4e zondag in de advent A (2007)

A-cyclus · Advent · 4e zondag van de Advent · paars

Beste broeders en zusters,

Vier kaarsen branden er nu op de adventskrans. Kerstmis staat voor de deur. (Over)morgen is het zo ver. Het is niet zo gemakkelijk. Met één voet hangen we nog in de advent en met de andere voet staan we al bij de kerststal. En toch, het één kan niet zonder het ander.

Vandaag heb ik het geluk dat het hoofdpersonage in het evangelie Jozef is. Matteüs beschrijft de geboorte van Jezus immers vanuit het gezichtspunt van Jozef. Ik ben helemaal geen theoloog of exegeet. Het is dan ook vanuit mijn hart dat ik hier over Jozef vertel.

Jozef wordt vaak als een wat oudere man voorgesteld, met Jezus op de arm en met een lelie in zijn hand. Als mensen over Jozef spreken, is het meestal heel zachtjes, nauwelijks hoorbaar, uit vrees belachelijk over te komen of te vervallen in versleten vroomheid. Het lijkt wel of men bang is hem uit de stilte te halen. Maar eigenlijk vind ik Jozef een heel frisse figuur.

Ik heb Jozef beter leren kennen via mijn vriendin Theresia van Avila. Hoewel zij helemaal niet hield van sentimenteel gedoe, schrijft ze meerdere malen over Sint Jozef als haar leraar in het gebed. Zo zegt ze: “Zijn bijstand heeft mij meer goeds bezorgd dan dat ik ooit had kunnen vragen. Ik herinner me niet, hem ooit iets gevraagd te hebben, dat hij me niet geschonken heeft. Vele jaren ervaring heeft mij de genaden doen zien, die hij voor ons van God verkrijgt.”

We zijn dit weekend dus op weg met een speciale gids: de Heilige Jozef. Van Jozef wordt in het evangelie gezegd dat hij rechtvaardig was. Hij wil Maria niet blootstellen aan roddels. Haar onverklaarbare zwangerschap zou een reden kunnen zijn om haar te laten stenigen. Maar Jozef wil dit zijn bruid niet aandoen en besluit stilletjes van haar weg te gaan. Eigenlijk is dit een beetje vreemd. Je staat bekend als een rechtschapen man en toch denk je eraan om van een ander mens weg te lopen. En dan nog van iemand die je steun goed kan gebruiken. Maar Jozef wil geen opspraak in de media en geen commentaar bij de buren. Helemaal zeker van zijn besluit is hij echter niet. Waarschijnlijk weegt hij voortdurend in zijn hoofd de voor- en nadelen van zijn beslissing af. We kunnen het ons wel inbeelden. Dagen lopen te peinzen, piekeren, nadenken, slapeloze nachten. ’s Morgens wakker worden en nog geen stap verder staan. Wat moet ik in Godsnaam doen?

Jozef is bang dat, wanneer je aan een ander recht wil doen, die ander daar misschien nergens mee terecht kan. En dat jouw recht doen aan haar of hem, dus zinloos en nutteloos is. We kunnen ons daarin wel herkennen. De bezwaren van Jozef zijn ook wel eens de onze. Het is precies deze kromme redenering van Jozef, en van ons, die de engel van Godswege nog snel wil komen recht zetten voor het Kerstmis wordt. Pas door zijn droom begrijpt Jozef de mysterieuze zwangerschap van Maria. Met zijn verstand kan hij niet vatten wat er gebeurt. De engel geeft hem aanwijzingen hoe hij moet omgaan met Maria en het pasgeboren kind. In zijn droom hoort Jozef zijn eigen naam, zoon van David, en verneemt hij welke naam hij het kind moet geven: Jezus, want hij zal zijn volk redden uit hun zonden. Deze naamgeving is heel belangrijk. Volgens bijbelse normen begint het leven immers niet bij de eerste ademhaling. Het is pas wanneer Jozef, als vader, de naam van het pasgeboren kind zal roepen, dat diens leven zal beginnen. Je leeft pas echt wanneer je de naam ontvangt waarmee je in dit leven geroepen kunt worden. En zo eindigt bijbels gesproken je leven niet bij de laatste ademhaling, want je naam staat geschreven in de palm van Gods hand.

Broeders en zusters, het is in zijn droom dat Jozef de ware toedracht van de gebeurtenissen door heeft. En daarna twijfelt hij niet meer. Hij luistert naar zijn dromen die de werkelijkheid in een ander licht stellen. Hij aanvaardt de situatie en neemt de verantwoordelijkheid voor Maria en het kind op zich. En het is door deze moedige beslissing dat we Kerstmis kunnen vieren. Hij beveiligde de komst van Jezus. Want zonder het geloof van Jozef zouden we, de verlosser, Immanuël, misschien niet gekend hebben.

Beste mensen, kunnen wij, Gods volk van vandaag, nog dromen? Dromen van een nieuwe wereld? Dromen over een nieuwe kerk? Dromen over onze verlangens? Dromen zodat het kerstekind in ons binnenste een plaats kan krijgen? Dat het bij ons, in onze stal, de plaats waar niemand toegang krijgt, mag geboren worden, zoals God het wil? Onze dromen geven een beeld van wat er zich echt in ons afspeelt. Wat met kerstmis gebeurt, is geen dagdroom, geen illusie, maar de vervulling van onze dromen van een zinvol leven en een nieuw begin. En als we, zoals Jozef, op onze dromen vertrouwen, zullen we het mysterie van Kerstmis begrijpen. Hiertoe worden we de volgende dagen uitgenodigd. Heilige Sint Jozef, bid voor ons. Amen.

Zoeken in Preken Online