Het lam lijkt het lievelingsbeest van Israël te zijn. Het spreekt ook ons aan: zo’n dartel, onschuldig blatend jong met te lange poten. Maar het is niet alleen poëzie, ook nuchtere realiteit. Israël blijft ook in zijn dromen zichzelf: een volk van herders en boeren. Een lam is allereerst een economische factor. Het brengt op. In het Hooglied worden de tanden van de geliefde vergeleken met, schrik niet, een kudde schapen die allemaal drachtig zijn van tweelingen. Tel uit je winst. Vlees, productie, welvaart: dáárvoor staat een lam. Een zeer materiële zegen belooft het, levend kapitaal. Een leeuw of een wolf bedreigt die zegen: kapitaalsvernietiging avant la lettre.
Maar dat is niet de enige reden voor de verering van het lam. Voor hetzelfde geld, voor diezelfde zegen, had dat volk in opbouw en in ballingschap ook een ander, heldhaftiger dier kunnen aanbidden. Een stier bijvoorbeeld. Wel, dat is óók geprobeerd. Maar oorspronkelijk en uiteindelijk koos Israël voor het lam. Dat heeft niets te maken met herderspoëzie of dergelijke stadse uitvindingen; dat heeft alles te maken met de ervaringen van Israël, met die geschiedenis van slavernij en bevrijding, van donker en licht, van tot leven komen en overleven in een vijandige wereld. Vanuit die geschiedenis heeft Israël in het lam zichzelf herkend: nieuwgeboren tegen de verdrukking in, klein en weerloos tussen de groten, constant bedreigd. Het heeft in het lam de eigen roeping gezien: om het kleine te eren, het kwetsbaarste recht te doen. Het heeft geleerd dat juist het weerloze leven in zich bergt, dat juist het kleine tot leven brengt. Misschien wel omdat een kwetsbaar begin uitdaagt tot voltooiing, roept om bescherming, blaat om voedsel. Wie ooit een zuigeling heeft vastgehouden weet wat ik bedoel. De belofte van vervulling is gegeven in wat bedreigd is ten dode. Lucebert zegt: ‘Alles van waarde is weerloos’. Dat is de ontdekking van Israël, het einde van een lange en pijnlijke leerroute. De eeuwige verliezer heeft de toekomst.
Als de leerlingen van Jezus van Nazaret op pad worden gestuurd voor een stage in gerechtigheid, worden ze naar deze geschiedenis en dit weten terugverwezen. Ze worden gezonden als lammeren tussen wolven: zo weerloos, bedreigd, oorspronkelijk. Geen geld, geen reistas, geen extra kleren mee: het visioen van vrede moet niet enkel verkondigd worden, die belofte moet ook zichtbaar worden. In hen, even teer en broos, voorbereid op verlies, open voor elke winst…
Alles van waarde is weerloos
A-cyclus · Advent · 2e zondag van de Advent · paars