3e zondag van de advent A (2004)

A-cyclus · Advent · 3e zondag van de Advent · roze

Wanneer ik iets zoek, gebeurt het me regelmatig,
dat wat ik zoek voor mijn neus staat.
En toch zie ik het niet staan.
Ik kijk wel, maar ik zie niet.
En dan moet mijn vrouw er mij op wijzen,
dat ik het zo kan pakken.
Het schijnt, dat dit probleem bij meer mannen voorkomt.
Ik ben als een blinde.
Ik kijk wel, maar zie niet wat er voor mijn neus staat.
In de beide lezingen horen we vandaag over blinden, die gaan zien.
Ik denk, dat we het woord blinde in de lezingen van vandaag vooral
moeten verstaan in de zin die ik zojuist aangaf:
blind zijn voor wat gebeurt, niet zien wat voor mogelijkheden er zijn,
ook al heb je je ogen wijd open, en denk je, dat je wel kijkt!
Jesaja jubelt het uit in het stuk wat we gelezen hebben.
Het joodse volk was jaren geleden uit Israël, uit Jeruzalem weggevoerd.
Gedeporteerd naar Babylonië.
Zoals we baden in het schuldbelijdenisgebed
Jeruzalem is ontredderd, de Stad van God verlaten.
De tempel van God in puin.
Maar de tijden zijn veranderd, dat wat onmogelijk leek is gebeurd:
Babylonië is verslagen door de Perzen,
en het joodse volk mag terug naar het beloofde land.
Door de woestijn trekken ze op weg.
Het is een lange weg, overdag heet, ’s nachts koud.
Niet gemakkelijk, maar ondanks alle moeilijkheden is er reden tot vreugde,
en lijken in die dorre vlakten toch lelies te pronken.
Wanneer je weer toekomst ziet, dan ziet de hele wereld er rooskleurig uit.

In het evangelie horen we over Johannes de Doper,
die in de gevangenis zit.
Johannes had de mensen tot bekering opgeroepen,
want het Rijk der Hemelen is nabij.
Hij verwachtte de Messias al gauw,
en Johannes dacht, net als veel mensen toen,
dat die Messias een krachtpatser zou zijn,
die korte metten zou maken met mensen,
die zich slecht gedroegen.
En de gehate Romeinse overheersers zou de Messias ook het land wel
uitgooien.
Gedoopt had Johannes de mensen in de rivier de Jordaan.
Ook Jezus had zich door hem laten dopen.
Johannes sprak de mensen aan op hun gedrag,
en riep ze op om slechte daden te laten en het goede te doen.
Koning Herodes had hij ook aangesproken op zijn ontoelaatbare gedrag,
en dat kwam Johannes duur te staan: hij werd gevangen gezet.
Johannes was in twijfel.
Hij verwachtte een krachtpatser, maar hoorde over Jezus.
Wat Jezus deed, was wel heel bijzonder,
blinden werden genezen bijvoorbeeld,
maar de gevangenen zoals Johannes werden niet bevrijd en
de Romeinen hadden nog alle macht in handen.
Het optreden van Jezus deed hem wel denken aan beelden van Jesaja uit de
eerste lezing,
maar het was toch allemaal anders dan wat hij verwacht had.
Johannes stuurt een paar van zijn leerlingen,
die hem kwamen opzoeken, naar Jezus toe met de vraag
of Jezus de Komende, de verwachtte Messias is.
Jezus geeft geen antwoord –
Jezus zegt geen ja en geen nee.
Hij geeft geen antwoord over zichzelf, over wie Hij is.
Maar Jezus geeft wel een antwoord.
Jezus laat Johannes horen wat er gebeurt:
blinden zien, doven horen, lammen lopen en melaatsen genezen.
En dat antwoord moet voor Johannes duidelijk geweest zijn.
Want voor hem moet de tekst,
die we vandaag van de profeet Jesaja hebben gehoord,
ook bekend zijn geweest:
blinden die zien en doven die horen,
dat zijn tekenen van het Rijk der hemelen.
Het evangelie vertelt niet, hoe dit antwoord bij Johannes aankwam.
Hij bleef in de gevangenis tot zijn dood.
Zijn bijdrage aan dat Rijk der hemelen heeft hij met de dood moeten bekopen,
eenzelfde lot dat Jezus zelf later ook zou overkomen.
Maar het evangelie geeft nog wel een getuigenis van Jezus over Johannes.
Johannes is de grootste profeet ooit.
Maar dan komt er een heel moeilijke uitspraak:
de kleinste in het Rijk der hemelen is groter dan Johannes de Doper!!
Ik denk dat dit aangeeft,
dat het er in dat Rijk der hemelen heel anders aan toegaat,
dan wij ons kunnen voorstellen:
aardse rangen en standen zijn in ieder geval niet in tel.

Wat kunnen deze oude verhalen ons hier en nu, in Tiel in 2004 vertellen?
In de eerste plaats wil ik stilstaan bij de laatste uitspraak:
de kleinste in het Rijk der hemelen is groter dan de grootste profeet.
Bij de kleinsten in het Rijk der hemelen wil ik dan denken
aan de armen in de derde wereld,
waar de adventsactie van Solidaridad vandaag bijzondere aandacht voor
vraagt.
Niet alleen vragen zij om geld om hun projecten te financieren,
vandaag bij de kerkdeurcollecte,
maar ook geven zij adviezen, hoe we zelf bij het kopen van kleding
zorgen dat de makers van de kleding een eerlijk loon krijgen.
Daar vertellen we aan het eind van de viering meer over.
Ook denk ik, dat beide lezingen aangeven,
dat er ook voor ons altijd toekomst kan zijn,
hoe uitzichtloos de situatie, waarin we verkeren, ook mag lijken.
Johannes de Doper had menselijkerwijs geen toekomst meer,
maar toch wordt hij door Jezus als een grote persoonlijkheid neergezet,
en blijft er hoop voor hem in het Rijk der hemelen,
al is dat misschien anders dan de bevrijding uit de gevangenis,
waar hij waarschijnlijk op hoopte.

Wanneer wij nu tegenwoordig veel slecht nieuws horen op radio of TV zien,
en ons zorgen maken over hoe het nu toch verder moet in maatschappij of
kerk,
of wanneer we in onze eigen situatie grote zorgen om ons zelf,
of om iemand die ons dierbaar is,
mogen we weten dat er hoop is.
“Vrees niet”, hoorden we in de eerste lezing.
“Wees niet bang” zouden wij zeggen.
“Wees niet bang”,
toevallig ook de titel van een boek dat bisschop Muskens onlangs
geschreven heeft.
Hij heeft het niet gemakkelijk met zijn eigen zwakke gezondheid,
en de manier waarop hij zijn eigen eerlijke standpunten naar buiten brengt,
wordt hem zeker niet altijd in dank afgenomen.
“Wees niet bang”, het is gemakkelijk gezegd.
Want bang zijn, angst voor de toekomst,
is iets dat je overkomt – dat kun je niet verhinderen.
En ik wil die angst ook niet wegpraten.
Maar Muskens wil denk ik zeggen:
laat die angst je niet verlammen, laat die angst je niet verblinden:
Maar houd je ogen open, zie ook positieve tekenen,
en probeer te doen wat binnen je mogelijkheden ligt om een bijdrage te
leveren aan de komst van het Rijk der hemelen.

Drie kaarsen branden er in de adventskrans,
die ons aangeven, dat er licht is, ook in duisternis.
Mogen wij zo toeleven naar Kerstmis, het grote feest van het licht.

Zoeken in Preken Online