De profeet Jesaja nodigt koning Achaz uit om aan God een teken te vragen (Js 7,11). Maar Achaz weigert. Hij wil de Heer niet op de proef stellen. Dat eerbiedige gewaad van respect is niettemin nogal doorzichtig. Door zogezegd God niet op de proef te stellen, voorkomt Achaz meteen ook dat hijzelf door God beproefd wordt. Als er van Godswege geen teken komt, kan hij het zelf beredderen, zelf zijn zin doorzetten. Een God die eerbiedig het zwijgen wordt opgelegd, zal geen onprettige dingen meer kunnen vragen. Veel zogeheten eerbied voor Gods mysterie komt erop neer dat Hij ons dan ook niet meer kan lastigvallen. Dan kunnen we lekker onze eigen zin doen. Niets vragen aan God heeft zo zijn voordelen: dan lopen we niet de kans verhoord en dus beproefd en opgeëist te worden.
Dat is nu net wat met Jozef wel gebeurt. Het voorval met Maria, zijn verloofde, is hoe dan ook niet naar zijn zin: geen twijfel mogelijk, alles wijst op ontrouw. Zijn besluit om Maria te verstoten ligt dan ook voor de hand - de wet zelf voorziet het toch immers! Er is dus geen schijn van kans dat daar, in die situatie van aperte ontrouw, nog enig teken van God te verwachten zou zijn. Wel is Jozef rechtschapen. Hij gaat niet rot het uiterste, met name de publieke verstoting. Hij wil ‘in stilte’ van haar scheiden. Nu zegt het verhaal iets niet, wat wij er toch in mogen lezen, namelijk dat Jozef zijn voornemen bij God ter sprake brengt. Hij geeft God op zijn minst de kans hem iets duidelijk te maken, al was het maar door de droom niet als inbeelding weg te wuiven. De gemanierde Achaz heeft die weg al op voorhand afgesneden: geen teken vragen en er dus ook geen hoeven te verwachten. God eerbiedig buitenspel zetten.
Nu Jozef toch de deur naar God openhoudt, gebeuren nog twee belangrijke dingen. Hij beseft de zin van de Schriften, die ook alweer iets onmogelijks voorhouden, namelijk dat het verwachte kind ‘van de heilige Geest’ is. Wij zouden dat zaakje al op voorhand geklaard hebben: wat niet kan, kan niet. Punt. Ook niet voor God. Arme God. Het is Hem meteen ook onmogelijk gemaakt nog iets nieuws te beginnen in zijn wereld. Toch is dat nu juist de betekenis van de maagdelijke geboorte: in het geslacht der mensen treedt Iemand binnen die niet zonder meer het product van menselijke overerving is. Hij is niet uit de wil van een man, maar uit God geboren.
En Jozef zal voortaan een heel andere weg opgaan dan hij zelf gewenst had. Achaz hoeft dat niet te doen. Hij heeft God eerbiedig uit de weg geruimd door geen teken te vragen. Jozef houdt die mogelijkheid wel open, met de daaraan verbonden risico’s. Hij zal, net als zijn vrouw, zwaar op de proef gesteld worden. Van hem wordt volle medewerking gevraagd. Zo is God in de wereld willen komen en zo wil Hij blijven komen: met de hulp en de volle medewerking van mensen die Hem wel de ruimte laten om tekenen te geven, die de Schriften lezen om zijn wil te verstaan, en die bereid zijn de offers te brengen die Hij vraagt…
Een teken vragen?
A-cyclus · Advent · 4e zondag van de Advent · paars