Naast milieuvervuiling bestaat er ook een soort taalvervuiling. Zo hoor je op radio en TV abortus nogal eens zwangerschapsonderbreking noemen, terwijl de zwangerschap niet wordt onderbroken, maar wordt afgebroken. Een ander voorbeeld van eigentijdse taalvervuiling is het makkelijke spreken over ‘een kindje nemen’ in plaats van ‘een kindje krijgen’. Dat is in ieder geval ook het bijbelse spraakgebruik: ‘een kind ontvangen’. Het klinkt eerbiediger en laat meer heel van het wonder dat de geboorte van ieder kind toch is.
Achter op het tekstboekje van een doopliturgie staat een gedichtje van Toon Hermans dat het wonder van een kindje krijgen duidelijk verwoordt:\
Een mens is niet zomaar een dingetje, iets bloots
diep in dat dingetje verbergt zich iets groots:
er woont een wonder in, iets ongelooflijk machtigs
een kind is meer dan alleen maar iets engelachtigs.
Ik weet niet wat het is, dat niet, maar ik maak me sterk:
zo’n kind is niet alleen maar mensenwerk…\
Elk mensenkind is een wonder en elk mensenkind is een kind van God. Dat wordt het niet door de doop. Dat is het al bij de geboorte. Maar in de doop wordt dat gevierd en wordt gezegd: Dit kleine wonder komt ook uit de hand van God, de bron van alle leven, dit kind is een kind van God.
Vandaag en de komende dagen gaat het over hét Kind van God; het kind dat Jozef en Maria kregen. En om het heel bijzondere van dit kind karakter te geven wordt het door een engel, een bode van God aangekondigd. Het wordt geboren uit een ongetrouwd meisje en van de man met wie ze verloofd is, wordt gezegd dat deze niet uit zijn verlangen, maar uit Gods wil en uit diens Geest een zoon geboren zal worden.
‘Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria als vrouw te nemen, het kind in haar schoot is van de heilige Geest…’.
Helemaal kind van God, maar ook helemaal kind van mensen: een uit de stamboom van David - vertelt Matteüs ons - en net als die David zou Hij herder worden en zijn naam vertelt wie Hij is: Emmanuël, God-met-ons.
Zijn geboorte, zijn naam en zijn leven willen laten zien dat God met ons begaan is. Hij laat de wereld, de mensen niet aan hun lot over. Hij is ons mensenbestaan komen delen; Hij weet wat ons aan vreugde en verdriet kan overkomen… Hij heeft het zelf allemaal meegemaakt. Als Hij beelden ziet uit een hongerland, denkt Hij aan zijn eigen geboorte in een armoedige stal. Als Hij vluchtelingen ziet, gepakt en gezakt op zoek naar veilige oorden, denkt Hij aan zijn eigen vlucht naar Egypte. Als Hij hoort hoe goedwillende en bezielde mensen verdacht worden gemaakt en bedreigd, weet Hij wat ze doormaken, omdat Hij zelf werd verraden, opgepakt en gedood.
God is mens geworden en weet hoe moeilijk dat zijn kan. Daarom gaan alle gebeden van de kerk via Jezus Christus, in wie God ons levenslot heeft gedeeld.
Kind van God was Hij en kind van mensen. Hemel en aarde reiken in Hem elkaar de hand. Met Kerstmis gaan we dit blij en gelovig vieren. Hopelijk brengen die dagen ons dichter bij Hem, het kind van God en brengt het alle mensenkinderen wat dichter bij elkaar…