4e zondag van de Advent – jaar A

A-cyclus · Advent · 4e zondag van de Advent · paars

Homilie op de 4e zondag van de advent: Een speciaal Kind! (Mt. 1, 18-24)

Tielt, 22 december 2013

Ik moet eerlijk bekennen dat ik vandaag moet preken over een evangelietekst die ik aanvankelijk niet verstond.

Wel kon ik best begrijpen hoe verdrietig en ontgoocheld Sint-Jozef was toen hij vaststelde dat zijn verloofde Maria zwanger was. En dat zonder dat hij wist wie haar zwanger gemaakt had en “vooraleer ze gingen samenwonen.” Je zou van minder de kluts kwijt zijn. Maar de manier waarop hij daarop reageerde, dat verstond ik niet. “Omdat hij rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, zo hoorden we in het evangelie, dacht hij eraan in stilte van haar te scheiden.” Volgens het Joodse huwelijksrecht vond de eigenlijke huwelijkssluiting plaats bij de verloving. Maria was dus reeds in feite zijn echtgenote. Hoe kon hij dan in ’s hemelsnaam van haar scheiden en haar in zulke toestand in de steek laten? Dat was miserie zoeken. Ze zou immers als overspelige vrouw volgens het gewoonterecht van toen op zijn minst gegeseld worden. Als hij haar toch zo graag zag, zou hij beter gewoonweg met haar getrouwd zijn en erover gezwegen hebben, zoals nog wel eens gebeurt.

Met het tweede had ik nog meer moeite. Hoe kan iemand scheiden en dat in stilte doen? De familie zou dat toch weten en in een dorp zou iedereen op korte tijd het te weten komen en erover roddelen. Hij kon natuurlijk met de noorderzon verdwijnen, maar zij zou met een slechte naam achterblijven en voor een tweede maal verstoten worden, maar nu door de hele gemeenschap. Er staat nochtans in het verhaal dat hij Maria niet in opspraak wilde brengen. Hoe naïef van hem!

Omdat ik dat alles niet verstond, dacht ik bij mezelf: Kon er nu toch maar een engel verschijnen die me dat alles uitlegt, zo goed dat ik het ook aan jullie kan uitleggen! Ik heb het pas verstaan als ik een verhaal las over Franciscus van Assisi.

In een tijd waarin de Kerk een rijke instelling was geworden en haar dienaren veelal in grote luxe leefden, pleitte Franciscus voor grote eenvoud en soberheid. Hij verkocht daarom zelf alles wat hij bezat en ging heel sober leven. Ze noemden hem “de arme Frans”. Van die Franciscus gaat de legende dat hij geboren is in een stal, maar in werkelijkheid was hij het kind van welgestelde ouders en stond zijn wieg in een groot patriciërshuis. En toch ontstond in de Middeleeuwen, vele jaren na zijn dood, het verhaal dat hij geboren was in een stal. Met die legende wilde men duidelijk maken dat hij, door te kiezen voor eenvoud en armoede, heel erg veel leek op Jezus.

Wat dat latere verhaal vertelt is dus niet waar gebeurd, maar het is wel de waarheid: het vertelt namelijk heel goed wat voor iemand die Franciscus is geweest.

Veel bijbelgeleerden zeggen dat we het evangelieverhaal van vandaag ook zo moeten lezen. Niet allemaal waar gebeurd, maar wel de waarheid. Als Maria overschaduwd wordt door de heilige Geest en daardoor zwanger wordt, wil men daarmee uitdrukking geven aan de geloofswaarheid dat haar kind een kind van God is, bezield door Gods Geest.

In de geschiedenis van het Joodse volk komen we voortdurend verhalen tegen over mensen die geboren worden uit moeders die onvruchtbaar zijn of die te oud zijn om nog kinderen te krijgen. Wat menselijk gezien niet mogelijk is gebeurt dan toch. En dan is zo’n kind, - wil de Bijbel zeggen, - een speciaal kind van God, een heel bijzonder iemand. Trouwens het Joodse volk is ontstaan, -zo vertelt de Bijbel, - uit Abraham en Sara, twee stokoude mensen, die toch nog een zoon krijgen. Want, - willen ze daarmee zeggen, - zij zijn een volk dat door God gewild is.

Zo iets is er ook aan de hand met Jezus, een heel bijzonder iemand, die dus ook op een heel bijzondere wijze is verwekt.

Onverwacht doorkruist God het leven van Jozef en Maria: er zal een kind geboren worden, een heel speciaal kind, en het zal de naam krijgen “Immanuël”. Dat is in vertaling: God met ons. Die zal voor Jozef niet de zoon zijn zoals elke vader hem droomt. Hij zal evenmin ten volle Maria’s kind zijn, want reeds bij de aankondiging van de engel wordt Hij de Zoon van de Allerhoogste genoemd. Zo geven zij op voorhand uit handen wat hen straks zal worden toevertrouwd. Jozef houdt van Maria, maar laat haar de moeder van Gods Zoon worden en neemt haar als vrouw tot zich. Beiden zullen zij het kind omringen met al de zorg die een vader en een moeder kunnen geven, maar tegelijkertijd zullen zij op de achtergrond treden wanneer de herders en de wijzen het kind als hun Redder en Koning komen begroeten.

De vraag aan elk van ons is deze: Geloof jij dat God ook jouw leven kan doorkruisen en je leven totaal veranderen en welke houding neem je daarbij aan?

Dat getuigenis van overgave, geloof en liefde geven ons Maria en Jozef. Zij zijn de laatsten die we ontmoeten op onze weg naar Kerstmis. Zij verwachten ook het sterkst de komst van de Heer Jezus en zijn dus de twee adventsfiguren bij uitstek.

Met Kerstmis horen we het verhaal over een kind, in doeken gewikkeld. Dat in doeken gewikkelde kind zal, eens ouder geworden, ons uit de doeken doen hoe wij God moeten dienen, namelijk door goed te zijn voor elkaar en voor elke mens op onze levensweg. Jezus zelf gaf ons daarin het voorbeeld en dat maakte zoveel indruk dat veel mensen zeiden: dat is echt de zoon en het beeld van God.

Toen ik voor het eerst het evangelie van vandaag las, verstond ik er niets van. Nu begin ik te beseffen dat ik er heel veel uit kan leren om me klaar te maken voor Jezus’ komst over enkele dagen met Kerstmis.

Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt

Zoeken in Preken Online