2e zd Advent A (2010)

A-cyclus · Advent · 2e zondag van de Advent · paars

OPENINGSWOORD

Broeders en zusters, welkom op deze tweede zondag van de advent. Wij gaan de tweede kaars aansteken. Zoals er meer licht komt in de kerk, zo is dat ook de bedoeling in ons leven.

Vandaag horen wij in de lezingen van de ene kant over een mooie toekomst. Van de andere kant horen wij ook strenge woorden. Ik denk, dat dit betekent, dat ook wijzelf hard moeten meewerken aan deze mooie toekomst. Wij worden opgeroepen tot bekering, om in woord en daad een halt toe te roepen aan het kwade in de wereld.

“Ja, maar, die anderen gaan gewoon door. Zij verrijken zich ten koste van de kleine man”. Inderdaad, beste medegelovigen, sommige mensen - misschien zelfs veel mensen - gaan gewoon door. Maar er komt een dag van vergelding. Al is het pas de dag van hun eigen dood, maar al de mensen, die kwaad hebben gedaan èn er geen spijt van hebben, zullen ooit verantwoording moeten afleggen en als zij dan niet alsnog berouw krijgen, zullen zij gestraft worden. Maar ooit zal God zijn belofte waarmaken en door in te grijpen een betere wereld maken. Naar de vervulling van die belofte mogen wij uitkijken, maar in de tussentijd moeten wij zelf onze uiterste best doen.

Laten wij niet wijzen naar anderen. Bekeren wíj ons. Vragen wíj vergeving voor wat wíjzelf èn anderen niet goed hebben gedaan.

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. God, Gij roept uw volk op de paden recht te maken en de weg te effenen voor uw komst. Wij vragen U: laat onze bekering vrucht dragen; maak ons waakzaam en vol ijver opdat uw Rijk zou komen. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … . Amen.

PREEK

Broeders en zusters, ook vorige week hoorden wij over een droom van Jesaja. Vandaag vertelt hij hoe hij te zien kreeg, dat oude vijanden nieuwe vrienden zullen worden. Hij schildert het in beelden: de wolf ligt naast het lam en vleit zich neer naast het geitje.

Die toekomst, die wij af en toe al een beetje kunnen zien oplichten, is in Jezus Christus begonnen. In Hem kun je zien hoe het zou moeten, hoe het zou kunnen, zegt de profeet Jesaja. En Johannes de Doper zegt het hem na in het evangelie: in Jezus Christus kun je zien hoe een slechte wereld een mooie en goede wereld voor iedereen kan worden.

Een slechte wereld. Mensen kunnen bijvoorbeeld soms heel wat afkletsen onder en over elkaar. Iets wordt half gehoord en als een verhaal vol leugens verder verteld, misschien niet altijd zo bedoeld, maar het gebeurt wel. Mensen worden zwart gemaakt zonder zich te kunnen verdedigen. Zij gaan over de tong en wij staan al gauw met een oordeel klaar. Dat verziekt de samenleving. Zo zijn er veel ruzies en jarenlange veten ontstaan.

“Bekeert u”, roept Johannes de Doper vandaag, hou er mee op en kijk eens naar Jezus’ manier van doen. “Hij zal geen oordeel vellen naar uiterlijke schijn, geen uitspraak doen o.g.v. geruchten”, zegt Jesaja. Praat mensen dus niet dood, maak ze niet verdacht en weet wat je zegt, want er komt een dag dat je over al je woorden, daden en gedachten verantwoording moet afleggen. En gelukkig zijn er ook mensen, die opbouwen in plaats van afbreken en die zodoende het Rijk van God wat dichterbij brengen.

“Hij zal de kleine mensen recht verschaffen en de uitbuiters striemen met de gesel van zijn mond”, profeteert Jesaja over Jezus.

