Na de 11e september is de wereld niet meer als voorheen. De rampspoed
van die terroristische aanslagen en de directe gevolgen hiervan
grijnzen ons nog dagelijks aan. Wij stellen bange vragen over onze
directe toekomst. In welke richting beweegt zich die éne wereld van
ons?
Een zekere somberheid drukt als een niet geringe last op onze schouders. Dromen van steeds
grotere vooruitgang zijn niet uitgekomen. Wij zijn plotseling weer gaan beseffen hoe broos en
kwetsbaar
ons levensgeluk is. En ineens durven wij ook weer te spreken over een reële macht van het kwaad.
Wij maken angstige tijden door. De verleiding is groot om in dergelijke omstandigheden
zwartkijkers te worden; die pessimistisch de toekomst tegemoet zien. Zeker, wij moeten ons het hachelijke van
onze wereldsituatie blijven realiseren. Maar dit mag ons echter nooit aanzetten tot
ontmoediging of tot wanhoop!
Wij gaan binnenkort weer Kerstmis vieren, het feest van de
geboorte van Jezus Christus. In Hem ligt toch de grondslag van onze
hoop. Op een stabiel geloof in Hem bouwen wij onze toekomst. Want op
God kunnen wij altijd rekenen. Hij heeft zijn beloften ingelost. Hij is
tot ons gekomen als de “Emmanuël”, de God-met-ons. Hij is onze Vrede
geworden.
In omstandigheden als de onze is het beslist niet gemakkelijk om
in ons geloof te volharden en met een hoopvolle verwachting in het
leven te staan. De aanvechting van een doemdenken loert
allerwegen om de hoek. Wij zien daarom uit naar voorbeelden: naar
heilige mensen die ons zulk een leven van hoop hebben voorgeleefd.
De Adventstijd stelt ons het beeld voor ogen van Maria, de Moeder
van Jezus. Zij belichaamt toch in heel haar gestalte een blijde
verwachting. Hoopvol ziet zij vooruit naar de toekomst. Want, zij
weet: het zal de toekomst worden van de geboorte van haar Kind; een
toekomst die het verlossende teken zal dragen van Hem, de God-met-ons
en onze Vrede.
In dat geloofsvertrouwen bereidt zij zich voor op zijn geboorte. Zij laat zich raken door Gods
genade. Biddend ontvangt zij Gods Woord zodat in haar schoot dit Woord vlees kan worden.
Haar geloof is een en al openheid voor Gods liefde. Tot Hem
spreekt zij haar “Ja-woord”: “Zie de dienstmaagd des Heren, mij
geschiede naar Uw woord” (Lc. 1,38). Het “neen” van een gepantserd hart
is
haar, de Onbevlekt Ontvangene, vreemd. Ononderbroken zal zij dit “ja”
tegenover God blijven herhalen. In heel haar leven, aan de zijde van
Jezus in wie zij haar toekomst geborgen weet.
Maria wil echter haar blije vertrouwen niet slechts voor zichzelf
houden. Vreugde breekt altijd het hart open naar buiten toe. Daarom
snelt zij “met spoed” naar Elisabeth.
Zij wil met haar geloof haar naasten van dienst zijn. Een teken
van hoop mag zij voor hen zijn. En dat stemt haar dankbaar. In het
Magnificat jubelt zij deze dank aan God uit. Alles wat zij mag
doen, het gebeurt door Gods genade. “En zie van heden af prijst elk
geslacht mij zalig omdat aan mij zijn wonderwerken deed Die machtig is
en heilig is zijn Naam” (Lc.1,48 v.).
Maar ook haar zal de bitterheid van het lijden niet bespaard
blijven. In dat donkere uur onder het Kruis blijft echter haar
geloofsvertrouwen ongeschokt. Zo kan de Gekruisigde haar weer een
nieuwe
taak verlenen: zorg dragen voor de geliefde leerling die samen met haar
onder het Kruis staat. “Vrouw, zie daar uw zoon” (joh. 19,26).
Mogen wij niet in die geliefde leerling onszelf terug herkennen!
Hij is het beeld van de gelovige van wie Jezus veel houdt. Hij is het
beeld van de geloofsgemeenschap die de Kerk is. Aan ons dus
wordt Maria als Moeder geschonken. Zij is de Moeder van de Kerk.
Daarom ook zal zij na Pasen midden tussen de apostelen gezeten
zijn en vurig bidden om de komst van Gods H. Geest voor de toekomst van
Kerk en wereld.
In deze bange tijden mogen wij ons in de Kerk van nu bij haar
volhardend gebed aansluiten. Zeker nu wij ons voorbereiden op de
viering van Jezus’ geboorte, van Hem, de God-met-ons en onze
Vrede.
Bidden wij daarom eensgezind “met Maria, de Moeder van Jezus'
(Hand. 1,14) om de kracht van Gods H. Geest. Hij overwint alle haat en
vijandschap. Hij bemoedigt en sterkt ons. Hij ook opent de deur
naar een hoopvolle toekomst van vrede en gerechtigheid voor onze
wereld.
1e zondag in de advent A (2001)
A-cyclus · Advent · 1e zondag van de Advent · paars