Evangelieprikje (2007)

A-cyclus · Advent · 1e zondag van de Advent · paars

We zijn vandaag een nieuw kerkelijk jaar begonnen. Ik wil u dan ook een gelukkig, voorspoedig en gezegend nieuw jaar wensen. Over enkele weken zullen wel meer mensen dat tegen je zeggen, als we beginnen aan een nieuw burgerlijk jaar. Die overgang van het ene naar het andere jaar is voor veel mensen de gelegenheid om dat eens duchtig te vieren en met heel veel goede voornemens te starten. In die dagen gaan we zelfs op bezoek bij familieleden die we anders niet zo frequent bezoeken. Allemaal zeer goed en gezellig, maar toch zo jammer dat die vele goede voornemens blijven steken in woorden die leeg blijven omdat we vergeten ze waar te maken tijdens het nieuwe jaar. Iemand een gelukkig nieuw jaar wensen is geen kwestie van een paar woorden uitspreken bij het begin van een nieuw jaar, het is eigenlijk openlijk een engagement op u nemen om die persoon in kwestie gelukkig te maken. Een waarheid die we al te graag vergeten … Een voorbeeld uit dezelfde categorie is ons doopsel. Akkoord, de meesten weten niet wat er boven hun kinderhoofdje gebeurt, maar de ouders, peter en meter beseffen het wel of zouden het toch moeten beseffen. En bij het vormsel is de jong-volwassene ook wel in staat om te begrijpen wat hij of zij belooft. Gelovig zijn is meer dan deelnemen aan bepaalde rituelen in een kerk, het is een manier van leven. Wie zijn kinderen laat dopen, maar er zich niks van aantrekt van wat het nu zou kunnen betekenen een kind christelijk op te voeden, heeft zijn en de tijd van de priester of de diaken verspild. Tot hier toe zijn we allemaal mee want wij zitten hier in de kerk en in ons binnenste denken we aan enkele voorbeelden van mensen die het toch niet zo nauw nemen met het geloof. Ik moet u teleurstellen: ook voor ons geldt de oproep van Jezus om waakzaam te zijn, in de verleiding komen te denken dat dit niet over ons gaat, is zelfs al een teken van onwaakzaamheid.

In het begin van een nieuw kerkelijk jaar spreekt Jezus over de tijd dat Hij zal terugkeren. Nu weet ik ook wel, we spreken daar al eenentwintig eeuwen over, ’ t zou nu toch wel moeten lukken dat het juist gebeurt als wij nog leven. Je kan gelijk hebben, maar dat durf ik niet zeggen, ik weet het ook niet wanneer Jezus zal terugkeren. En net dat laatste maakt het voor ons zo moeilijk om waakzaam te blijven. We willen wel allemaal ons best doen, maar geef ons dan tenminste een datum dat we er ons kunnen op voorbereiden. Maar God doet dat niet: het zal gebeuren als in de dagen van Noach … mensen waren bezig met de gewone dingen des levens, dingen die je zo kunnen opslorpen dat je vergeet dat God er ook nog is. We kunnen zo gericht bezig zijn met het aardse dat we vergeten op te zien naar het hemelse. Ik moet opletten wat ik zeg, want uit die laatste zin zou je bv. kunnen opmaken dat er een kloof gaapt tussen het aardse en het hemelse. Dat hoeft uiteraard niet waar te zijn. Misschien is het beter te zeggen dat we te veel met onszelf en onze directe omgeving bezig zijn om te zien wat er in de wereld rondom gebeurt, om te horen wie om hulp roept, om te zien wie een luisterend oor nodig heeft, om te beseffen dat we tijd moeten maken voor gebed. Waakzaam zijn betekent eigenlijk op elk moment van de dag dankbaar beseffen dat er Iemand is die je, totaal onverdiend, graag ziet en je dan afvragen hoe je die liefde die je zomaar ontvangt kan doorgeven. Dat is nog tamelijk doenbaar als het leven meezit, maar hoe maak je die liefde concreet bij mensen die net een kind verloren hebben, bij mensen die bankroet zijn, bij jongeren die hun geluk in drugs zoeken, bij vreemdelingen die in mensonwaardige omstandigheden samenhokken in onze buurt, bij weduwen die vergeten zijn door hun eigen kinderen, bij ex-gevangenen die zoeken hoe ze hun toekomst moeten invullen, bij families die te horen krijgen dat een moeder van twee jonge kinderen gaat sterven, …?

God heeft die liefde willen tonen door mensen te worden, het Matteüsevangelie dat we dit jaar grotendeels lezen, noemt Jezus “Emmanuel”: God-met-ons. Het zegt ook hoe wij Gods liefde tastbaar kunnen maken: door mens tussen de mensen te worden. Medemens worden van mensen die nood hebben aan menselijke nabijheid, dat is wat dit evangelie van ons vraagt. Waakzaam zijn betekent dat je je radar actief houdt zodat je die mensen kan opsporen, soms zitten ze in je buurt, soms zelfs in je huis. Het kan helpen als je af toe tijd neemt om stil te worden, vanuit de stilte zie je de dingen anders, kan je de gebeurtenissen van het leven anders lezen. Vanuit dit gebed kan je je ook gesteund voelen om medemens te worden van anderen. Het komt er dus op aan je niet in slaap te laten wiegen door luxe en comfort, door de gezelligheid van eigen haard achter gesloten deuren en hekken, door onverschilligheid, door angst, door ongebreideld individualisme en egoïsme …

Heb je als gelovige dan geen recht op vakantie? Moet je altijd klaar staan om anderen te helpen? Loop je dan niet het risico jezelf te verwaarlozen? We zitten weer in het begin, geloven is geen taak die je op je neemt, het is een manier van in het leven te staan, een manier die anders is, niet beter of slechter, dan die van mensen die niet geloven. En als je dit kan doen vanuit een gemeenschap die samenkomt rond brood en beker, die weet dat leven breken en delen is, dan mag je er op rekenen dat die gemeenschap voor jou medemens zal zijn in momenten dat jij het nodig hebt.

We beginnen vandaag de advent, een tijd van verwachten. Wie verwachten wij? De kerstman met zijn cadeautjes of een gezellig etentje op kerstavond of verwachten wij Iemand die mens onder de mensen wil worden? Verwachten wij geschenken of beseffen wij dat wij geroepen zijn geschenk te zijn voor elkaar? En een geschenk, dat krijg je zomaar, eigenlijk hoeft daar niets tegenover te staan … Mogen we in deze advent groeien in menslievendheid want zonder een menslievende Kerk die daar staat waar mensen buiten gezet zijn, kan Christus niet geboren worden. Ik wens je een goede advent!

Zoeken in Preken Online