2e zondag in de advent A (2007)

A-cyclus · Advent · 2e zondag van de Advent · paars

We zijn gewend om in de Adventstijd liederen te zingen van hoop en verwachting. “De nacht loopt ten einde, de dag komt naderbij” en “het daagt in het Oosten”. Er zit altijd iets in van zoeken naar licht in donkere dagen. Na nachten van pijn en gemis verlangen we naar betere tijden. Verlangen, uitzien naar…. is een typisch menselijke bezigheid.

Een gevluchte jonge Afghaan, die als tolk met de Nederlandse militairen terug naar zijn vaderland was gegaan, vertelde dat hij aanwezig was bij een zelfmoordaanslag en zich ontfermde over een zwaargewond kind. Terwijl het kind vergaat van de pijn, vraagt het maar een ding: of de tolk op zijn schooltas wil passen….. Het kind bleef geloven in zijn toekomst, vertelde die Afghaanse tolk niet zonder trots….

Profeten zijn ook zulke mensen. Ze zijn niet een goedkoop soort waarzeggers. Ze kunnen niet de toekomst voorspellen. Ze houden de mensen geen zoethoudertjes voor….. Ik denk, dat we van profeten mogen zeggen, dat ze echte gelovigen zijn. Vanuit een hele reële kijk op mens en wereld, klagen ze mistoestanden aan. Maar tegelijkertijd zingen ze hun lied van verlangen. Ze kùnnen niet geloven, dat onrecht en onvrede het lot van mensen kan zijn. Dit kan God zo niet bedoeld hebben. En daarom klagen ze mensen aan. Ze doen dat niet op een zachtzinnige manier, maar in een taal die er niet om liegt. Jesaja noemt het koningshuis van Israël vandaag een oude stronk.
En Johannes de Doper scheldt de Farizeeën en Sadduceeën uit voor adderen­gebroed…. Daar moesten ze het maar mee doen.
Maar tegelijkertijd zeggen profeten ook toekomst aan. Aan die oude stronk zal een nieuw, jong spruitje ontkiemen; een nieuwe twijg. Onmacht, haat, onvrede kán opengebroken worden.
Eens - God weet wanneer -, zal de aarde weer een paradijs zijn. Mens, dier en wereld zullen dan in een volstrekte harmonie met elkaar kunnen leven.

Johannes de Doper is nog scherper. Hij zegt, dat de bijl reeds aan de wortel van de boom ligt. Het zal niet lang meer duren of er zullen klappen vallen. Maar die na Hem komt: die zal mensen weer dopen met de geest van God.

Als je vandaag aan mensen vraagt wat er kwaad en verkeerd is in onze wereld, dan krijg je al snel het antwoord: honger, armoede en geweld. We hebben weet van rassenhaat en van de meest onmenselijke ziektes. Met ons gevoel voor wat goed en kwaad is, is het blijkbaar nog niet zo slecht gesteld.
Maar moeilijker wordt het, als je vraagt waar al dat kwaad vandaan komt en wat je er zelf aan kunt doen. Dan zit er toch altijd iets van pessimisme in ons. We voelen ons onmachtig om veranderingen aan te brengen.
Er gebeuren zoveel dingen in onze wereld waar we het niet mee eens zijn…..We kunnen dan moedeloos de handen in de schoot leggen en zeggen: “Het is altijd zo geweest, het zal altijd wel zo blijven. Berusten in onrecht is nooit goed. Dat leert Jesaja ons vandaag in zijn lied van verlangen. Hij ziet, dat Jeruzalem wordt belegerd. Alles wordt platgebrand. Toekomst verdwijnt. Hij schetst, dat het leven gaat lijken op een oude dorre boomstronk. Maar als profeet kijkt hij verder: op die oude tronk groeit een nieuwe twijg. En dat jonge stekje zal anders te werk gaan dan alle vergane glorie. Hij zal een mens van recht en gerechtigheid zijn. Hij is bezield met de geest van de Heer: met wijsheid en liefde. Hij komt op voor het kleine, het bedreigde, het vertrapte. En Johannes de Doper voegt daar nog aan toe: met die geest moeten ook wij gedoopt worden. Midden in de woestijn van het leven moeten wij nieuwe wegen banen. Niet uitstellen, maar nu beginnen! Want de bijl ligt al aan de wortel van de bomen.

Dat lied van verlangen van Jesaja en Johannes mogen wij vandaag meezingen… Paus Benedictus heeft met zijn nieuwe encycliek de hoop weer eens aan de orde gesteld. Het laatste hoofdstuk van deze encycliek is overigens een meditatie met titel: Maria, sterre der zee, waar de paus Maria als voorbeeld voor de christelijke hoop toont.

Johannes de Doper roept ons op tot bekering, tot een andere manier van leven.
Bekering heeft altijd iets in zich van: verzet tegen wat kwaad is. Maar tegelijk vraagt bekering ook om het gaan zoeken naar bondgenoten; naar mensen die hetzelfde willen, die door diezelfde geest geraakt zijn; mensen die zich niet willen laten klein krijgen door de macht van het onrecht.
Het is nog nooit echt goed geweest tussen mensen. De leeuw is altijd al sterker geweest dan het lam. Die zullen nooit bij elkaar passen. De profeten van toen en van vandaag kunnen zich daar echter niet bij neerleggen. Ze zijn ervan overtuigd, dat het anders kan en anders moet.
Dat wij mensen moeten worden die durven te vergeven, die nieuwe kansen willen schenken. Dat we niet langer langs elkaar heen leven….. maar anders gaan leven Dat is de diepste betekenis van het woord ‘bekering’: anders gaan leven om in vrede met elkaar te kunnen leven, dichtbij en veraf. Als christenen proberen we onze onmacht om te buigen tot draagkracht. Van de Geest Gods wordt gezegd dat deze alles nieuw maakt. Als we deze goddelijke dynamische stuwkracht een kans geven kan een nieuwe dageraad oplichten in al wat ‘duister’ is.

Zoeken in Preken Online