4de zd Advent A (2010)

A-cyclus · Advent · 4e zondag van de Advent · paars

OPENINGSWOORD

Broeders en zusters, in de tweede lezing van vandaag zullen wij de apostel Paulus horen zeggen, dat hij van God het apostelschap heeft ontvangen om onder alle volken mensen te brengen tot de gehoorzaamheid van het geloof.

Wat is daar na 2000 jaar christendom van terechtgekomen? Inderdaad, er zijn onder alle volkeren wel mensen te vinden, die in God geloven. Maar is dat niet een overblijfsel van vroeger tijden? Wat heeft de Kerk de mensen van deze tijd te zeggen? Gaat er van de Kerk nog een bezielende kracht uit? Trekken wij mensen aan? Toch wel, in Engeland zijn er meer priesterroepingen dan 10 jaar geleden. Gods kracht werkt in de meest moeilijke situaties.

Willen wij veel mensen tot het geloof brengen, moeten wij dan niet misschien eerst opnieuw zelf weer leren geloven, echt geloven, ook ik als pastoor? Echt geloven begint altijd met een stukje verwondering: Hé, dat had ik niet verwacht! En dat is begrijpelijk, want wij hebben met een God te maken. Iemand, die alles kan, almachtig is. Iemand, die de dingen vaak ook anders doet als wij doen. En als wij hebben leren aanvaarden, dàt God de dingen anders doet, beter, mooier, dan volgt op de verwondering de bewondering. Dan gaan wij zien, waarderen, hoe mooi de dingen van God zijn.

Vragen wij God onze ogen te openen voor zijn wondere werken. Voor de keren, dat wij niet hebben geloofd in Gods wondermacht, voor de keren dat wij het wel geloofden, we vonden het wel goed zo, doe vooral geen verdere moeite, voor de keren, dat wij Hem niet te hulp hebben gevraagd in schijnbaar uitzichtloze situaties, willen wij nu samen om vergeving vragen èn… beterschap beloven!

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. Verborgen God, Gij kent ons, Gij weet hoe blind wij zijn voor uw nabijheid, hoe ver wij nog verwijderd staan van U. Onthul ons uw aanwezigheid, breng ons tot de gehoorzaamheid van het geloof, en roep ons tot de gemeenschap van Jezus Christus, onze Heer. Die met U leeft en heerst … .Amen.

PREEK

Wij hebben een woelige tijd achter de rug, alhoewel… nog niet helemaal. In veel kerken is alles wat mooi was buiten de deur gezet, en daarmee is veel warmte verloren gegaan. In veel kerken is alles wat niet met ons menselijke verstand te verklaren valt overboord gezet. Met het misbruik is veel kwaad de Kerk binnengekomen.

Kijken wij echter naar het evangelie van vandaag. Maria bleek zwanger van de heilige Geest. Zij heeft geen gemeenschap gehad met een man. Volgens ons menselijk denken kan een vrouw niet zo maar zwanger worden. En dat klopt ook. Maria is niet zomaar in verwachting geraakt. Zij is door de heilige Geest aangeraakt. Hij heeft het goddelijke leven in haar schoot verwekt.

Zou God, die de hele hemel en de aarde uit het niets heeft geschapen, er niet toe in staat zijn zonder de tussenkomst van een man zijn Zoon geboren te laten worden uit een Maagd?

Wat met Maria is gebeurd is eigenlijk een afbeelding van wat God oorspronkelijk heeft gedaan. Het eerste mensenpaar is ook uit God ontstaan. Daar was eveneens geen man bij, zelfs geen vrouw. God heeft ze gewild, uit het niets laten ontstaan. Dezelfde heilige Geest, die - in den beginne - over de wateren zweefde en overal plantaardig en dierlijk en menselijk leven te voorschijn riep, heeft hier God-menselijk leven laten ontstaan.

God laat de mensen meestal hun gang gaan, maar soms grijpt Hij in, doorbreekt Hij de normale gang van zaken. Wij maakten dit al mee in het Oude Testament. Op hoge leeftijd krijgt Sara, de vrouw van Abraham, nog een kind, Isaäk. De als onvruchtbaar bekend staande vrouw Anna krijgt een zoon, Samuël, een groot profeet en rechter in de Joodse geschiedenis. En ook de oude en onvruchtbare Elisabeth ontvangt in haar schoot de voorloper van de Heer, de heilige Johannes de Doper. Wie goed kijkt naar het werken van God, ziet wonderbare werken gebeuren, werken, die wij niet voor mogelijk hadden gehouden, maar ze gebeuren, omdat God het wil.

Broeders en zusters, wij, mensen, doen ons werk. Soms ook heel knap, kunstzinnig. Wij kunnen ons ook verwonderen over wat mensen presteren. Wij kunnen hun werken bewonderen. Zo doet ook God zijn werk. Maar God werkt vaak op verzoek. Als wij niet vragen, doet Hij niets of in ieder geval veel minder. Vragen wij God niet om zijn wondermacht te gebruiken, dan gebeuren er ook weinig wondervolle dingen. Daarom wordt het tijd dat wij weer leren geloven in Gods wondermacht.

God heeft door een wonder de wereld uit het niets geschapen. God heeft door een wonder Maria geboren laten worden zonder erfzonde. God heeft door een wonder zijn Zoon geboren laten worden uit een Maagd. Jezus Christus was echt dood, maar m.b.v. Gods wondere kracht stond Hij op uit de dood. Tijdens een doopviering gebeurt het wonder, dat door gezegend water een mens bevrijd wordt van de erfzonde. Tijdens de heilige Mis vindt het wonder plaats, dat door de heilige Geest gewoon brood en wijn veranderen in het Lichaam en Bloed van Jezus Christus. Door een woord van de priester bij het sacrament van boete en verzoening, de biecht, kan de ziel van een mens helemaal van zonde worden gezuiverd. Belangrijk voor iedere katholiek, want Jezus zegt in de Bergrede: Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien, niet alleen pas in de eeuwigheid, maar nu al zullen de zuiveren van hart veel meer van God en zijn geheimen begrijpen dan andere mensen, van wie het hart bij leven al dood is door de zonde. Ieder mens, die van goede wil is geweest, krijgt van God nieuw, eeuwig leven. Allemaal wondere werken van God.

Broeders en zusters, laten wij deze laatste dagen voor kerstmis eens nadenken over een paar van die talloze wondere werken van God. Bedenken wij, dat het eigenlijk heel begrijpelijk is dat deze dingen gebeuren… omdat het een God is, die het wil. Mensen kunnen dit niet. God kan alles.

Als dit besef sterker in ons gaat leven, zal het geloof sterker in ons gaan leven, zal Gods wondere macht sterker in ons gaan werken, en door ons in de wereld.

Zei Jezus Christus niet tegen de apostelen, dat wie in Hem gelooft ook zelf de werken zal doen, die Hij doet, ja, zelfs nog grotere werken?

Beste medegelovigen, geloven wij toch dat God kan doen wat wij niet kunnen doen. En vragen wij God dan ook om te doen wat wij niet kunnen doen. Dan zullen er veel mooie dingen gebeuren in de Kerk, in ons leven, in de wereld. Dan zal de Kerk aantrekkelijk worden voor veel mensen in de wereld, want veel mensen verlangen naar een betere wereld, een wereld, zoals God die oorspronkelijk had bedoeld. Geloven wij, dat God het kan, mèt ons. Dan zal die wereld komen!

Zoeken in Preken Online