Beste vrienden,
Wat we daarnet in het evangelie hebben gehoord, klinkt een beetje als een dialoog uit één of andere televisiesoap: zij wordt zwanger, en hij is ervan overtuigd dat ze hem ontrouw is geweest. Van waar zou dat kind anders komen? Van hem toch zeker niet!
Dus krijgen we een geweldige scène, pijn en woede aan beide kanten, de gehoornde partner als grote loser, en dan een langdurige vechtscheiding. Dat zou het klassieke, begrijpelijke scenario zijn en dat is ook vandaag nog de droevige realiteit in menige relatie.
Jozef, die in het evangelie van vandaag in het middelpunt van de gebeurtenissen staat, die denkt eerst ook zo: ik moet van haar scheiden. En die gedachte kunnen we best begrijpen. Het was zijn grootste wens geweest om met Maria te trouwen en met haar een gezin te stichten, en dan moet hij plots vernemen dat ze reeds zwanger is. Voor die eenvoudige timmerman uit Nazareth moet toen zijn ganse wereld zijn ingestort. En dan nog de uitleg die Maria hem geeft: zwanger van de Heilige Geest. Dat kunt ge toch – zacht uitgedrukt – aan niemand, laat staan aan je verloofde, wijsmaken. Bij hem moet dat toch zo overkomen: Domme uitvlucht! Nog niet eens getrouwd en dan reeds iets met een ander! Die vermelding van de Heilige Geest als bovennatuurlijke vader moet voor Jozef als een zware Godslastering overkomen, omdat wij mensen ons dat gewoon niet kunnen voorstellen. Neen, die zwangerschap is voor de toekomstige echtgenoot, en voor de ganse buurt, een klaar bewijs van ontrouw. Jozef heeft niet alleen het recht, maar is door de rechtsgebruiken van toen bijna gedwongen om de relatie met Maria te verbreken en haar aan het Joodse gerecht over te leveren om veroordeeld en gestenigd te worden.
Ook wanneer Jozef het niet luidop zegt, denkt hij er toch het zijne van en zoekt naar een uitweg uit dit dilemma. Ondanks zijn diepe teleurstelling wil hij deze vrouw, die hij toch immens graag ziet, niet uitleveren. Daarom neemt hij het besluit om in stilte, zonder groot misbaar, van haar te scheiden. Daar kan hij mee leven – en daar kan zij misschien ook mee leven.
Maar, die gedachte maakt Jozef niet gelukkig. Het probleem achtervolgt hem tot in zijn slaap. Dat hij ervan droomt is zeker niet ongewoon. Want wat ons hart beweegt, komt ook in onze dromen telkens weer te voorschijn. En daar verschijnt nu plots een engel en zegt: “Jozef, je moet niet bang zijn om Maria tot vrouw te nemen, want het kind dat zij verwacht, is van de Heilige Geest.”
Ja, in zijn droom neemt de Liefde het woord – en die Liefde is God zelf. In zijn droom, in zijn diepe liefde voor Maria, komt Jozef tot het besef dat niet diegene vader wordt die biologisch als de verwekker kan worden aangetoond, maar wel diegene die het kind als vader aanneemt. Of Jozef die droom echt begrepen heeft, dat weet ik niet. Aan de hand van het evangelie vermoed ik alleen maar dat hij over zijn mannelijke schaduw heen is gesprongen en de verwekkingskracht van de Heilige Geest heeft aanvaard. En hoe heeft hij uiteindelijk gereageerd? Weet U nog wat hij na die droom heeft gezegd? Natuurlijk niet, want jozef heeft helemaal niets gezegd. Zelfs niet: „Ja, maar!“ Hij is gewoon opgestaan en heeft Maria als echtgenote bij zich genomen.
Waarom doet hij dat? Waarom laat hij toe dat zijn ganse leven nu plots binnenste buiten wordt gekeerd, en alles nu heel anders zal verlopen als hij het zich had voorgesteld? Dat al zijn plannen en toekomstbeelden teniet worden gedaan? Waarom laat die man dat toe?
