1e zondag in de advent A (2001)

A-cyclus · Advent · 1e zondag van de Advent · paars

Na de 11e september is de wereld niet meer als voorheen. De rampspoed van die terroristische aanslagen en de directe gevolgen hiervan grijnzen ons nog dagelijks aan. Wij stellen bange vragen over onze directe toekomst. In welke richting beweegt zich die éne wereld van ons?

Een zekere somberheid drukt als een niet geringe last op onze schouders. Dromen van steeds grotere vooruitgang zijn niet uitgekomen. Wij zijn plotseling weer gaan beseffen hoe broos en kwetsbaar ons levensgeluk is. En ineens durven wij ook weer te spreken over een reële macht van het kwaad.

Wij maken angstige tijden door. De verleiding is groot om in dergelijke omstandigheden zwartkijkers te worden; die pessimistisch de toekomst tegemoet zien. Zeker, wij moeten ons het hachelijke van onze wereldsituatie blijven realiseren. Maar dit mag ons echter nooit aanzetten tot ontmoediging of tot wanhoop!

Wij gaan binnenkort weer Kerstmis vieren, het feest van de geboorte van Jezus Christus. In Hem ligt toch de grondslag van onze hoop. Op een stabiel geloof in Hem bouwen wij onze toekomst. Want op God kunnen wij altijd rekenen. Hij heeft zijn beloften ingelost. Hij is tot ons gekomen als de “Emmanuël”, de God-met-ons. Hij is onze Vrede geworden.

In omstandigheden als de onze is het beslist niet gemakkelijk om in ons geloof te volharden en met een hoopvolle verwachting in het leven te staan. De aanvechting van een doemdenken loert allerwegen om de hoek. Wij zien daarom uit naar voorbeelden: naar heilige mensen die ons zulk een leven van hoop hebben voorgeleefd.

De Adventstijd stelt ons het beeld voor ogen van Maria, de Moeder van Jezus. Zij belichaamt toch in heel haar gestalte een blijde verwachting. Hoopvol ziet zij vooruit naar de toekomst. Want, zij weet: het zal de toekomst worden van de geboorte van haar Kind; een toekomst die het verlossende teken zal dragen van Hem, de God-met-ons en onze Vrede.

In dat geloofsvertrouwen bereidt zij zich voor op zijn geboorte. Zij laat zich raken door Gods genade. Biddend ontvangt zij Gods Woord zodat in haar schoot dit Woord vlees kan worden.

Haar geloof is een en al openheid voor Gods liefde. Tot Hem spreekt zij haar “Ja-woord”: “Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar Uw woord” (Lc. 1,38). Het “neen” van een gepantserd hart is haar, de Onbevlekt Ontvangene, vreemd. Ononderbroken zal zij dit “ja” tegenover God blijven herhalen. In heel haar leven, aan de zijde van Jezus in wie zij haar toekomst geborgen weet.

Maria wil echter haar blije vertrouwen niet slechts voor zichzelf houden. Vreugde breekt altijd het hart open naar buiten toe. Daarom snelt zij “met spoed” naar Elisabeth.

Zij wil met haar geloof haar naasten van dienst zijn. Een teken van hoop mag zij voor hen zijn. En dat stemt haar dankbaar. In het Magnificat jubelt zij deze dank aan God uit. Alles wat zij mag doen, het gebeurt door Gods genade. “En zie van heden af prijst elk geslacht mij zalig omdat aan mij zijn wonderwerken deed Die machtig is en heilig is zijn Naam” (Lc.1,48 v.).

Maar ook haar zal de bitterheid van het lijden niet bespaard blijven. In dat donkere uur onder het Kruis blijft echter haar geloofsvertrouwen ongeschokt. Zo kan de Gekruisigde haar weer een nieuwe taak verlenen: zorg dragen voor de geliefde leerling die samen met haar onder het Kruis staat. “Vrouw, zie daar uw zoon” (joh. 19,26).

Mogen wij niet in die geliefde leerling onszelf terug herkennen! Hij is het beeld van de gelovige van wie Jezus veel houdt. Hij is het beeld van de geloofsgemeenschap die de Kerk is. Aan ons dus wordt Maria als Moeder geschonken. Zij is de Moeder van de Kerk.

Daarom ook zal zij na Pasen midden tussen de apostelen gezeten zijn en vurig bidden om de komst van Gods H. Geest voor de toekomst van Kerk en wereld.

In deze bange tijden mogen wij ons in de Kerk van nu bij haar volhardend gebed aansluiten. Zeker nu wij ons voorbereiden op de viering van Jezus’ geboorte, van Hem, de God-met-ons en onze Vrede.

Bidden wij daarom eensgezind “met Maria, de Moeder van Jezus' (Hand. 1,14) om de kracht van Gods H. Geest. Hij overwint alle haat en vijandschap. Hij bemoedigt en sterkt ons. Hij ook opent de deur naar een hoopvolle toekomst van vrede en gerechtigheid voor onze wereld.

Zoeken in Preken Online