Het is een beetje vreemd zo midden in de Advent een lied te zingen,
een lied van An Christie dan nog. Dat heet dan gelukkig zijn.
Een mooi lied trouwens. Ooit had het op het Songfestival meer verdiend.
Maar daar gelden blijkbaar andere regels dan in de Kerk.
Het lied was er vreemd. Het is het ook een beetje vandaag nu wij het citeren om over de thematiek van Welzijnszorg dit jaar iets te zeggen.
Een deur die plots opengaat, dat heet dan gelukkig zijn! Maar wat zing je als de deur nooit opengaat? Wat zing je als de deur plots dichtgaat?
Niets zing je dan. Geen enkele noot. Niemendal. Dan zwijg je met een vlucht of met een vloek. En dat zwijgen en dat vloeken kan voor mensen lang duren. Voor sommigen zelfs een leven lang.
Een deur is een houten of een ijzeren meubel. Het is als een schot tussen binnen en buiten.
De mens staat buiten en zoekt de weg naar binnen.
Met een bel die vraagt, met een stem die roept.
De deur zelf is stom en doof: alleen een mens van de binnenkant moet spreken en de deur ont-sluiten.
De deur gaat pas open als de stem van binnen antwoordt op de stem van buiten: wie is daar?
Dan is de eerste angst al overwonnen. Pas als de heer des huizes de deur opent, wordt de tweede angst weggenomen: dat heet dan gelukkig zijn!
Ik mag binnen, ik ben welkom, ik houd op een buiten-staander en een vreemde te zijn.
Mijn verlorenheid wordt opgeheven. De stem die mijn stem heeft gehoord en die bovendien nog welkom spelt, is bevrijding, is geboorte.
Ik mag verschijnen. Ik mag er zijn!
Ik ben geen kleine of geen grote nul. Het is een luxe een mens te mogen zijn voor wie alle deuren opengaan!
En het is super de luxe als de heer van binnen zegt: nu staat mijn deur altijd voor je open, hier is mijn sleutel: je mag altijd vrij binnen- en buitengaan.
Het ongeluk is, dat de luxe-mensen deze luxe vanzelfsprekend vinden…
Misschien moeten we aan zoiets denken in deze donkere dagen van de Advent.
Het moet voor de verworpenen en uitgestotenen een feest zijn geweest
als Iemand die pure betrouwbaarheid was, hen binnenliet en zei
dat ze zelf ook betrouwbaar waren. Ze mochten meteen vrij in en uitgaan!
Zoiets is ongehoorde droomtaal voor vele mensen op aarde.
Zij wachten nog steeds op de eerste stem die welkom zegt.
Zij durven er zelfs niet meer van dromen. Zij zijn mensen van nul komma nul. Misschien vinden ze de woorden van onze Adventsgebeden
wel ijle frasen afkomstig van een andere planeet…
Zou dat niet de zin kunnen zijn van deze Adventscampagne van Welzijnzorg ‘Hoog tijd voor een beter woonbeleid’?
Dat wij die ons christenen noemen, geroepen zijn om mensen op te roepen om langs de grote poort het leven binnen te gaan?
Het evangelie laat er geen twijfel over bestaan dat het telkens weer Jezus zelf is die aan onze deur staat en vraagt om binnen te mogen.
Je weet wel: Hij staat aan onze deur en Hij klopt.
Pas als Hij bij ons in en uit mag gaan, zullen wij volop leven.
Hij zal ons niet beroven of bedriegen of bestelen, Hij zal ons leven niet bederven. Daarvoor is Hij te zeer de vriend van onze vreugde.
En als we daar nu eens écht werk zouden van maken, van deuren en huizen die open gaan, van een degelijk woonbeleid en van gastvrijheid en ontvankelijkheid?
Dan zou de Messias die zo graag onder de mensen wil wonen
vandaag nog bij ons kunnen zijn.
Het zou waarachtig Kerstmis worden zonder dat wij het merken… dat heet dan gelukkig zijn.
Lied: Dat heet dan gelukkig zijn… (An Christie)
Naar ideeën van Frans de Maeseneer