Hoor je Gods stem? (2007)

A-cyclus · Advent · 2e zondag van de Advent · paars

Onze oren kunnen geluid opvangen. Het feit dat U mij –nu ik tot U aan het spreken ben- kunt horen, is daarvan het bewijs. Over het algemeen werken die gehoororganen vrij goed. Via trilhaartjes, de gehoorbeentjes en het slakkenhuis worden trillingen aan de hersenen doorgegeven en die vertalen die trillingen voor ons.
Van jongs af aan kunnen we horen en dat gehoor wordt steeds beter ontwikkeld. Kinderen moeten wel leren luisteren. Eerst maar eens door krijgen waar dat geluid vandaan komt. Dan jezelf realiseren dat ze het ten jou hebben en dan is het je geraden ook nog eens te doen wat ze vragen. Anders zeggen ze het nog een keer en nog een keer. Of volgen er andere acties. U heeft vast wel eens gehoord van de uitspraak: Hij is Oost-Indisch doof! Bij iemand die aan deze kwaal lijdt is er niks aan de hand met het gehoororgaan, maar ontbreekt het aan de wil om te luisteren. Bij pubers ligt het weer anders, die horen goed, maar ze doen het omgekeerde van wat je zegt, omdat ze moeten leren hun eigen weg te gaan. Sommigen mensen horen verschillende stemmen en die raken behoorlijk in de war. Anderen raken door grote hoeveelheden herrie doof voor de gewone dingen van het leven. Mensen die doof zijn, hebben het ook erg lastig. De stilte kan voor hen soms worden tot een oorverdovend lawaai in hun hoofd.
En dan horen we vandaag over Gods stem in beide lezingen. Jesaja laat Gods stem horen. Hij denkt te weten wat God te zeggen heeft en heeft een visioen van gerechtigheid: een wereld waarin de wolf en het lam samen wonen, waarin de panter zich vlijt naast het bokje en een zuigeling speelt in het hol van de adder: een wereld waarin niemand nog kwaad doet. Dat is de wereld waarin God wil komen wonen.
Natuurlijk kun je jezelf afvragen hoe die profeet Jesaja bij dat visioen komt. Heeft God tot hem gesproken? En als dat dan zo is: waarom spreekt God dan wel tegen Jesaja en niet tot mij. In de lezing uit het evangelie gaat het over Johannes de Doper. Ook Hij zegt namens God te spreken: Bereid de weg van de Heer maakt zijn paden recht. Maar ook de Farizeeën menen te weten wat God zegt, maar Johannes gaat tegen hun schijnheiligheid te keer. Wie heeft er nu werkelijk Gods stem gehoord. Is dat degene die het meeste macht heeft of is dat degene die zich realiseren dat we God kunnen vinden door ons in te keren, dat we God mogen ontmoeten in het diepste van onszelf, dat Hij de bron is waaruit ons leven ontspringt. Nee, niet degene met de meeste macht of de meeste kennis is te vertrouwen. Niet de grote kerkelijke wetgeleerden of schriftgeleerden, maar veelmeer de mens, die zijn oren heeft opengezet voor het diepste woord in zichzelf. Dan moet je wel voorbij aan de drukte van het bestaan, dan moet je wel voorbij aan de kerstballen en de lampjes, dan moet je wel voorbij aan alles wat zo verleidelijk en menselijk is. Jesaja en Johannes zijn echt grote profeten, die in staat zijn geweest de stem van de stilte in de woestijn, in hun hart in het diepste van henzelf te verstaan: de stem van God zelf. Die stem kwam niet uit den hoge. Die stem kwam niet als een tornado over hen heen met grof geweld, die stem was diep in de stilte te horen. Vandaar dat we het hier in de kerk dikwijls proberen stil te maken. Ieder voor onszelf en ook samen. Om Gods stem te verstaan en straks met Kerstmis zullen we weer zien dat die stem van God dichtbij mensen ligt: in een kindje zelfs; zo simpel en eenvoudig als maar kan.
Aan ons de opdracht te luisteren en God te zoeken in het diepste van onszelf, in een stil gebed, in ons diepste verlangen,in onze grootste hoop. Een geruststelling voor U en mij is, dat het niet zomaar lukt is om zo dichtbij jezelf te komen, dat je God kunt vinden. Een hele adventstijd om hem te zoeken: een heel leven zelfs tot we Hem vinden.

Zoeken in Preken Online