Kringloop of spiraal

A-cyclus · Advent · 1e zondag van de Advent · paars

Dit weekend begint het nieuwe liturgische jaar. Een nieuwjaar, niet meer met Lucas, maar nu met Matteüs. We schijnen weer hele­maal van voren af aan te beginnen, alsof er ondertussen niets ge­beurd is.

In traditiegetrouwe families, kerken en kapellen, wordt de ad­ventskrans weer uit de kast gehaald. De kerstgroep blijft nog even in de kast liggen. Zover zijn we nog niet. Nadat het stof er afgebla­zen is, wordt die oude krans wat nieuw kerstgroen ingevlochten. Er wor­den vier nieuwe kaarsen opgezet. Het begin van een liturgische cy­clus, die net zo rond en gesloten lijkt als die adventskrans zelf.

Dat kringloopdenken is ons ingeboren, vooral in ons die in een klimaat leven waar de seizoenen elkaar ieder jaar weer afwisselen. Het is ons zo eigen dat we het zelfs - vooral als we wat moedeloos zijn - op onze eigen geschiedenis toepassen. ‘Er is niets nieuws on­der de zon.’ ‘De geschiedenis herhaalt zich steeds.’ We lopen im­mers allemaal in een kringetje rond. Dat is wat oude heidenen vaak dachten en denken.

Vanaf de allereerste lezing in dit nieuwe liturgische jaar wordt die kringloopgedachte doorbroken. In het visioen van Jesaja lopen de volkeren en naties niet in een cirkel. Ze zijn ergens op weg naar toe. Ze hebben een doel. Ze komen van alle kanten op een bergtop af. Ze zijn op weg naar een heiligdom. Ze zijn onderweg naar elkaar en naar God.

Pierre Teilhard de Chardin vertelt datzelfde verhaal op een an­dere manier. Hij meent dat de mensheid eens vanuit één punt op de wereld - hij dacht vanuit Oost-Afrika - van elkaar weg trok. Dezelfde geschiedenis die je ook in het boek Genesis vindt als daar verteld wordt hoe de kleinkinde­ren van Noach de haardstede van hun groot­vader verlieten en van elkaar wegtrokken. Teilhard zegt dat we nu weten dat ze dat op een bolle planeet deden. Met als gevolg dat ze verder trekkend elkaar onvermijdelijk op den duur weer tegenkomen. Daarna moeten ze samen verder. Volgens Jesaja zullen er onder­weg dingen met hen gebeuren die aanvankelijk onmogelijk waren.

Ze vertrokken naar een doel dat ver voor hen uit verborgen lag. Ze waren op allerhande gevaren voorbereid. Ze hadden zich tot de tanden toe bewapend om zich te verdedigen en te doen gelden. Jesaja voorzag dat ze onderweg, als ze beter zouden zien waar het om ging, iets aan al die wapenen zouden doen. Hoe ze hun zwaar­den om zouden smeden in ploegscharen en sikkels.

We zijn dus op weg. We zijn als mensen op weg ergens naar toe. Als alles in een gesloten cirkel door zou blijven draaien heeft noch Advent noch Kerstmis enige betekenis.

Soms is het alsof de institutionele kerk bij dit alles achter blijft. Dat doet ze ook. Dat is misschien zelfs onvermijdelijk. Kerk heeft iets te maken met ‘huis’, met fundamenten en rotsblokken, met grendels en sloten, met wat we opgeslagen hebben. met bagage. Die dingen zijn noodzakelijk. Ze belemmeren ook de tocht. We zullen lichter moeten reizen. Velen onder ons doen dat ook. Steeds staan er ook vanuit de kerk weer voortrekkers en profeten onder ons op, die door willen duwen, die verder willen trekken. Paulus schrijft dat we nu dichter bij ons ‘heil’ zijn dan ooit te voren. De doorbraak waar Jesaja, Jezus en Paulus het over hebben, heeft plaatsge­had, en ze heeft nog steeds plaats. Dat moet ook, want we zijn er nog lang niet.

Het heeft dus inderdaad zin om die oude krans weer uit de kast te halen, met wat nieuw groen vol te stoppen, en er opnieuw vier kaarsen op te zetten, een voor ieder van de vier adventszondagen. Elke zondag wat meer licht in familie en kerk, zodat we ieder jaar wat dichter bij Gods licht komen.

We draaien dus niet alleen maar in cirkels rond.

Dat doen we ook, maar die kringen lopen samen in elkaars verlengde uit naar voren, of naar omhoog. Ze vormen samen een spiraal. Er zit vooruitgang in. We zijn verder aan het komen. We kunnen dit jaar Kerstmis niet meer vieren zoals we dat het vorig jaar deden. Er is weer te veel gebeurd. Herhalend en herinnerend draaien we rond, en bij iedere wending zijn we weer wat verder, of wat hoger, totdat we ineens samen door het laatste duister heen zullen stappen, omdat de nacht ten einde is en de dag aangebro­ken…

Zoeken in Preken Online