4e zondag in de advent A (2007)

A-cyclus · Advent · 4e zondag van de Advent · paars

OPENINGSWOORD

In de laatste zondag van de advent lezen we in het evangelie volgens Matteus,
hoe Jozef – door twijfel bevangen – gelooft in een mysterievolle opgave.
In een droom brengt een engel hem het grote nieuws: “Wees niet bevreesd, Maria uw vrouw tot u te nemen; het kind in haar schoot is van de Heilige Geest; zij zal een Zoon ter wereld brengen die Gij Jezus moet noemen dwz. Emmanuel:
God- met-ons. Om Jezus te zien moet Jozef ook door de twijfel heen;
enkel heeft hij “het woord van God” als houvast.
Zijn wij in staat in God te geloven in alle situaties van ons leven,
ondanks twijfel en aarzeling?
Moge deze eucharistieviering voor ons een licht zijn
in de duisternis van ons leven. Kom, Heer Jezus, kom,
en neem alle twijfel uit ons weg.

Ontsteken van de vierde kaars (in stilte)

Als teken van geloof en hoop
steken wij op de adventskrans ook de vierde kaars aan.
De kring is nu rond;
het open midden wacht, ontvankelijk….

Heer onze God,
wij bidden U,
open nu ook ons hart en onze geest
om U te ontvangen,
nu Gij komt als één van ons
in Jezus, uw Zoon en onze broeder.
Kom, Heer Jezus, kom.

OPENINGSGEBED

Vervul ons, Heer van de genade die Gij ons hebt toegezegd
bij de boodschap van de engel, toen Jezus, uw Zoon,
mens geworden is als wij.
Wij vragen U: dat ook voor ons de dageraad aanbreekt
van de verrijzenis.
Door Christus onze Heer. Amen.

SCHULDBELIJDENIS

Heer, leef in ons; word mens in ons.
Onze dromen en verlangens om intens met U te leven
zijn soms van korte duur.
God wees ons genadig.

Heer, leef in ons; word mens in ons.
Bevrijd ons van zoveel twijfel en ongeloof;
maak ons hart open voor uw nakende komst.
God, wees ons genadig.

Heer, leef in ons; word mens in ons.
Bevrijd ons van zoveel kwaad
waarin wij berusten; kwaad zonder grenzen:
God, wees ons genadig.

Heer, leef in ons; word mens in ons.
Moge uw grenzeloos geduld niet uitzichtloos zijn
en ons dichter bij God brengen.
God, wees ons genadig.

Inleiding op de eerste lezing (Jes. 7,1-2a.3a.4a 5, 7,10-14-16)

De koning van Juda en zijn volk worden met ondergang bedreigd.
De profeet Jesaja spoort de koning aan om een duidelijk teken van Gods aanwezigheid te vragen en zijn leiding dan ook te aanvaarden.
Met een schijnbaar vrome uitvlucht wijst de koning dit voorstel af,
omdat Hij in feite niet bereid is Gods roeping positief te aanvaarden;
maar omwille van die afwijzing zal zelfs de koning moeten ervaren
dat de kracht van God onweerstaanbaar is.

VOORBEDEN

Broeders en zusters,
Gods menslievendheid ging zover dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven.
Bidden wij daarom in vertrouwen:

Voor alle toekomstige moeders;
dat hun hart openbloeit voor dit nieuwe gebeuren;
een kind komt in hun midden.
Mogen ze God steeds dankbaar zijn voor dit grote geschenk:
laten wij bidden…

Voor hen die op zoek zijn naar hoop en licht;
dat zij het bidden nooit opgeven
en eens een lichtpunt mogen zien
naar een hoopvolle toekomst:
laten wij bidden…

Voor allen die zich christen noemen;
dat het hen nooit ontbreekt aan kracht en overtuiging om tenvolle
en vanuit het hart te leven in het spoor van Jezus:
laten wij bidden…

Voor ons die weldra getekend zullen worden door Gods Geest
in ons vormsel: dat de kerstvrede niet beperkt blijft tot gezelligheid
en feesten; dat de vrede van kerstdag ook ons hart moge raken:
laten wij bidden…

Heer onze God,
Gij hebt uw Zoon Jezus Christus aan ons geopenbaard.
Hij is het licht van deze wereld.
Help ons dit licht uit te dragen opdat het alle mensen verlicht en gelukkig maakt.
Door Christus onze Heer. Amen.

GEBED OVER DE GAVEN

Heer,
heilig deze gaven die wij op uw altaar plaatsen.
Vervul ze van de Heilige Geest,
die Maria overschaduwd heeft bij de menswording
van Jezus Christus, onze Heer. Amen.

NA DE COMMUNIE

Waar zal ik je vinden, God,
als ik niet open sta
voor ’t komen van uw Zoon,
als er in mijn hart geen plaats is
voor bevrijding
en in mijn hand geen ruimte
voor een milde mensenhand?

Waar zal ik je vinden, God,
als ik mijn leven richt
naar zoveel schijngeluk
en als mijn ogen zijn gesloten
voor ’t komen van uw licht?

Waar zal ik u vinden, God,
als ik me niet laat vinden,
keer op keer,
door jou en door jouw Zoon,
die komt vandaag en telkens weer?

Waar zal ik je vinden, God,
als ik niet hoor je stem
diep in mijn hart,
als ik niet luister
naar wat Jij mij te zeggen hebt
in ieder mens, die klein en broos
en weerloos is in deze tijd?\

Frans Weerts
tekst te vinden in het parochieblad “Kerk en leven”

SLOTGEBED

Heer God,
als wij U zoeken, zijt Gij ons reeds nabij
en midden onder ons aanwezig;
doe onze hoop herleven in Hem die wij hebben herkend
bij het breken van het brood.
Wek ons vertrouwen dat Gij zijt:
God- met- ons, in Christus onze Heer. Amen.

ZENDING

De komst van de Heer is nabij;
laat Hem ook herboren worden in het diepste van ons hart.
En zegene u…

Zoeken in Preken Online