De engel heeft hem helemaal niet verteld waarom dat allemaal is gebeurd. God heeft aan Jozef helemaal niet méér verteld dan aan andere mensen die hun leven door de één of andere gril van het lot totaal zien veranderen. Om eerlijk te zijn, ik kan me niet voorstellen dat Jozef ook maar één woord heeft begrepen van wat hem daar werd verteld over de Heilige Geest en over die zoon van God die in de wereld moest komen. Dat verstaan zelfs wij in onze theologisch goed voorgelichte tijd niet goed – in tegendeel: tot op vandaag is de maagdelijke geboorte een struikelsteen voor ons verstand en met het geloof in die zoon van God hebben velen het soms ook moeilijk.
Waarom doet Jozef het dan? Waarom legt hij zich zo gemakkelijk neer bij de feiten?
Daarvoor kunnen we waarschijnlijk twee redenen aanhalen:
-
Jozef moet een enorm groot vertrouwen en een zeer vast geloof in God hebben gehad. Hij geloofde vast dat God voortdurend in ons leven aan het werk is en dat allmes wat Hij doet ook dan nog zin heeft, wanneer de betrokkene het al lang niet meer begrijpt. Door dat geloof hou je ook dan nog aan God vast, wanneer je ganse leven, alles wat voor jou belangrijk is, over je instort en teloorgaat. Wanneer alle anderen over je roddelen en je liefst van al zou weglopen om nooit meer terug te komen. Jozef wilde dat toen eigenlijk ook, maar zijn geloof maakt dat hij JA kan zeggen tegen Maria, ook wanneer alles in haar nadeel spreekt. Dat geloof maakt ook dat hij haar kan vertrouwen en al zijn twijfels naar de achtergrond kan verwijzen. Dat hij zijn hart laat spreken en niet op zijn rechten staat.
-
De tweede reden is dat hij oneindig veel van Maria moet gehouden hebben. Ik ben ervan overtuigd dat hij anders, in die situatie, niet zo pal achter haar had kunnen staan.
Het is goed dat die Jozef in het evangelie af en toe weer eens wordt belicht. Dat geeft me de hoop dat zijn leven en karakter ook mijn leven zouden kunnen beïnvloeden. Vooral wanneer we zelf in de ogen kijken van een mens die voor ons veel betekent, die we graag zien – en die we door ons gedrag misschien diep hebben ontgoocheld of wiens gedrag wij momenteel helemaal niet kunnen begrijpen. Dan zou het goed zijn wanneer die Jozef ons zou kunnen beïnvloeden zodat onze liefde voor de andere ons zou kunnen helpen om die afgronden ook te overwinnen. Zijn invloed zou ons ook van pas komen wanneer we ons weer eens afvragen waarom ons dat nu weer juist moet overkomen; waartoe het allemaal nog dient; wanneer één of andere gebeurtenis ons terneerdrukt, een slag van het noodlot al onze krachten opvreet, of een ziekte gans ons leven verandert. Ja, dan zou ik wel willen dat die Jozef me zodanig beïnvloedt, dat ook ik in God kan blijven geloven en erop vertrouwen dat Hij ook dan in mijn leven aan het werk is wanneer ik niets, maar dan ook helemaal niets, van Hem gewaar word, en er toch rotsvast op kan bouwen dat alles een zin heeft.
Ik zou niet willen weten wat er van Maria en het kind zou geworden zijn indien Jozef zich niet om hen had bekommerd. Ik zou ook niet willen weten wat er van Kerstmis zou geworden zijn als Jozef er niet bij was geweest. Daarom wens ik U allen en ook mijzelf dat wij dat vertrouwen, dat Jozef had in het werken van God, tot voorbeeld zouden nemen en het altijd weer opnieuw zouden inoefenen. En wanneer u weer eens niet kan slapen, dan hoeft u zich niet langer angstig telkens weer om te draaien, maar gewoon naar uw eigen innerlijke stem te luisteren. Want bij ons, verlichte mensen, duurt het soms wel een beetje langer, vooraleer ons verstand door heeft wat ons hart reeds lang heeft begrepen. Amen.