uit onze gemeenschap uit te sluiten.

Als wij heel eerlijk zijn, weten wij dat wij wel Gods barmhartigheid nodig hebben, en dan mogen wij ons verheugen omdat God niemand veroordeelt of afschrijft. Een zondaar kan nog het best de zending van Jezus begrijpen, waarom Hij op aarde gekomen is. Hij weet dat de gekruisigde hangt op de plaats waar hij zelf eigenlijk had moeten hangen…

Zoeken in Preken Online