De vraag is of wij Jezus hierin navolgen? Kiezen wij de kant van de sterken, de kant van de mensen met aanzien? Spelen wij mooi weer met wie boven ons staan, omdat wij hun macht ooit weleens nodig zouden kunnen hebben? Lopen wij de gewone man, die nergens een vinger in de pap heeft, voorbij? Jammer genoeg zijn er in onze wereld nog altijd te veel mensen, die zo doen.

“Bekeert u”, zegt de Doper tegen het adderengebroed, de schijnheilige Farizeeën voorop. “Bekeert u”, zegt hij ook tegen ons. En gelukkig zijn zij er ook. Mensen, die zich bekeerd hebben en een ander niet laten vallen als die ander onrecht wordt aangedaan. Mensen, die doen wat Jezus Christus ons voordeed: de kleinen recht verschaffen en de uitbuiters op hun nummer zetten.

In de eerste lezing zegt Jesaja, dat de twijg, die aan de stronk van Isaï zal uitspruiten - dat is Jezus - ooit een eerlijk vonnis, een eerlijk oordeel, zal uitspreken.

De Kerk leert over twee oordelen: de Dag van het Laatste Oordeel - wanneer de wereld zal ophouden te bestaan - en de dag van het bijzondere oordeel. Dat laatste is de sterfdag van iedere individuele mens. Wanneer ik sterf maakt de dood een einde aan mijn leven als tijd waarin ik vóór of tegen Jezus Christus en zijn genade kan kiezen. De parabel van de arme Lazarus, die in de schoot van Abraham wordt opgenomen en het woord van Christus tot de goede moordenaar, die met Hem aan een kruis hing, namelijk dat hij nog deze dag met Christus in het paradijs zou zijn, spreken over een uiteindelijke lotsbestemming van de mens. Zodra hij gestorven is, ontvangt iedere mens tijdens een persoonlijk oordeel in zijn onsterfelijke ziel de eeuwige vergelding, zodat hij ofwel nog een loutering moet ondergaan, in het vagevuur, ofwel dat hij onmiddellijk in de hemel wordt opgenomen, ofwel voor eeuwig verloren gaat. Dit laatste kan echt alleen maar door eigen schuld gebeuren.

Een eerste mogelijke gevolg van het bijzondere oordeel is dat mensen naar de hemel gaan. De Kerk en de bijbel leren ons over de hemel het volgende. Er zijn heilige mensen, die al vóór Jezus’ lijden hebben geleefd. Er zijn heilige mensen, die ná Jezus lijden hebben geleefd en alle andere gedoopte mensen. Sommigen van hen zullen eerst in het vagevuur een loutering moeten ondergaan. Anderen zijn meteen tot de hemel toegelaten. Maar hoe ook de situatie van die mensen was of is, nog vóórdat zij op de Dag van het Laatste Oordeel een nieuw, onsterfelijk lichaam krijgen, zullen zij in de hemel in het gezelschap van Jezus en de engelen verzameld worden om God te zien van aangezicht tot aangezicht. De bijbel spreekt over de hemel in beelden als leven, licht, vrede, bruiloftsfeest, wijn van het koninkrijk, vaderhuis, hemels Jeruzalem, paradijs. De apostel Paulus zegt: “Geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord, geen mens kan het zich voorstellen, al wat God bereid heeft voor die Hem liefhebben” (1 Kor. 2, 9). De hemel is een eindelozen tijd van samenzijn met God en de engelen en de heiligen en alle andere mensen van goede wil in een sfeer van alleen maar vrede, alleen maar vreugde, alleen maar liefde, alleen maar eenheid. Het leven in de hemel zal nooit zelfs niet de kleinste narigheid worden. Dat kan doordat wij hier op aarde nog kunnen kiezen tussen goed en kwaad, maar in de hemel zal die keuze er niet meer zijn. Wij kunnen er alleen maar kiezen tussen het ene goede en het andere goede.

