Wat Jesaja al over Jezus zei, betreft ook zijn voorloper, Johannes de Doper. “Hij zal de kleinen recht doen en de machtigen striemen met de gesel van zijn woorden”. Want de Doper neemt geen blad voor de mond. Hij zegt de gezagsdragers ongezouten de waarheid en met name Herodes, die het houdt met de vrouw van zijn broer, zet hij voor iedereen te kijk. Zo raakt hij in de gevangenis en wordt hem het zwijgen opgelegd.
En daar in zijn eentje overvalt hem de twijfel en vraagt hij zich af of hij zich niet in Jezus vergist heeft. “Bent U het nou op wie wij al onze hoop moeten stellen of zal het toch een ander zijn?”. In de gevangenis heeft Johannes volop tijd om te denken en dan krijgt hij het moeilijk.
Van tijd tot tijd zitten we allemaal wel eens gevangen in de twijfel en bijna alle mensen krijgen het moeilijk als hun leven ineens lijkt te veranderen en ze de tijd krijgen om na te denken. Een oudere heeft jaren op zichzelf gewoond. Gastvrijheid stond hoog in haar vaandel geschreven, haar deur stond altijd open, maar nu zit ze in een bejaardenhuis. De ruimte ontbreekt haar om nog veel mensen te ontvangen. ‘s Avonds gaat de deur op slot en je kunt alleen via de receptie naar binnen. Het eten is goed, maar het smaakt anders dan toen ze zelf nog kookte. Soms denkt ze met weemoed aan die tijd terug en zo nu en dan overvalt haar de vraag: “Had ik dat toen en toen niet heel anders moeten doen…?”.
Zo’n beetje het gevoel van Johannes: Heb ik het wel goed gedaan? Of: iemand is vijftig jaar en heeft lang en hard gewerkt, altijd met plezier. Maar door de automatisering is hij overbodig geworden en beleefd op straat gezet. Financieel komt hij niks te kort, maar voortdurend denkt hij: Waar heb ik me allemaal zo voor ingezet, had ik het niet heel anders moeten doen? En ook hij lijkt op de Johannes van toen, die zich ook afvraagt: heb ik me voor niks zo druk gemaakt? Is die Jezus werkelijk de door God gezonden Messias of moeten we toch nog een ander verwachten?
Begrijpelijk dat hij twijfelt: de Messias zou recht verschaffen, zou orde op zaken stellen, het kaf van het koren scheiden en de machtigen wel eens mores leren. Maar intussen zit Herodes nog hoog en droog op de troon en Johannes diep in het gevang. Allicht dat hij met al die twijfels zijn leerlingen naar Jezus stuurt om het Hem op de man af te vragen.
Maar die zegt niet: Ik ben de Messias, want… en dan een hele redenering die het bijbels en theologisch zouden moeten verantwoorden. Nee, Jezus zegt: “Ga Johannes maar vertellen wat je ziet: blinden zien, doven horen, lammen worden overeind geholpen en arme mensen krijgen goed nieuws te horen”.
Ze kunnen aan Johannes gaan zeggen dat de woorden van Jesaja - ‘de woestijn zal gaan bloeien’ - al een beetje waar aan het worden zijn.
In al zijn ellende moet Johannes, uit wat hij ziet en hoort, zijn gelovige conclusies trekken en hoop putten. Als het leven tegenzit of we worden overvallen door twijfels en we weten niet waar we goed aan doen, dan kunnen we alleen maar verder als we oog blijven houden voor het goede wat er om ons heen gebeurt en zodoende de hoop bewaren.
Zo denk je wel eens: Is dit nou de kerk waar we in de jaren zestig van droomden. Hebben we ons niet voor niets zo druk gemaakt, hebben we ons niet vergist en net als Johannes ga je aan het twijfelen.
Maar waar de kerk mensen leert zien, de oren open, lamgeslagen mensen helpt opstaan en armen goed nieuws brengt, waar ze de wereld vooruit helpt, als ze de steppe in bloei zet en de woestijn vol bloemen, daar is het de kerk van Jezus…
3e zondag van de advent
A-cyclus · Advent · 3e zondag van de Advent · roze