De Advent is een tijd van verwachting. Een van de liederen in deze liturgische tijd zingt: “Mijn hart weet, dat ons oud verlangen weldra vervulling vindt. Het eeuwig Licht is reeds ontvangen, de Maagd verwacht haar Kind”. Vier weken van voorbereiding op het Kerstfeest. De geboorte van het Kerstkind in de kribbe van Betlehem.
De Advent is een tijd van hopen en blijven hopen. Een tijd van bidden dat de hoop en de verwachting in ons hart niet verkillen. Daarom is in deze Adventstijd dit gebed, geschreven door Kardinaal Godfried Danneels, zeer toepasselijk:
“Heer Jezus,
het is zo donker in dit jaargetijde
en soms ook in ons hart.
Maar al zijn de bomen kaal
en is er geen blad meer groen,
er blijven altijd “doorbloeiers” over
in de tuin.
Zij getuigen van de hoop
dat alles straks weer groen wordt.
Zo is het ook met ons.
Laat ons niet denken:
‘Het is allemaal voorbij,
het gaat niet goed met de Kerk
en ook niet met ons’.
Nee, er is hoop
en in de winterslaap van onze ziel
blijft Gij aanwezig met uw Geest en zegt:
‘Blijf hopen
want het belangrijkste moet nog komen.
Zie, Ik kom terug en gij zult u verheugen
als gij Mij ziet komen op de wolken des hemels.
Wees doorbloeiers die groen blijven
ook als het winter lijkt
in de Kerk en in de hele wereld’”.