11.11.11 (2004)

Thematisch · Wapenstilstand · groen

Misschien kennen jullie dat ook: een speciale viering bij gelegenheid van de 11.11.11-actie. In die viering lezen we het verhaal van de weduwe van Sarefat (I Koningen 17 10-24)

Bij het beluisteren van de eerste lezing zullen sommigen van ons zich allicht verwonderd afgevraagd hebben wat de betekenis is van dit vreemde wonderverhaal. Altijd meel in de pot en olie in de kruik, dat kan toch niet? Want hoe zit het dan met die miljoenen die nu nog steeds honger lijden in onze wereld. En dan die opwekking van de dode zoon. Wij hebben dat nog nooit meegemaakt.

Ik wil daarbij toch wat uitleg geven. Dit is een oud verhaal uit de tijd van koning Achab. Tegen alle wetten in was hij gehuwd met de dochter van de heidense koning van Sidon. Door dat huwelijk wordt de afgodendienst van de Baäls ingevoerd. Dat is de grootste schande die over Israël kan komen. En wat gebeurt er? God zorgt ervoor dat het ophoudt met regenen. En er heerst hongersnood. Bij alle natuurrampen ziet men een ingreep van God. Dat was hun overtuiging.

Elia krijgt nu de opdracht om naar Sarefat in Sidon te gaan, een heidens, vijandig gebied. Hij ontmoet er een heidense vrouw, een weduwe. In de bijbel is een weduwe de bij uitstek zwakke mens, iemand in nood die zelf zorg nodig heeft. En wat gebeurt er? Elia vraagt aan deze vrouw om hulp. Die arme vrouw wil hem wat water geven. Meer kan ze niet. Ze heeft slechts een weinig meel en wat olie om voor haar en haar kind een broodje te bakken. ‘Als dat op is, zullen we van honger sterven.’

Dat doet me denken aan TV-beelden uit Darfour. In de blik van die vrouwen met een kind in de armen merken we iets hopeloos. Het is alsof ze zeggen tot de hulpverleners: ‘als dit eten op is, zullen we van honger sterven.’

Hoe reageert Elia? Hij geeft moed; hij legt zich niet neer bij het onvermijdelijke. Hij belooft iets aan die vrouw, geeft haar weer toekomst. ‘Ga het broodje bakken en je zult zien dat er genoeg is voor mij, voor jou en voor je kind. Want dit zegt de Heer, de God van Israël: tot op de dag dat Ik weer regen op aarde zal laten vallen, zal er meel in de pot zijn en zal de oliekruik niet leeg raken.’

Bij het herlezen van dit korte verhaal treft het mij dat deze twee mensen, allebei in nood, elkaar helpen. Tijdens deze campagne 11.11.11 en ook bij Broederlijk Delen wordt er steeds de nadruk opgelegd dat de mensen in de derde wereld partners zijn die bemoedigd worden om zelf creatief te zijn. Daar waar mensen wederzijds zorg dragen voor elkaar, zoals Elia en de weduwe dat doen, daar gebeuren er wonderen, daar krijgen mensen nieuwe hoop. Dan blijkt er genoeg voedsel te zijn op aarde voor allen, dus ook voor de hongerige mensen in de vluchtelingenkampen in Darfour. Als wij werkelijk willen delen, dan is er genoeg, dan gebeuren er vandaag ook wonderen. Dan kunnen wij ook wonderen doen, wonderen van geloof, hoop en liefde.

Maar daarmee is het verhaal niet ten einde. Er is in het gezin van de weduwe geen honger meer, maar haar kind wordt ernstig ziek en sterft. Alles ging weer goed en dan kwam plots die levensbedreigende ziekte en de dood. De reactie van die weduwe is toch zo menselijk. Ze wordt opstandig. In haar verdriet zoekt ze een schuldige: Elia of de God van Elia. ‘Wat hebben wij misdaan, godsman? Ben jij soms naar mij toegekomen om mijn zonden aan het licht te brengen en mijn zoon te doden?’ Zo’n reactie komt ons niet vreemd voor.

Hoe reageert Elia? Hij begint niet met zich te verdedigen of met veel uitleg te geven. Hij draagt het kind in zijn armen, hij draagt het leed van de moeder in zijn hart. En als hij alleen is met het dode kind begint hij te bidden, en ja, Elia maakt zich kwaad tegen God: ‘waarom treft u juist deze weduwe die mij gastvrijheid verleent, door haar zoon te doden?’ Hij protesteert. Maar daar blijft het niet bij; hij gaat over tot actie. Hij strekt zich tot driemaal toe uit boven op het kind. Hij probeert zijn eigen lichaamswarmte aan het lichaam van het kind mee te delen.

Let wel: dat is niet zo gek. Wij doen nu aan mond-aan-mondbeademing om een mensenleven te redden. Elia probeert alles te doen om het leven van dat kind te redden en met de moed der wanhoop bidt hij: laat toch de levensadem in dit kind terugkeren. En zo zegt het verhaal: het kind kreeg weer leven.

Dat zal ons wel niet overkomen. Maar de boodschap is duidelijk. We moeten ons niet te vlug neerleggen bij de dood. Wij moeten al het mogelijke doen om ons in te zetten voor het leven en tegen de dood. Tegen ernstige ziekten is te vechten en dat moeten we doen. We moeten de strijd tegen de kanker, tegen aids en tegen armoede blijvend steunen. De mensen moeten blijven zoeken naar nieuwe medicijnen en therapieën tegen allerlei virussen. De mensen mogen niet ophouden met zoeken naar middelen om de armoede uit de wereld te bannen.

Ik zou als volgt willen besluiten: wij zijn allemaal geroepen om al wat wij hebben ontvangen aan geloof, hoop en liefde te delen met de mensen om ons heen. We moeten blijven opkomen voor het leven en blijven protesteren tegen de onrechtvaardige en onnodige dood van zo velen in deze wereld. Door mee te doen aan de 11.11.11-actie, door mee te doen aan de briefactie van Amnesty International, door tijdens de vasten te delen met Broederlijk Delen drukken we onze hoop uit in een betere wereld. In onze tijd hebben we mensen nodig die teken van hoop zijn. Jezus Christus was zo’n teken van hoop op een betere wereld. Daarom heeft God Hem tot nieuw leven gewekt en dat is het wat wij elke zondag opnieuw gedenken en vieren.

Zoeken in Preken Online