In de jaren zestig kwam er een singeltje uit van de zingende paters van Stein,
en het liedje dat erop stond ging als volgt:
Ik heb vannacht gedroomd, o Heer, dat alle mensen lachten
en onbekommerd, onbezorgd, de nieuwe dag verwachten.
Ik heb vannacht gedroomd, o Heer, dat veten bleven rusten
en dat mijn buurman, vol berouw, zijn vrouw weer teder kuste.
Ik heb vannacht gedroomd, o Heer, dat alle journalisten,
de waarheid schreven in hun krant en niet meer wat zij wisten.
Ik heb vannacht gedroomd, o Heer, dat Rus en Yankee samen
hun wapens wierpen in een kuil en zongen: Christus …amen.
Ik heb vannacht gedroomd, o Heer, dat alle mensen lachten,
maar toen ik wakker werd, sprak gij: dat komt, …nog even wachten.
Aan deze tekst moest ik denken toen ik de eerste lezing van vandaag las.
Dat was ook een droom: wilde en tamme dieren als vrienden van elkaar,
dieren die elkaar niet verslinden maar vredig samen spelen.
En ons nuchtere verstand zegt dan meteen: dat kan nooit.
Ik kan me ook niet voorstellen dat deze droom letterlijk uitkomt.
Het gaat in die droom van Jesaja natuurlijk niet om dieren maar om mensen.
Hij droomt ervan dat wilde en tamme mensen elkaar geen kwaad doen,
dat er geen kwaadwillende mensen meer zijn
maar dat ze allemaal goed leven en de vrede met elkaar bewaren.
En ons nuchtere verstand zegt dan: dat kan nooit.
Het bestaat niet dat dit ooit werkelijkheid wordt.
Maar in deze adventstijd mogen we toch even ervan dromen,
we verlangen zo naar vrede tussen alle mensen.
Maar we moeten wel bedenken dat de Heer zegt: het komt, nog even wachten.
En ons nuchtere verstand zegt dan: wachten, ja tot Sint Jutemis zeker.
We wachten al duizenden eeuwen lang, en het lijkt wel
alsof er steeds meer verwilderde mensen komen die anderen belagen,
dat de goedwillende mensen het verliezen tegen kwaadwillende.
De samenleving wordt niet vreedzamer, eerder het tegendeel.
Het is zinloos om te dromen van vrede in de wereld.
Wachten is altijd moeilijk, vooral als het een heel langdurig proces is.
Ik moet hierbij denken aan die jongen
die van zijn opa zaadjes had gekregen van een heel bijzondere bloem.
En opa had gezegd: die moet je zaaien in een bloempot en als je oplet
dan kun je de plantjes zien groeien en de bloemen zien open bloeien.
De jongen deed wat zijn opa gezegd had
en stopte de zaadjes in een pot met aarde.
En toen ging hij zitten kijken hoe de zaadjes gingen groeien,
de hele dag bleef hij erbij zitten, maar ’s avonds was er nog niets te zien.
De volgende dag zat hij er weer bij te wachten
maar ook die avond was er nog niets te zien
en de daaropvolgende avond ook nog niets.
Toen gooide de jongen de bloempot uit het raam
en mopperde dat opa hem voor de gek gehouden had.
Toen hij na verloop van tijd weer bij zijn opa kwam,
vroeg die hoe het met de zaadjes was gegaan.
Een beetje boos zei de jongen: je hebt me voor de gek gehouden,
die zaadjes deden helemaal niets, ik heb wel drie dagen zitten wachten.
Maar jongen toch, zei de opa. Je moet wat meer geduld hebben.
Het duurt wel een hele week voordat je een heel klein groen stipje kunt zien.
Zaadjes groeien maar heel langzaam, dat kost gewoon heel veel tijd.
En bovendien, zei opa, moet je de zaadjes regelmatig wat water geven
anders verdrogen ze en kan er niets uit groeien.
Datzelfde kun je zeggen als het gaat om een mooie en vreedzame wereld.
Het zaad is gezaaid. Alle mensen dragen het in zich mee.
Maar je moet wel heel veel geduld hebben want het gaat zo langzaam
dat we het gevoel hebben dat er helemaal niets groeit.
Dat kan heel frustrerend zijn, maar je moet de moed niet verliezen
of denken dat je voor de gek gehouden bent.
En het groeit ook niet vanzelf,
er moet flink aangetrokken worden door alle mensen van goede wil.
Dromen van een vreedzame samenleving van alle mensen
dromen dat alle bevolkingsgroepen elkaar verstaan en respecteren,
dat is nodig maar lang niet genoeg: er moet ook aan gewerkt worden.
Want anders verdrogen en verdorren goede voornemens en groeit er niets.
Maar we moeten ook wat geduld hebben, geduld met elkaar,
geduld met het anders zijn van anderen, geduld met hun fouten
geduld als dingen niet zo vlug de goede richting opgaan als wij wensen.
Heer, geef ons meer geduld. Maar wel opschieten.
2e zondag in de advent A (2004)
A-cyclus · Advent · 2e zondag van de Advent · paars