Een tweede mogelijke gevolg van het bijzondere oordeel kan zijn, dat mensen wel in genade en in vriendschap met God sterven, maar nog niet helemaal gelouterd zijn, en dat zij - God zij dank! - nog na de dood alsnog een loutering kunnen ondergaan. Als die mogelijkheid niet bestond, zou bijna niemand in de hemel kunnen komen. In het Oude Testament bijvoorbeeld, staat dat de legeraanvoerder Judas, de Makkabeeër, voor de zonden van de gevallen soldaten in Jeruzalem een zoenoffer liet opdragen, opdat zij van hun zonden zouden worden vrijgesproken. Het is zo belangrijk, lieve mensen, dat wij voor onze dierbare overledenen bidden. Voor onszelf iets verdienen kunnen wij alleen maar door te geloven. Wel, onze overledenen hebben God al gezien, dus geloven zij niet meer en dus kunnen zij niets meer voor zichzelf verdienen. Zij kunnen hun loutering alleen maar lijdzaam ondergaan. Maar wij, die nog niet hebben gezien en wel geloven, kunnen wel heel verdienstelijk voor hen bidden en daarmee hun tijd van boete inkorten. En dat, lieve mensen, is ook de diepste bedoeling van de misintentie. Als mensen naar het louteringsoord gaan is hun schuld al vergeven, maar de boete moet nog wel vervuld worden. Als bijvoorbeeld thuis in een woedebui iemand alles overhoop heeft gegooid en hij krijgt spijt, dan kunnen wij zeggen: Oké, wij vergeven het je, maar je helpt wel om de boel weer op te ruimen. Dat is het vagevuur: de boel opruimen. Met name door een misintentie kunnen wij dat opruimen inkorten. Onze overledenen zijn aan Gods genade overgeleverd, maar ook aan ons! Bidden wij voor hen.

Er is nog een derde mogelijke uitslag van het bijzondere oordeel: dat mensen in vrijheid er voor kiezen om God en hun medemensen definitief niet lief te hebben. De apostel Johannes zegt in zijn eerste brief het volgende: “De mens zonder liefde is nog in het gebied van de dood. Ieder die zijn broeder haat, is een moordenaar, en gij weet dat geen moordenaar eeuwig leven in zich heeft” (1 Joh. 3, 14-15). Onze Heer waarschuwt ons dat wij van Hem gescheiden zullen worden, als wij het nalaten aan de dringende noden van de armen en de kleinen, die zijn broeders zijn, tegemoet te komen. In doodzonde sterven zonder er berouw over gehad te hebben en zonder Gods barmhartige liefde te willen aanvaarden betekent uit eigen vrije keuze voor altijd van Hem gescheiden blijven. Het evangelie van vandaag spreekt héél uitdrukkelijk over deze mogelijkheid. Johannes spreekt over bomen, die geen goede vruchten voortbrengen en in het vuur worden gegooid, over het kaf dat zal worden verbrand in onblusbaar vuur. En Jezus zelf spreekt elders ook over het vuur dat nooit dooft en dat bestemd is voor hen, die tot hun levenseinde weigeren te geloven en zich te bekeren, over een plaats waar zowel de ziel als het lichaam verloren kunnen gaan.

Broeders en zusters, het gaat kerstmis worden. Dan dromen wij van een wereldwijde vrede. Misschien dat veel mensen zich weer niet bekeren. Alhoewel, er is echt iets gaande in de wereld. Het kwade is machtig, maar het goede van God is oppermachtig. Er zijn heel bemoedigende ontwikkelingen gaande.

Proberen wij ons deze advent nog iets meer te bekeren tot wakkere mensen, die, gedoopt met de heilige Geest, medemensen hoog houden en bemoedigen. Want bij alle cadeaus, die er deze maand gegeven worden, is er geen groter cadeau denkbaar dan te weten en te voelen dat je bemind wordt.

Laten wij weten - om het maar eens in economische termen uit te drukken - dat de vraag naar liefde nog altijd groter is dan het aanbod. Bereiden wij ons op kerstmis voor, niet allereerst door het kopen van een boom en schitterende cadeaus, maar door het geven van liefde, almaar weer.

Zoeken in Preken Online